Spreken B2: 13 opdrachten in ongeveer 25 minuten
Bij Spreken van Programma II (B2) krijg je 13 opdrachten: vier korte, acht middellange en één lange. Je neemt je antwoorden op met een computer. Het examen duurt ongeveer 25 minuten. Per korte opdracht heb je 20 seconden spreektijd, per middellange opdracht 30 seconden en bij de lange opdracht twee minuten. Je slaagt met een omgezette score van 500 of hoger.
Met de 13 oefeningen op deze pagina oefen je Spreken op B2 voor het Staatsexamen NT2. Neem je antwoorden op en houd je aan de spreektijd.
Spreken B2 voor studie en werk
Programma II (Externe website, opent in een nieuw tabblad) toetst je Nederlands voor studie en werk op hbo-niveau (hoger beroepsonderwijs) of universitair niveau. Het taalniveau is vergelijkbaar met B2 van het ERK (Europees Referentiekader voor Talen). De opdrachten gaan over studie, werk en het dagelijks leven.
In de oefeningen hieronder komen onder meer beleid, veiligheid, onderzoek en gesprekken op het werk aan bod.
De andere examenonderdelen vind je in onze gids over het Staatsexamen NT2. Wil je de niveaus vergelijken? Lees dan de gids over de spreekexamens van A1 tot B2.
Zo verlopen de spreekopdrachten
Als je gewend bent aan een mondeling examen met een docent, oefen dan ook zonder gesprekspartner. Zet de opname aan en spreek tot het signaal om te stoppen.
Je maakt het spreekexamen op een computer met een koptelefoon en een microfoon. Elke opdracht verloopt zo:
- Luister via de koptelefoon en lees de opdracht op het scherm.
- Gebruik de extra tijd die je krijgt om de plaatjes of tekst te bekijken en je antwoord te plannen.
- Begin bij de eerste pieptoon in de microfoon te spreken.
- Stop bij de tweede pieptoon. De volgende opdracht begint vanzelf.
Het examen gaat vanzelf verder. Je kunt dus niet terug naar een eerdere opdracht. Volgens de officiële uitleg over het examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) mag je bij Spreken geen woordenboek gebruiken.
Bij de lange opdracht heb je twee minuten om te spreken. Bij de andere opdrachten is dat 20 of 30 seconden. De voorbeelden in de tabel laten zien wat je met de oefeningen hieronder kunt oefenen.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Deel | Opdrachten | Spreektijd | Wat je bijvoorbeeld doet |
|---|---|---|---|
| Deel 1 | 4 korte opdrachten | 20 seconden per opdracht | Beschrijven, instructies geven, kort je mening geven of een maatregel voorstellen. |
| Deel 2 | 8 middellange opdrachten | 30 seconden per opdracht | Overtuigen, een volgorde uitleggen, twee oplossingen geven, een voorstel vergelijken of argumenten geven. |
| Deel 3 | 1 lange opdracht | 2 minuten | Resultaten uit een grafiek beschrijven, twee gevolgen of problemen noemen en oplossingen geven. |
Wanneer je slaagt en hoe je antwoorden worden beoordeeld
Je slaagt voor Spreken met een omgezette score van 500 of hoger. Twee opgeleide beoordelaars (Externe website, opent in een nieuw tabblad) beoordelen de examens Spreken en Schrijven. Het aantal punten dat je vóór de omrekening nodig hebt om te slagen, kan per examen verschillen.
Luister je opname terug met de controlelijst hieronder. Daarmee bereken je geen examencijfer. De beoordelaars gebruiken verschillende criteria voor korte, middellange en lange opdrachten. Zie officiële beoordelingsregels (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Criterium | Wat je oefent | Waar je op let bij het terugluisteren |
|---|---|---|
| Inhoud | Doe wat de opdracht vraagt en gebruik alle verplichte punten of plaatjes. | Je beschrijft alleen, terwijl je moet overtuigen of adviseren. Of je leest alleen de opdracht voor. |
| Woordkeus en woordenschat | Kies woorden die bij de situatie passen: maatregel, voorstel, vertraging, veiligheid, onderzoek of trend. | Je gebruikt vage woorden zoals ding, spul, mooi of goed zonder verdere uitleg. |
| Woord- en zinsvorming | Maak hele zinnen. Controleer de werkwoordsvormen en woordvolgorde. Fouten kunnen je score voor grammatica beïnvloeden. | Je gebruikt losse zinsdelen of een onduidelijke woordvolgorde. Of je leest alleen de opdracht voor. |
| Uitspraak | Spreek hoorbaar, zodat de luisteraar je woorden kan verstaan. | Je spreekt zo snel dat je woorden onduidelijk worden. |
| Tempo | Spreek door tot je alle geplande punten hebt genoemd. | Er vallen lange stiltes. |
| Coherentie (samenhang) | Geef je presentatie een begin, midden en einde. Gebruik woorden zoals ten eerste, vergeleken met, daarom en tot slot. | Je noemt cijfers zonder uit te leggen hoe ze met elkaar samenhangen. |
Kosten en aanmelden
Bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) kost het onderdeel Spreken in 2026 € 50. In Mijn DUO, je online omgeving bij DUO, zie je of je recht hebt op een gratis examen of kunt betalen met een inburgeringslening.
Je kunt je ongeveer acht weken voor het examen aanmelden (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Dat doe je in Mijn DUO met je eigen DigiD (je digitale inlogmiddel voor de overheid). Kun je geen DigiD aanvragen? Volg dan de werkwijze zonder DigiD op dezelfde officiële aanmeldpagina.
Onze gids over aanmelden voor het Staatsexamen NT2 legt de stappen uit. Doe je het examen voor je inburgering? Bekijk dan ook de andere eisen in de gids over het inburgeringsexamen.
Oefen wat de opdracht van je vraagt
Kijk eerst wat je moet doen: bijvoorbeeld een collega adviseren of een voorstel uitleggen. Moet je iemand overtuigen? Begin met je aanbeveling en geef redenen. Vraagt de opdracht om maatregelen? Noem dan eerst die maatregelen.
Bouw een presentatie op in drie stappen: een overzicht, de belangrijkste resultaten en je conclusies. Kies de cijfers die je uitleg ondersteunen. Lees niet elk getal voor.
Met deze zinnen kun je je antwoord beginnen:
- Beschrijven: “Ik zie...”, “Op de achtergrond staat...”, “De ruimte is bedoeld voor...”.
- Instructies geven: “Zet eerst...”, “Daarna moet u...”, “Let erop dat...”.
- Overtuigen: “Ik zou dit zeker doen, omdat...”, “Een tweede voordeel is...”.
- Oplossingen geven: “Ten eerste kunnen we...”, “Daarnaast helpt het om...”.
- Presenteren: “Uit de grafiek blijkt...”, “Deze ontwikkeling kan leiden tot...”, “Een mogelijke oplossing is...”.
Officiële oefenexamens en extra oefeningen
Begin op een computer of laptop met de officiële oefenomgeving van Staatsexamens NT2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Op een telefoon of tablet werkt die niet goed. Losse oefenopdrachten kunnen ook in het echte spreekexamen voorkomen, naast andere opdrachten.
Wil je extra oefenen met materiaal van Inburgering.org? De gratis samenvatting Spreken B2 bevat de spreektijden, antwoordzinnen, zinnen om jezelf te verbeteren en voorbeeldantwoorden. In het gratis oefenwerkboek Spreken B2 vind je nog een afdrukbare set van 13 opdrachten met vragen om je antwoorden te controleren.
13 Nederlandse spreekoefeningen van Inburgering.org
De 13 opdrachten hieronder zijn gemaakt door Inburgering.org om mee te oefenen. In plaats van plaatjes krijg je beeldbeschrijvingen. De vragen staan op schrift in plaats van in een geluidsopname. Lees deze informatie voordat je je antwoord opneemt. Voer de opdracht uit in je eigen woorden.
Voor deze oefenset raden we aan om bij deel 1 meteen te antwoorden. Neem bij elke opdracht van deel 2 eerst 15 seconden om je antwoord voor te bereiden. Bereid deel 3 twee minuten voor en spreek daarna twee minuten. Houd je bij het echte examen aan de voorbereidingstijd op het scherm.
Elke oefening begint met een Opgave. De Beeldbeschrijving vertelt wat er op de plaatjes staat. Bij Opdracht staat wat je moet doen. Schema geeft een vergelijking en Grafiekgegevens geeft de cijfers. Bij Audio staat de vraag die je normaal zou horen.
Deel 1: korte opdrachten (1–4)
Neem voor elke korte opdracht een antwoord van maximaal 20 seconden op:
Opgave 1: Nieuwe overlegcabine
U werkt bij een hogeschool. Er is een nieuwe overlegcabine gekomen waar docenten korte online gesprekken met studenten kunnen voeren. Een collega heeft de cabine nog niet gezien. Kijk naar het plaatje.
Beeldbeschrijving: een kleine glazen cabine met akoestische panelen, een ovaal tafeltje, twee stoelen, een scherm aan de muur, een webcam, een headset en een knop om de hoogte van het tafeltje te verstellen. Er is genoeg ruimte voor een rolstoel naast de tafel.
Audio: "En, hoe ziet die nieuwe overlegcabine eruit?"
Opdracht: Beschrijf de overlegcabine voor uw collega.
Opgave 2: Bureau instellen
U bent preventiemedewerker op kantoor. Een nieuwe medewerker krijgt pijn in zijn schouders doordat zijn bureau verkeerd staat. Kijk naar de twee plaatjes.
Beeldbeschrijving: op plaatje 1 zit een man achter een te laag bureau met opgetrokken schouders en een laptop ver van zich af. Op plaatje 2 staat dezelfde man achter een hoger ingesteld bureau; zijn onderarmen liggen ontspannen op het blad en het scherm staat op ooghoogte.
Audio: "Hoe kan ik mijn werkplek beter instellen?"
Opdracht: Leg kort uit wat de medewerker moet doen. Gebruik beide plaatjes.
Opgave 3: Feedback op stageverslagen
U volgt een hbo-opleiding. Studenten moeten elkaars stageverslagen verplicht lezen en daar mondeling feedback op geven. Een medestudent vraagt wat u daarvan vindt.
Audio: "Vind jij het nuttig dat we elkaars stageverslagen bespreken?"
Opdracht: Geef uw mening en noem een reden.
Opgave 4: Textielcontainer
Voor uw flat staat een textielcontainer. Mensen zetten vaak zakken naast de container, waardoor de stoep vies en onveilig wordt. U belt de gemeente met een voorstel. Kijk naar de twee plaatjes.
Beeldbeschrijving: op plaatje 1 staan volle vuilniszakken en losse kleding naast een textielcontainer. Op plaatje 2 staat dezelfde container op een schoon vak met een bord: "Alleen in de container" en een QR-code om een volle container te melden.
Audio: "Wat zou de gemeente volgens u moeten doen?"
Opdracht: Vertel wat de gemeente moet doen om de overlast te verminderen.
Deel 2: middellange opdrachten (5–8)
Kies in 15 seconden je argument, volgorde of oplossing. Neem daarna een antwoord van maximaal 30 seconden op:
Opgave 5: Onderzoeksbuddy
U doet een masteropleiding. De opleiding wil een onderzoeksbuddyprogramma starten: studenten uit verschillende richtingen helpen elkaar met onderzoek. Een medestudent twijfelt of hij moet meedoen. Kijk naar de drie plaatjes.
Beeldbeschrijving: plaatje 1 toont twee studenten die samen data bekijken op een laptop; plaatje 2 toont een kleine workshop waarin een docent uitleg geeft over interviewvragen; plaatje 3 toont studenten die tijdens een ontbijt met alumni praten.
Audio: "Waarom zou ik meedoen aan dat buddyprogramma?"
Opdracht: Overtuig uw medestudent om mee te doen. Gebruik alle plaatjes en geef ten minste twee argumenten.
Opgave 6: Trage e-mailservice
U werkt als coördinator bij de servicedesk van een gemeente. Inwoners krijgen vaak pas na twee weken antwoord op hun e-mails. De afdelingsmanager vraagt om oplossingen.
Audio: "Welke oplossingen ziet u voor de lange reactietijd op e-mails?"
Opdracht: Geef twee mogelijke oplossingen en leg uit waarom ze helpen.
Opgave 7: Beschadigde beamer
U hebt voor een presentatie een beamer van de opleiding geleend. Bij het terugbrengen ziet de medewerker dat de beamer beschadigd is. Kijk naar de drie plaatjes.
Beeldbeschrijving: plaatje 1: u zet de beamer zonder hoes op de achterbank van een auto. Plaatje 2: de auto moet hard remmen en de beamer schuift tegen een metalen gereedschapskist. Plaatje 3: op de balie is een hoek van de beamer gebarsten en de HDMI-aansluiting zit scheef.
Audio: "Weet u hoe deze schade is ontstaan?"
Opdracht: Vertel de medewerker wat er met de beamer is gebeurd. Gebruik alle plaatjes.
Opgave 8: Carrière-evenementen
U zit in het bestuur van een studievereniging. Tot nu toe organiseerde de vereniging één grote carrièrebeurs per jaar. U stelt voor om volgend jaar vier kleinere themadagen te organiseren. Kijk naar het schema.
Schema: Vorige jaren: één grote carrièrebeurs; alle sectoren op één dag; vooral laatstejaars studenten. Voorstel volgend jaar: vier themadagen; per sector aparte werkgevers; ook tweede- en derdejaars studenten.
Audio: "Waarom zouden vier themadagen beter zijn dan één grote beurs?"
Opdracht: Overtuig het bestuurslid van uw voorstel. Gebruik het schema en geef twee argumenten.
Deel 2: middellange opdrachten (9–12)
Gebruik voor deze vier opdrachten dezelfde oefentijden: 15 seconden voorbereiding en maximaal 30 seconden spreektijd.
mbo staat voor middelbaar beroepsonderwijs.
Opgave 9: Veiligheid in de werkplaats
U bent veiligheidscoördinator bij een mbo-opleiding techniek. U controleert een werkplaats en ziet drie problemen. Kijk naar de drie plaatjes.
Beeldbeschrijving: plaatje 1: de nooduitgang is geblokkeerd door houten platen. Plaatje 2: een verlengkabel ligt dwars over de looproute. Plaatje 3: studenten slijpen metaal terwijl veiligheidsbrillen ongebruikt op tafel liggen.
Audio: "Wat moet ik aanpassen voordat de studenten hier verder werken?"
Opdracht: Vertel de docent welke drie maatregelen hij moet nemen.
Opgave 10: Excursie naar een waterlaboratorium
U volgt Milieukunde en organiseert een excursie naar een waterlaboratorium. Een medestudent vraagt wat het programma is. Kijk naar de drie plaatjes.
Beeldbeschrijving: plaatje 1: studenten krijgen van 09:30 tot 10:45 een rondleiding langs meetapparatuur voor waterkwaliteit. Plaatje 2: van 11:15 tot 12:00 analyseren studenten watermonsters in een practicumruimte. Plaatje 3: van 13:00 tot 13:45 presenteert een onderzoeker resultaten over drinkwater in een collegezaal.
Audio: "Hoe ziet de excursiedag eruit?"
Opdracht: Vertel uw medestudent wat het programma is. Gebruik alle plaatjes.
Opgave 11: Stil uur op kantoor
Uw organisatie heeft vorige maand een experiment gedaan: elke ochtend van 09:00 tot 10:00 mocht niemand vergaderen of bellen op de afdeling. De afdeling personeelszaken belt u om uw mening te vragen.
Audio: "Wat vond u van het stille uur op kantoor?"
Opdracht: Geef uw mening en noem twee argumenten.
Opgave 12: Opnames van colleges
Steeds meer opleidingen nemen colleges op, zodat studenten later thuis kunnen kijken. Sommige docenten vinden dat studenten daardoor minder vaak naar de les komen.
Opdracht: Wat vindt u ervan dat colleges standaard worden opgenomen? Vertel ook waarom u dat vindt.
Deel 3: presentatieopdracht (13)
Opgave 13: Reizen of thuiswerken
U werkt op de afdeling Mobiliteit van een groot ziekenhuis. U hebt onderzocht hoe medewerkers op hun werkdagen naar het ziekenhuis reizen of thuiswerken. De percentages tonen het aandeel van alle werkdagen en tellen per periode op tot 100%. U vergelijkt de resultaten van tien jaar geleden met de resultaten van nu. Tijdens een personeelsbijeenkomst presenteert u de resultaten. Grafiekgegevens:
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Reis- of werkvorm | Tien jaar geleden | Nu |
|---|---|---|
| Auto | 45% | 25% |
| Fiets | 20% | 35% |
| Openbaar vervoer | 25% | 20% |
| Thuiswerken | 10% | 20% |
Opdracht: Beschrijf de belangrijkste resultaten van het onderzoek. Benoem daarna twee problemen die door deze veranderingen kunnen ontstaan. Geef voor elk probleem een mogelijke oplossing. U krijgt twee minuten voorbereidingstijd en twee minuten spreektijd.
Luister je opnames terug en controleer je antwoorden
Werk na de oefenset in deze volgorde:
- Neem alle 13 opdrachten één keer op.
- Luister elke opname terug.
- Controleer of je hebt gedaan wat de opdracht vraagt.
- Kijk daarna naar je grammaticafouten.
- Herhaal de soorten opdrachten waarbij je niet alles hebt gedaan wat werd gevraagd.
Je kunt je gemaakte Staatsexamen NT2 niet inzien. Je kunt wel een examen uit de officiële oefenomgeving door een NT2-docent laten nakijken en bespreken.
Wat je nog oefent voordat je je aanmeldt
Mis je details uit de plaatjes? Herhaal dan de beschrijvingen. Geef je te weinig redenen? Oefen dan opnieuw met meningen en voorstellen. Bestaat je presentatie vooral uit losse cijfers? Oefen hoe je de resultaten verbindt met problemen en oplossingen.
Lukt het je om de opdrachten binnen de spreektijd uit te voeren? Probeer dan de officiële oefenomgeving voordat je je aanmeldt. De aanmelding begint ongeveer acht weken voor het examen.
Geef tijdens het examen antwoord in je eigen woorden. Als je alleen de opdracht voorleest, is het aantal punten dat je kunt krijgen beperkt.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Staatsexamens NT2 - Wat is het Staatsexamen NT2? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Programma I (B1) en Programma II, met situaties uit studie en werk.
- Staatsexamens NT2 - Hoe ziet het examen eruit? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Aantal spreekopdrachten, spreektijden, duur, werkwijze op de computer en de regel voor woordenboeken.
- Staatsexamens NT2 - Examens oefenen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële oefenomgeving, geschikte apparaten en mogelijk hergebruik van losse opdrachten in echte examens.
- Staatsexamens NT2 - Beoordeling examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Twee opgeleide beoordelaars, omrekening van punten naar een score en de grens van 500 om te slagen.
- Regeling beoordelingsnormen Staatsexamen Nt2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Juridische regels voor de beoordeling van spreekopdrachten en het toekennen van punten; geldende regeling.
- Regeling beoordelingsnormen Staatsexamen Nt2: oorspronkelijke publicatie (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Beoordelingscriteria per opdrachtlengte, wisselend aantal punten om te slagen en beperkingen bij het voorlezen van de opdracht.
- DUO: examengeld Staatsexamen Nt2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Standaardbedrag per onderdeel, voorwaarden voor gratis examens en betalen met een lening.
- DUO: aanmelden voor het Staatsexamen Nt2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Aanmelding vanaf ongeveer acht weken voor het examen, inschrijven met DigiD en de werkwijze zonder DigiD.
- Staatsexamens NT2 - Vragen van kandidaten (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Je kunt een gemaakt examen niet inzien. Een NT2-docent kan wel een oefenexamen nakijken en met je bespreken.
- Rijksoverheid - Middelbaar beroepsonderwijs (mbo) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De betekenis van de afkorting mbo: middelbaar beroepsonderwijs.