De werkwoordstam en de vier stamregels
Hoe je de stam uit een infinitief haalt en de vier spellingregels die hem correct houden — de basis voor elke vervoeging.
De stam is de basisvorm van een werkwoord — wat er van de infinitief overblijft als je de uitgang eraf haalt. Van werken krijg je de stam werk. Bijna elke tijd wordt op de stam gebouwd, dus de stam goed vormen is de eerste stap in de vervoeging.
Hoe vind je de stam
Neem de infinitief, haal de uitgang -en eraf en pas dan de spelling aan zodat het woord hetzelfde blijft klinken. Nederlandse infinitieven eindigen bijna altijd op -en: kopen, wonen, bakken.
Vier regels maken van de infinitief een correcte stam:
- Haal -en eraf. Dat geeft de ruwe stam: werken → werk, kopen → kop..., bakken → bakk.... Regels 2–4 verbeteren dan de spelling.
- Houd een lange klinker lang. Een klinker die één keer geschreven wordt in de infinitief (wo-nen, ko-pen) staat in een open lettergreep en is daar lang. In de stam komt hij in een gesloten lettergreep terecht, dus schrijf je hem dubbel om de lange klank te behouden: wonen → woon, kopen → koop, maken → maak. Meer hierover in open en gesloten lettergrepen.
- Een stam kan niet eindigen op een dubbele medeklinker, dus er valt er één weg: bakken → bak, rennen → ren, zetten → zet.
- Een stam kan ook niet eindigen op v of z. Als dat zou gebeuren, wordt v een f en z een s: geven → geef, reizen → reis. Zie waarom v een f wordt en z een s.
| Infinitief | Regel die geldt | Stam |
|---|---|---|
| werken | haal -en eraf | werk |
| maken | houd de lange klinker | maak |
| kopen | houd de lange klinker | koop |
| bakken | enkele medeklinker | bak |
| rennen | enkele medeklinker | ren |
| geven | v wordt f | geef |
| reizen | z wordt s | reis |
Een handvol werkwoorden eindigt op -iën, zoals skiën en taxiën (van een vliegtuig). Die doorbreken het patroon hierboven. De ik-vorm houdt alleen de kale -i over — ik ski, ik taxi — terwijl de vormen die -t toevoegen er eerst een -e- tussen schuiven, zodat de -i niet verkeerd wordt gelezen: jij skiet, hij taxiet.
Waar gebruik je de stam
De stam is de bouwsteen voor de meeste vormen van het werkwoord:
- De ik-vorm van de tegenwoordige tijd: ik werk, ik woon.
- De jij- en hij-vorm, die -t aan de stam toevoegen: jij werkt, hij woont.
- De gebiedende wijs (imperatief): Werk!, Ren!.
- De verleden tijd en het voltooid deelwoord worden ook op de stam gebouwd.
Veelgemaakte fouten
De meeste fouten ontstaan bij de regel voor klinkerlengte. Je schrijft al snel won of kop door -en eraf te knippen — vormen die je met een korte klinker zou lezen (kop klinkt dan als het gewone woord kop). De infinitief verbergt de lengte: doordat wo-nen en ko-pen net na de klinker splitsen, is een enkele o daar al lang. Maar de stammen woon en koop zijn elk één gesloten lettergreep, dus hebben ze de dubbele oo nodig. Werkwoorden met een korte klinker hebben die valkuil niet: bakken houdt zijn korte a als bak.
- Wat is de stam van *maken*?
- mak
- maak
- maken
- makk
Haal *-en* eraf en je krijgt *mak*, verdubbel dan de klinker om hem lang te houden: de stam is *maak*.
- Waarom wordt de stam van *reizen* geschreven als *reis* en niet *reiz*?
- omdat het een kort werkwoord is
- omdat een stam niet op z kan eindigen, dus z wordt s
- omdat je twee letters weglaat
- omdat het meervoud is
Een stam eindigt nooit op *v* of *z*. De *z* van *reizen* wordt een *s*, wat *reis* geeft.
- Vul in: de stam van *rennen* is ___.
- renn
- ren
- renne
- reen
Een stam kan niet eindigen op een dubbele medeklinker, dus *renn* verliest één *n* → *ren*. De klinker blijft kort.
- Welke stam is correct voor *wonen*?
- won
- woon
- woon...en
- wone
De enkele *o* in *wo-nen* is lang. In de stam met een gesloten lettergreep schrijf je hem dubbel om die klank te behouden: *woon*.
- Wat is de stam van *geven*?
- gev
- geve
- geef
- geven
Haal *-en* eraf voor *gev*; de lange *e* wordt dubbel *ee*, en omdat een stam niet op *v* kan eindigen, wordt het *f* → *geef*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Wat is de stam van maken?