Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Grammatica

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Facebook-groep:

A1

A2

B1

B2

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

Inburgering.org/Grammar/Het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord (de lachende man)

Het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord (de lachende man)

Hoe je van een werkwoord een bijvoeglijk naamwoord op -d maakt: infinitief + d (lachend, kokend water), dat daarna -e krijgt zoals elk bijvoeglijk naamwoord.

Het tegenwoordig deelwoord is de Nederlandse tegenhanger van het Engelse -ing-bijvoeglijk naamwoord: de lachende man, kokend water. Het beschrijft een zelfstandig naamwoord dat de handeling zelf uitvoert.

Hoe vorm je het

Voeg -d toe aan de infinitief; als het vóór een zelfstandig naamwoord staat, krijgt het daarna -e zoals elk ander bijvoeglijk naamwoord.

  1. Begin bij de hele infinitief, niet bij de stam: lachen, koken, slapen.
  2. Voeg -d toe: lachen → lachend, koken → kokend, slapen → slapend. Dit is het kale tegenwoordig deelwoord.
  3. Vóór een zelfstandig naamwoord voeg je de bijvoeglijke -e toe waar de regel voor de -e-uitgang dat vraagt: de lachende man, het slapende kind, huilende kinderen.
InfinitiefTegenwoordig deelwoordVóór een zelfstandig naamwoord
lachenlachendde lachende man
slapenslapendhet slapende kind
huilenhuilendeen huilend meisje
kokenkokendkokend water
vallenvallendeen vallende ster

Of het deelwoord -e krijgt, volgt de gewone regels voor het bijvoeglijk naamwoord. Het krijgt -e na de/het en in het meervoud (de lachende man, lachende mensen), maar geen -e vóór een het-woord zonder lidwoord — daarom blijft het kokend water (zie wanneer een bijvoeglijk naamwoord geen -e krijgt).

Wanneer gebruik je het

  • Om een zelfstandig naamwoord te beschrijven dat actief iets doet: een lopende rekening, stromend water, een rijdende trein.
  • Als bijwoord, om te beschrijven hoe iets gebeurt: Ze liep zingend naar huis. Hij kwam huilend binnen.
  • In vaste tijdsuitdrukkingen: de komende weken, volgende week, het lopende jaar — allemaal tegenwoordige deelwoorden van komen, volgen en lopen.

Tegenwoordig deelwoord of voltooid deelwoord?

Allebei kunnen ze als bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord staan, maar ze betekenen het tegenovergestelde. Het tegenwoordig deelwoord (-d) is actief — het zelfstandig naamwoord voert de handeling uit. Het voltooid deelwoord is passief of afgerond — de handeling is met het zelfstandig naamwoord gedaan.

  • kokend water (het water kookt) vs gekookt water (iemand heeft het gekookt).
  • de vallende bladeren (vallen nu) vs de gevallen bladeren (al gevallen).
  • een lachend kind vs een verwend kind (van verwennen).
  • Hoe vorm je het tegenwoordig deelwoord van *lachen*?
    • Voeg -end toe aan de infinitief: lachenend
    • Voeg -d toe aan de infinitief: lachend
    • Voeg ge- en -t toe: gelacht
    • Voeg -ing toe: laching

    Het tegenwoordig deelwoord is de infinitief + *d*: *lachen → lachend*. Je voegt geen *-end* toe aan de infinitief (dat zou *lachenend* geven), en *gelacht* is het voltooid deelwoord.

  • Vul in: *de ___ man* (lachen)
    • lachend
    • lachende
    • gelachen
    • lacht

    Vóór een *de*-woord krijgt het deelwoord de bijvoeglijke *-e*: *de lachende man.*

  • Waarom is het *kokend water* en niet *kokende water*?
    • Tegenwoordige deelwoorden krijgen nooit -e
    • *water* is een het-woord zonder lidwoord, dus krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen -e
    • *water* is meervoud
    • omdat het een vaste uitdrukking is

    Het deelwoord volgt de gewone regel voor het bijvoeglijk naamwoord: een *het*-woord zonder lidwoord krijgt geen *-e*, dus *kokend water.*

  • Welke woordgroep betekent “boiled water” (iemand heeft het gekookt)?
    • kokend water
    • gekookt water
    • kokende water
    • te koken water

    Het voltooid deelwoord *gekookt* is de afgeronde/passieve vorm: *gekookt water*. *kokend water* is water dat nu kookt.

  • Welke zin gebruikt het tegenwoordig deelwoord correct als bijwoord?
    • Ze liep zingend naar huis.
    • Ze liep gezongen naar huis.
    • Ze liep zingt naar huis.
    • Ze liep zingende naar huis.

    Als bijwoord houdt het deelwoord zijn kale *-d*-vorm: *Ze liep zingend naar huis.*

Test jezelf

Question 1 of 5

Hoe vorm je het tegenwoordig deelwoord van lachen?

See also

  • De -e-uitgang van het bijvoeglijk naamwoord
  • Hoe vorm je het Nederlandse voltooid deelwoord (ge- ... -d/-t)
  • Het gerundium: het werkwoord als zelfstandig naamwoord (het roken)