De onvoltooid verleden tijd: regelmatige werkwoorden
Hoe je regelmatige werkwoorden in de verleden tijd zet — de -te / -de-regel en het ezelsbruggetje 't kofschip.
De onvoltooid verleden tijd is de vorm die je gebruikt om te zeggen dat iets in het verleden gebeurde: ik werkte. Bij regelmatige werkwoorden wordt hij met een vaste regel gevormd.
Hoe vorm je hem
Neem de stam — het werkwoord zonder de -en-uitgang (werken → werk) — en voeg -te of -de toe.
- Zoek de stam: haal -en van de infinitief af. werken → werk, maken → maak.
- Als de stam eindigt op een van de letters uit 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), voeg dan -te toe: werk → werkte, maak → maakte.
- Anders voeg je -de toe: speel → speelde, woon → woonde.
| Infinitief | Stam | Onvoltooid verleden tijd (enkelvoud) |
|---|---|---|
| werken | werk | werkte |
| maken | maak | maakte |
| spelen | speel | speelde |
| wonen | woon | woonde |
Wanneer gebruik je hem
- Voor afgeronde handelingen, vooral in een verhaal of in geschreven tekst: Ze opende de deur.
- Voor iets wat steeds opnieuw gebeurde: Elke zomer logeerden we bij oma.
- In alledaagse spreektaal geeft het Nederlands vaak de voorkeur aan de voltooid tegenwoordige tijd (Ik heb gewerkt) voor één afgeronde handeling; beide zijn correct.
Veelgemaakte fouten
Werkwoorden als leven en reizen lijken uitzonderingen. Hun stammen leef en reis eindigen op f en s, dus zou je -te verwachten. Ze krijgen -de: leefde, reisde. De reden is de spelling — de oorspronkelijke letter is v of z, nog zichtbaar in de infinitief (leven, reizen). Volg die oorspronkelijke letter: eindigt het werkwoord op -ven of -zen, gebruik dan -de. Meer hierover in waarom v een f wordt en z een s.
- Welke uitgang krijgt *werken* in de verleden tijd?
- -te, omdat *k* een 't kofschip-letter is
- -de, omdat *k* aan het eind komt
- -te, omdat het een kort werkwoord is
- -den, omdat het meervoud is
De stam *werk* eindigt op *k*, een 't kofschip-letter, dus je voegt **-te** toe → *werkte*.
- Vul in: *Zij ___ vorig jaar naar Parijs.* (reizen)
- reiste
- reisde
- reizde
- reesde
*Reizen* eindigt op *-zen*, dus het krijgt **-de**, ook al eindigt de stam *reis* op *s* → *reisde*.
- Wat is de stam van *spelen*?
- spel
- speel
- spelen
- speelde
Haal *-en* van *spelen* af en houd de lange klinker → *speel*.
- Welke zin gebruikt de onvoltooid verleden tijd correct?
- Gisteren maakte ik mijn huiswerk.
- Gisteren maak ik mijn huiswerk.
- Gisteren maakt ik mijn huiswerk.
- Gisteren ik maakte mijn huiswerk.
*Maken* → stam *maak* (*k* is een 't kofschip-letter) → *maakte*, en het werkwoord komt als tweede: *Gisteren **maakte** ik…*
- Waarom wordt *wonen* *woonde* en niet *woonte*?
- *n* is geen 't kofschip-letter, dus het krijgt -de
- *n* is een 't kofschip-letter
- omdat het meervoud is
- omdat de stam kort is
De stam *woon* eindigt op *n*, dat niet in 't kofschip zit, dus het krijgt **-de** → *woonde*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Welke uitgang krijgt werken in de verleden tijd?