De beleefdheidsvorm u: u bent, u heeft, kunt u
De formele aanspreekvorm u krijgt een enkelvoudige werkwoordsvorm, ook als u een groep aanspreekt: u bent, u heeft/hebt, u kunt/kan en u zult/zal. Bij regelmatige werkwoorden blijft -t staan in vragen: werkt u?
u bent, u heeft en kunt u ...? zijn veelvoorkomende vormen bij het formele u. Kunt u mij helpen? is een beleefd verzoek. Bij u gebruik je een enkelvoudige werkwoordsvorm, ook als u beleefd naar een groep verwijst.
Enkelvoudige werkwoordsvormen bij u
U werkt hier. Een regelmatig werkwoord in de tegenwoordige tijd krijgt bij u de stam plus -t. De stam is de korte vorm die je bij ik gebruikt: ik werk → u werkt.
| Infinitief | Vorm bij u |
|---|---|
| wonen | u woont |
| betalen | u betaalt |
| begrijpen | u begrijpt |
| wachten | u wacht |
De stam van wachten eindigt al op -t. In het Nederlands schrijf je één t in u wacht.
Formeel u kan in zeer formele taal ook naar een groep verwijzen. Het werkwoord krijgt nog steeds de vorm voor één persoon: U bent welkom.
Veelvoorkomende onregelmatige werkwoorden bij u
U bent klaar. gebruikt de moderne vorm van zijn. De werkwoorden hebben, kunnen en zullen hebben elk twee vormen bij u.
| Werkwoord | Vorm bij u | Voorbeeld |
|---|---|---|
| zijn | u bent | Bent u klaar? |
| hebben | u heeft / u hebt | Heeft u een afspraak? |
| kunnen | u kunt / u kan | Kunt u dit tekenen? |
| zullen | u zult / u zal | Zult u even wachten? |
Beide vormen bij hebben, kunnen en zullen zijn standaard. u heeft komt iets vaker voor dan u hebt. In Nederland kiezen schrijvers meestal u kunt en u zult, vooral in kunt u en zult u. In het Belgisch-Nederlands zijn u kan/u kunt en u zal/u zult gelijkwaardig.
u bent is de moderne standaard. De vorm u is is verouderd en kan in oudere teksten voorkomen. De volledige tegenwoordige tijd van zijn en hebben staat bij zijn en hebben.
De -t vóór u
U werkt hier. wordt Werkt u hier? als het werkwoord vóór u komt. De -t blijft staan. De regel die -t na informeel jij/je weglaat, geldt niet voor u.
| Mededeling met u | Vraag met u |
|---|---|
| U komt vanavond. | Komt u vanavond? |
| U bent de nieuwe buur. | Bent u de nieuwe buur? |
| U heeft even tijd. | Heeft u even tijd? |
| U wacht buiten. | Wacht u buiten? |
De informele vormen zijn Jij werkt hier. en Werk jij hier? In de vraag staat werk zonder -t, omdat jij na het werkwoord staat.
Onderwerp u, voorwerp u en bezit met uw
U belt mij, en ik bel u. Het formele voornaamwoord is zowel als onderwerp als voorwerp u. Gebruik uw vóór een zelfstandig naamwoord om bezit uit te drukken: uw naam en uw paspoort. Vergelijk deze vormen met onderwerps- en voorwerpsvormen. Bij informeel jou en jouw gebruik je aparte vormen voor het voorwerp en bezit.
Wederkerend zich of u
U vergist zich. bevat een wederkerend voornaamwoord: een woord dat terugwijst naar het onderwerp. Zowel zich als u zijn standaard bij formeel u: U vergist zich. en U vergist u. Als het werkwoord vooraan staat, voorkomt zich dat u u naast elkaar staat: Vergist u zich? In een gebiedende zin gebruik je u: Vergis u niet!
Kleine letters bij u en uw
Ik mail u morgen over uw afspraak. gebruikt kleine letters voor u en uw. In gewoon Nederlands schrijf je U alleen met een hoofdletter aan het begin van een zin: U kunt morgen komen. Hoofdletters midden in een zin komen nu vooral voor bij bijzondere religieuze of koninklijke eerbied.
Formeel u naar relatie en situatie
Goedemiddag, kunt u mij helpen? past bij een officieel gesprek met iemand die je niet kent. Nederlandstaligen kiezen formeel u of informeel je/jij op basis van de relatie en situatie.
- Gebruik u in een formele of onbekende relatie, bijvoorbeeld bij een onbekende volwassene, een klant of een ambtenaar.
- Gebruik u bij een ouder persoon als de relatie om afstand vraagt; leeftijd alleen bepaalt geen vaste regel.
- Gebruik je/jij in een informele relatie, bijvoorbeeld bij vrienden, naaste familie, klasgenoten of kinderen.
- Volg de vorm die de persoon of organisatie gebruikt en stap na een uitnodiging over op je.
- Vul in: *___ u vanavond tijd?*
- *Heb*
- *Heeft*
- *Hebben*
- *Heb je*
Zowel *Heeft u ...?* als *Hebt u ...?* zijn standaard. Van deze opties maakt alleen *Heeft* een juiste formele vraag.
- Welke zin is juist?
- *Woon u in Amsterdam?*
- *Woont u in Amsterdam?*
- *Wonen u in Amsterdam?*
- *Woon u Amsterdam?*
Een regelmatig werkwoord krijgt bij *u* de stam plus *-t*, vóór of na het onderwerp. De juiste vraag is *Woont u in Amsterdam?*
- Waarom is *u zijn* fout in *U zijn te laat*?
- *u* is meervoud en krijgt daarom *-en*
- *u* krijgt de enkelvoudige vorm *u bent*, niet het meervoud *zijn*
- *te laat* staat op de verkeerde plaats
- Er is niets fout
*u* krijgt een enkelvoudige werkwoordsvorm, ook als het formeel naar een groep verwijst. Modern Nederlands gebruikt *u bent*, niet *u zijn* of het verouderde *u is*.
- Vul in: *___ u mij even helpen?*
- *Kun*
- *Kunt*
- *Kunnen*
- *Kan je*
*Kunt u mij even helpen?* is in Nederland de gebruikelijke formele vraag. *Kan u ...?* is ook standaard, vooral in het Belgisch-Nederlands, maar *Kan* staat niet tussen deze opties.
- Je spreekt tijdens een afspraak bij de *gemeente* met een medewerker die je niet kent. Welk voornaamwoord past?
- *jij*
- *je*
- *u*
- *jullie*
Een afspraak met een onbekende medewerker is een formele situatie, dus *u* past. Je kunt overstappen op *je/jij* als de medewerker of de *gemeente* een informele toon gebruikt.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: ___ u vanavond tijd?