Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Grammatica

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Facebook-groep:

A1

A2

B1

B2

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

Inburgering.org/Grammar/Wanneer een bijvoeglijk naamwoord geen -e krijgt (een groot huis)

Wanneer een bijvoeglijk naamwoord geen -e krijgt (een groot huis)

De drie gevallen waarin een bijvoeglijk naamwoord de -e laat vallen: een onbepaald het-woord (een groot huis), na iets/niets + -s, en stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden op -en.

Een bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord krijgt normaal een -e-uitgang: de grote hond. In drie situaties blijft het kaal, zonder -e. De bekendste is een groot huis.

Wanneer krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen -e?

Laat de -e weg in drie gevallen: vóór een onbepaald het-woord, na woorden als iets en niets (waar je in plaats daarvan -s toevoegt), en bij stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden die al op -en eindigen.

  1. Het zelfstandig naamwoord is een het-woord dat onbepaald is — ingeleid door een, geen, geen lidwoord, of woorden als elk, ieder, veel, welk of zo'n: een groot huis.
  2. Het bijvoeglijk naamwoord volgt op iets, niets, wat, veel of weinig; dan krijgt het -s, niet -e: iets leuks.
  3. Het bijvoeglijk naamwoord noemt een materiaal en eindigt op -en: een houten tafel. Die krijgen nooit -e.

Onbepaalde het-woorden: het belangrijkste geval

Dit is het geval dat leerlingen het vaakst tegenkomen. Een het-woord laat de -e van het bijvoeglijk naamwoord vallen als het onbepaald is — dus als het niet wordt vastgelegd door het, een aanwijzend of een bezittelijk voornaamwoord. Vergelijk een het-woord met een de-woord:

de-woord (de auto)het-woord (het huis)
met de/hetde nieuwe autohet nieuwe huis
met eeneen nieuwe autoeen nieuw huis
met geengeen nieuwe autogeen nieuw huis

Dus alleen het vakje een/geen + het-woord verliest de -e. Hetzelfde gebeurt na elk, ieder, welk, zo'n en helemaal geen lidwoord: elk klein kind, zo'n groot huis, veel warm water. kind, huis en water zijn allemaal het-woorden.

Na iets, niets, wat: voeg juist -s toe

Als een bijvoeglijk naamwoord volgt op iets, niets, wat, veel of weinig, krijgt het -s in plaats van -e: Ik heb iets leuks gekocht. Meer voorbeelden: niets nieuws, wat lekkers, iets moois. Dezelfde -s-vorm kom je tegen bij de woorden op de iemand/iets-pagina.

Materialen op -en

Bijvoeglijke naamwoorden die beschrijven waarvan iets gemaakt is, eindigen op -en en krijgen er nooit een uitgang bij: houten, gouden, zilveren, stenen, glazen. Ze blijven hetzelfde vóór elk zelfstandig naamwoord, de-woord of het-woord.

  • de houten tafel — de-woord, nog steeds geen -e.
  • het glazen dak — het-woord.
  • een gouden ring, een stenen muur.

Veelgemaakte fouten

De regel haalt de -e alleen weg bij een het-woord. Een de-woord met een houdt zijn -e: een grote tafel, niet een groot tafel. Leerlingen laten de -e vaak overal na een weg, maar tafel, auto en film zijn de-woorden, dus die blijven een grote tafel, een nieuwe auto, een leuke film. Twijfel je, controleer dan of het zelfstandig naamwoord een de- of een het-woord is.

  • Vul in: *Wij wonen in ___ huis.* (het huis, groot)
    • een groot
    • een grote
    • een groter
    • de grote

    *Huis* is een het-woord met *een* (onbepaald), dus het bijvoeglijk naamwoord laat de *-e* vallen → *een groot huis*.

  • Wat is juist?
    • Ik zag iets leuk.
    • Ik zag iets leuke.
    • Ik zag iets leuks.
    • Ik zag iets leuker.

    Na *iets* krijgt het bijvoeglijk naamwoord *-s*, niet *-e* → *iets leuks*.

  • Vul in: *Ik heb ___ auto gekocht.* (de auto, nieuw)
    • een nieuw
    • een nieuwe
    • een nieuwer
    • een nieuws

    *Auto* is een de-woord, en een de-woord met *een* houdt de *-e* → *een nieuwe auto*. De regel zonder *-e* geldt alleen voor het-woorden.

  • In welke woordgroep staat het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord juist?
    • de houtene tafel
    • de houten tafel
    • de houtne tafel
    • de hout tafel

    Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden eindigen op *-en* en krijgen er nooit een uitgang bij, ook niet vóór een de-woord → *de houten tafel*.

  • Waarom heeft *een oud huis* geen *-e*, maar *een oude man* wel?
    • *huis* is een het-woord en *man* is een de-woord
    • *oud* is korter dan *oude*
    • *man* is meervoud
    • *huis* komt eerder in het alfabet

    *Huis* is een het-woord, dus met *een* laat het bijvoeglijk naamwoord de *-e* vallen (*een oud huis*); *man* is een de-woord, dus die houdt hem (*een oude man*).

Test jezelf

Question 1 of 5

Vul in: Wij wonen in ___ huis. (het huis, groot)

See also

  • De -e-uitgang van het bijvoeglijk naamwoord
  • de of het? Het geslacht van zelfstandige naamwoorden
  • een en wanneer het Nederlands het lidwoord weglaat