De -e-uitgang van het bijvoeglijk naamwoord
Hoe en wanneer een bijvoeglijk naamwoord een -e krijgt vóór een zelfstandig naamwoord (de grote hond, het grote huis, grote huizen), en hoe de spelling verandert.
De grote hond, het grote huis en grote huizen gebruiken allemaal grote, het bijvoeglijk naamwoord dat het zelfstandig naamwoord beschrijft. Het zelfstandig naamwoord en het woord ervoor bepalen of groot verandert in grote.
Hoe kies je de vorm met -e?
De regel hieronder geldt voor regelmatige bijvoeglijke naamwoorden met een aparte -e-vorm. Gebruik die vorm vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord met de en vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord. Gebruik hem vóór een bepaald enkelvoudig zelfstandig naamwoord met het. Bijvoeglijke naamwoorden zonder aparte -e-vorm behouden hun bestaande vorm.
Een graadaanduidend woord vóór het bijvoeglijk naamwoord volgt een apart patroon. Zowel een heel mooie dag als een hele mooie dag is standaardtaal; zie heel, erg, zeer en te voor deze variatie.
- Plaats: gebruik dit patroon alleen als het bijvoeglijk naamwoord direct vóór het zelfstandig naamwoord staat.
- Meervoud: als het bijvoeglijk naamwoord een -e-vorm heeft, gebruik je die vorm.
- Enkelvoudig de-woord (een zelfstandig naamwoord met de): gebruik de -e-vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
- Enkelvoudig het-woord (een zelfstandig naamwoord met het): gebruik de -e-vorm alleen als het zelfstandig naamwoord bepaald is.
Een enkelvoudig het-woord is bepaald na het, dit of dat. Een bezittelijk voornaamwoord maakt het ook bepaald: mijn oude huis. Vergelijk het bepaalde het grote huis met het onbepaalde een groot huis. Het onbepaalde patroon heeft een eigen pagina.
| Soort zelfstandig naamwoord | Bepaald enkelvoud | Met een | Bepaald meervoud |
|---|---|---|---|
| de-woord: hond | de grote hond | een grote hond | de grote honden |
| het-woord: huis | het grote huis | een groot huis | de grote huizen |
Hoe verandert de spelling vóór -e?
Groot wordt grote, maar wit wordt witte. Door -e toe te voegen ontstaat er een extra lettergreep. Daarom kan de Nederlandse spelling veranderen om de oorspronkelijke klinkerklank te behouden.
| Patroon | Verandering vóór -e | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Geen spellingaanpassing | Voeg -e toe. | nieuw → nieuwe, leuk → leuke, oud → oude |
| Lange klinker: aa, ee, oo of uu vóór één eindmedeklinker | Schrijf één klinker in de nieuwe open lettergreep. Bekijk open en gesloten lettergrepen. | groot → grote, rood → rode, duur → dure |
| Korte beklemtoonde klinker vóór één eindmedeklinker | Verdubbel de medeklinker om de klinker kort te houden. | wit → witte, dik → dikke, dun → dunne |
| Sommige bijvoeglijke naamwoorden op f of s | Verander in deze groep f in v of s in z. Andere bijvoeglijke naamwoorden behouden hun laatste f of s; bekijk de f/v- en s/z-regel of een woordenboek. | lief → lieve, vies → vieze, boos → boze |
| Bijvoeglijk naamwoord dat al op een onbeklemtoonde -e eindigt | Behoud dezelfde vorm. | oranje bloemen, een roze jas |
Waar behoudt een regelmatig bijvoeglijk naamwoord de basisvorm?
In De hond is groot. staat groot na het werkwoord. Een regelmatig bijvoeglijk naamwoord behoudt in de twee situaties hieronder zijn basisvorm.
- Na een koppelwerkwoord zoals zijn: De hond is groot. Het huis is nieuw.
- Vóór een onbepaald enkelvoudig het-woord: een groot huis, geen goed plan, warm water. Bekijk de volledige regel zonder e voor de woorden die een het-woord onbepaald maken.
Te vermijden fout: een bepaalt de uitgang niet
Een witte auto krijgt -e. Een wit huis gebruikt de basisvorm. Auto is een de-woord, terwijl huis een het-woord is. Kijk naar het zelfstandig naamwoord en behandel een niet als het beslissende signaal.
- Vul de zin aan: *Ik zie ___ hond.* Gebruik *groot*.
- *een grote*
- *een groot*
- *een groter*
- *de groot*
*Hond* is een de-woord, dus het bijvoeglijk naamwoord krijgt *-e* na *een*: *Ik zie een grote hond.*
- Welke optie maakt *Ik eet ___ appel.* compleet? Gebruik *rood*.
- *de rode*
- *de roode*
- *de rodde*
- *de rood*
De eerste lettergreep van *rode* is open. Eén *o* houdt de klinker lang: *Ik eet de rode appel.*
- Vul de zin aan: *Dat zijn ___ boeken.* Gebruik *leuk*.
- *leuk*
- *leuke*
- *leuker*
- *leukste*
Een regelmatig bijvoeglijk naamwoord met een *-e*-vorm gebruikt die vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord: *Dat zijn leuke boeken.*
- Waarom gebruikt *Het huis is groot.* het woord *groot* zonder *-e*?
- omdat *huis* een het-woord is
- omdat het bijvoeglijk naamwoord na *is* staat en niet vóór het zelfstandig naamwoord
- omdat *groot* een lange klinker heeft
- omdat de zin enkelvoudig is
Hier staat *groot* na het koppelwerkwoord *is*. Een bijvoeglijk naamwoord na een koppelwerkwoord gebruikt zijn basisvorm.
- Welke zin betekent dat je een witte auto hebt?
- *Ik heb een wit auto.*
- *Ik heb een witte auto.*
- *Ik heb een wite auto.*
- *Ik heb een witt auto.*
*Auto* is een de-woord, dus *wit* krijgt *-e*. Op de korte klinker volgt één eindmedeklinker, dus de *t* verdubbelt: *Ik heb een witte auto.*
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul de zin aan: Ik zie ___ hond. Gebruik groot.