Leer hoe Nederlandse werkwoorden veranderen met het onderwerp en de tijd, hoe werkwoorden samenwerken en waar elke vorm in de zin staat.
Ik werk vandaag. Het werkwoord werk geeft de handeling aan, past bij ik en staat in de tegenwoordige tijd. Nederlandse werkwoorden kunnen ook een toestand of verandering uitdrukken. Een zin kan meerdere werkwoorden combineren voor een voltooide handeling, mogelijkheid, verplichting of plan. Als je deze vormen leert, kun je de juiste uitgang kiezen en elk werkwoord op de juiste plaats zetten.
Begin met de werkwoordstam en de vier spellingsregels, want veel regelmatige vormen bouwen daarop voort. Leer daarna de onvoltooid tegenwoordige tijd voordat je verdergaat met de voltooid tegenwoordige tijd, die een hulpwerkwoord combineert met een vorm voor een voltooide handeling: het voltooid deelwoord. Ga verder met modale werkwoorden voor mogelijkheid, verplichting, toestemming en bedoeling. Oefen vervolgens met scheidbare werkwoorden in het heden en verleden zinnen waarin het eerste deel los van het werkwoord komt te staan.