Wanneer een bijvoeglijk naamwoord geen -e krijgt (een groot huis)
De drie gevallen waarin een bijvoeglijk naamwoord de -e laat vallen: een onbepaald het-woord (een groot huis), na iets/niets + -s, en stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden op -en.
Een bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord krijgt normaal een -e-uitgang: de grote hond. In drie situaties blijft het kaal, zonder -e. De bekendste is een groot huis.
Wanneer krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen -e?
Laat de -e weg in drie gevallen: vóór een onbepaald het-woord, na woorden als iets en niets (waar je in plaats daarvan -s toevoegt), en bij stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden die al op -en eindigen.
- Het zelfstandig naamwoord is een het-woord dat onbepaald is — ingeleid door een, geen, geen lidwoord, of woorden als elk, ieder, veel, welk of zo'n: een groot huis.
- Het bijvoeglijk naamwoord volgt op iets, niets, wat, veel of weinig; dan krijgt het -s, niet -e: iets leuks.
- Het bijvoeglijk naamwoord noemt een materiaal en eindigt op -en: een houten tafel. Die krijgen nooit -e.
Onbepaalde het-woorden: het belangrijkste geval
Dit is het geval dat leerlingen het vaakst tegenkomen. Een het-woord laat de -e van het bijvoeglijk naamwoord vallen als het onbepaald is — dus als het niet wordt vastgelegd door het, een aanwijzend of een bezittelijk voornaamwoord. Vergelijk een het-woord met een de-woord:
| de-woord (de auto) | het-woord (het huis) | |
|---|---|---|
| met de/het | de nieuwe auto | het nieuwe huis |
| met een | een nieuwe auto | een nieuw huis |
| met geen | geen nieuwe auto | geen nieuw huis |
Dus alleen het vakje een/geen + het-woord verliest de -e. Hetzelfde gebeurt na elk, ieder, welk, zo'n en helemaal geen lidwoord: elk klein kind, zo'n groot huis, veel warm water. kind, huis en water zijn allemaal het-woorden.
Na iets, niets, wat: voeg juist -s toe
Als een bijvoeglijk naamwoord volgt op iets, niets, wat, veel of weinig, krijgt het -s in plaats van -e: Ik heb iets leuks gekocht. Meer voorbeelden: niets nieuws, wat lekkers, iets moois. Dezelfde -s-vorm kom je tegen bij de woorden op de iemand/iets-pagina.
Materialen op -en
Bijvoeglijke naamwoorden die beschrijven waarvan iets gemaakt is, eindigen op -en en krijgen er nooit een uitgang bij: houten, gouden, zilveren, stenen, glazen. Ze blijven hetzelfde vóór elk zelfstandig naamwoord, de-woord of het-woord.
- de houten tafel — de-woord, nog steeds geen -e.
- het glazen dak — het-woord.
- een gouden ring, een stenen muur.
Veelgemaakte fouten
De regel haalt de -e alleen weg bij een het-woord. Een de-woord met een houdt zijn -e: een grote tafel, niet een groot tafel. Leerlingen laten de -e vaak overal na een weg, maar tafel, auto en film zijn de-woorden, dus die blijven een grote tafel, een nieuwe auto, een leuke film. Twijfel je, controleer dan of het zelfstandig naamwoord een de- of een het-woord is.
- Vul in: *Wij wonen in ___ huis.* (het huis, groot)
- een groot
- een grote
- een groter
- de grote
*Huis* is een het-woord met *een* (onbepaald), dus het bijvoeglijk naamwoord laat de *-e* vallen → *een groot huis*.
- Wat is juist?
- Ik zag iets leuk.
- Ik zag iets leuke.
- Ik zag iets leuks.
- Ik zag iets leuker.
Na *iets* krijgt het bijvoeglijk naamwoord *-s*, niet *-e* → *iets leuks*.
- Vul in: *Ik heb ___ auto gekocht.* (de auto, nieuw)
- een nieuw
- een nieuwe
- een nieuwer
- een nieuws
*Auto* is een de-woord, en een de-woord met *een* houdt de *-e* → *een nieuwe auto*. De regel zonder *-e* geldt alleen voor het-woorden.
- In welke woordgroep staat het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord juist?
- de houtene tafel
- de houten tafel
- de houtne tafel
- de hout tafel
Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden eindigen op *-en* en krijgen er nooit een uitgang bij, ook niet vóór een de-woord → *de houten tafel*.
- Waarom heeft *een oud huis* geen *-e*, maar *een oude man* wel?
- *huis* is een het-woord en *man* is een de-woord
- *oud* is korter dan *oude*
- *man* is meervoud
- *huis* komt eerder in het alfabet
*Huis* is een het-woord, dus met *een* laat het bijvoeglijk naamwoord de *-e* vallen (*een oud huis*); *man* is een de-woord, dus die houdt hem (*een oude man*).
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: Wij wonen in ___ huis. (het huis, groot)