De beleefdheidsvorm u: u bent, u heeft, kunt u
Het beleefde u krijgt een enkelvoudig werkwoord (u bent, u heeft/hebt, u kunt), en het werkwoord houdt de -t zelfs in een vraag (kunt u).
u is de beleefde manier om iemand aan te spreken in het Nederlands, die je gebruikt bij vreemden, ambtenaren en mensen aan wie je respect of afstand wilt tonen: Kunt u mij helpen? Het is een enkelvoudig voornaamwoord en krijgt een enkelvoudig werkwoord, en — anders dan jij — houdt dat werkwoord overal zijn -t, zelfs in een vraag.
Hoe het werkwoord werkt bij u
In de regel krijgt het werkwoord na u dezelfde -t-vorm als de hij/zij-vorm: u werkt, u woont, u komt, u gaat. Twee veelvoorkomende werkwoorden hebben elk twee geaccepteerde vormen, dus beide zijn correct.
- Regelmatige werkwoorden: stam + -t, net als de hij-vorm. u werkt, u betaalt, u begrijpt.
- zijn: de standaardvorm is u bent. Het oudere u is duikt nog op, maar wordt nu breed als verouderd ervaren, dus houd u bent aan.
- hebben: u heeft of u hebt — beide zijn standaard. u heeft klinkt iets formeler.
- kunnen: u kunt of u kan — beide komen voor; u kunt heeft in Nederland in geschreven taal de voorkeur.
| Werkwoord | Vorm met u | Voorbeeld |
|---|---|---|
| wonen | u woont | Waar woont u? |
| gaan | u gaat | Gaat u zitten. |
| zijn | u bent (u is: verouderd) | U bent te laat. |
| hebben | u heeft / u hebt | Heeft u een afspraak? |
| kunnen | u kunt / u kan | Kunt u dit tekenen? |
De volledige tegenwoordige tijd van deze onregelmatige werkwoorden staat in zijn en hebben.
De -t blijft in een vraag
Als je een bewering in een vraag verandert en het werkwoord vóór het onderwerp komt, verliest jij zijn -t (jij werkt → werk jij?). u niet: het werkwoord houdt zijn -t.
- U komt → Komt u vanavond?
- U bent → Bent u de nieuwe buurman?
- U heeft → Heeft u even tijd?
- Vergelijk jij, dat de -t laat vallen: Werk jij hier? maar Werkt u hier?
Wanneer gebruik je u in plaats van je of jij
- Bij mensen die je niet kent, oudere mensen, ambtenaren, en in dienstverlenende of werksituaties: een arts, een medewerker bij de gemeente, een klant.
- Vuistregel: als je iemand met meneer of mevrouw zou aanspreken in plaats van met de voornaam, gebruik dan u.
- Bij vrienden, familie, gelijken, klasgenoten en kinderen gebruikt het Nederlands het informele je of jij.
- Het bijbehorende bezittelijk voornaamwoord is uw: uw naam, uw paspoort. Het volgt hetzelfde patroon als jou / jouw — zie jou of jouw.
Veelgemaakte fouten
Twee fouten komen vaak voor. Ten eerste: de -t in een vraag laten vallen naar analogie met jij: Kom u? en Woon u hier? zijn fout — het is Komt u? en Woont u hier? Ten tweede: u als meervoud behandelen en de -en-vorm gebruiken: u zijn en u hebben zijn fout. u is grammaticaal enkelvoud, dus het is u bent (niet u is, dat verouderd is) en u heeft / u hebt.
- Vul in: *___ u vanavond tijd?*
- Heb
- Heeft
- Hebben
- Heb je
Bij *u* is het werkwoord *hebben* *u heeft* (of *u hebt*), en de *-t* blijft in een vraag → **Heeft** u tijd?
- Welke is correct?
- Woon u in Amsterdam?
- Woont u in Amsterdam?
- Wonen u in Amsterdam?
- Woon u Amsterdam?
*u* krijgt de *-t*-vorm en houdt die in een vraag, dus het is **Woont u** — niet *Woon u* (dat zou het *jij*-patroon volgen).
- Waarom is *u zijn* fout in *U zijn te laat*?
- *u* is meervoud, dus het heeft -en nodig
- *u* is enkelvoud en krijgt het enkelvoudige *u bent*, niet het meervoudige *zijn*
- *te laat* staat op de verkeerde plaats
- er is niets fout
*u* is grammaticaal enkelvoud. Het werkwoord *zijn* wordt **u bent** — nooit het meervoudige *u zijn*. (Het oude *u is* bestaat ook, maar wordt nu als verouderd ervaren, dus gebruik *u bent*.)
- Vul in: *___ u mij even helpen?*
- Kun
- Kunt
- Kunnen
- Kan je
Bij *u* is het werkwoord *kunnen* *u kunt* (of *u kan*), en de *-t* blijft als het werkwoord vooraan staat → **Kunt** u mij helpen?
- Je spreekt met een medewerker bij de gemeente die je niet kent. Welk voornaamwoord past?
- jij
- je
- u
- jullie
Bij een vreemde in een officiële situatie gebruikt het Nederlands het beleefde **u**. *je/jij* bewaar je voor vrienden, familie en gelijken.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: ___ u vanavond tijd?