Nederlandse infinitieven als zelfstandig naamwoord: Lezen helpt, het lezen
Het Nederlands gebruikt de onveranderde infinitief als naam voor een activiteit, met of zonder het. Leer de twee patronen, waar aanvullingen komen en waarom de activiteitsvorm normaal geen meervoud heeft.
Lezen ontspant me. Hier noemt lezen een activiteit en staat de infinitief op de plaats van een zelfstandig naamwoord. Zo'n infinitief heet een nominale infinitief. De vorm blijft gelijk aan de gewone infinitief.
De nominale infinitief houdt de woordenboekvorm
Gebruik de woordenboekvorm zonder die te veranderen. Hij kan alleen staan of volgen op een woord als het of dat. Voeg voor deze nominale functie geen speciale uitgang toe.
- Begin met de infinitief: lezen, wachten, opstaan.
- Gebruik hem zonder het: Lezen kost tijd. Of zet het ervoor: Het lezen kost tijd.
- Verander de infinitief niet als je toevoegt wat iemand leest, een vast voorzetsel of een woord als snel. In de volgende delen zie je waar die woorden komen.
| Patroon | lezen | wachten | opstaan |
|---|---|---|---|
| Zonder het | Lezen helpt mij ontspannen. | Wachten kost tijd. | Opstaan is soms moeilijk. |
| Met het | Het lezen duurde een uur. | Het wachten duurde lang. | Het vroege opstaan valt me zwaar. |
Zowel Lezen als het lezen is mogelijk
Een determineerder is een woord als het of dat dat voor een zelfstandig naamwoord staat. Een blote nominale infinitief heeft geen determineerder: Lezen is ontspannend. Een bepaalde nominale infinitief heeft er wel een: Het lezen van de brief duurde vijf minuten. Dat lange wachten irriteert me.
| Constructie | Voorbeeld | Let hierop |
|---|---|---|
| Algemene activiteit als onderwerp | Fietsen is gezond. | Geen lidwoord |
| Na houden van | Ik houd van lezen. | Geen lidwoord |
| Na na | Na het lezen ga ik slapen. | Gebruik in deze constructie na het |
| Na bij | Bij het opstaan drink ik water. | Gebruik in deze constructie bij het |
Een voorzetsel bepaalt niet voor elke uitdrukking hetzelfde lidwoordpatroon. Leer de hele constructie: houden van lezen, na het lezen, bij het opstaan. Het is het bepaalde lidwoord voor zelfstandige naamwoorden in de onzijdige groep. Een infinitief die zo wordt gebruikt, hoort bij die groep. Schrijf daarom het lezen en niet de lezen.
Objecten staan vóór een blote infinitief en meestal na een bepaalde infinitief
Zet in het blote patroon een direct object vóór de infinitief: Boeken lezen is nuttig. Met het is het gebruikelijke patroon infinitief + van + object: Het lezen van boeken is nuttig.
| Patroon | Direct object | Vast voorzetsel |
|---|---|---|
| Blote nominale infinitief | Boeken lezen kost tijd. | Op de bus wachten is saai. |
| Met het | Het lezen van boeken kost tijd. | Het wachten op de bus duurde lang. |
Het patroon met een direct object het boeken lezen komt voor, maar is minder gebruikelijk. Kies liever boeken lezen of het lezen van boeken. Een werkwoord met een vast voorzetsel houdt dat voorzetsel in beide patronen: op de bus wachten en het wachten op de bus.
Bepalingen kunnen de handeling of de manier waarop die gebeurt beschrijven
Hard werken zegt dat iemand hard werkt: hard vertelt hoe de handeling gebeurt en krijgt geen -e. Het harde werken betekent dat het werk zwaar is: harde beschrijft de activiteit als zelfstandig naamwoord en krijgt -e.
| Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|
| Hoe de handeling gebeurt | hard werken, veel reizen |
| De activiteit beschreven als zelfstandig naamwoord | het harde werken, het vele reizen |
Beide vormen kunnen op het volgen. Het hard werken legt de nadruk op hoe iemand werkt. Het harde werken stelt de activiteit als zwaar werk voor.
Scheidbare werkwoorden blijven in de infinitief aaneengeschreven
Schrijf een scheidbaar werkwoord aaneen wanneer de infinitief ervan als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt. Opstaan is moeilijk. Na het afwassen rust ik uit. In Opstaan is moeilijk. komt de hoofdletter door de positie aan het begin van de zin. Midden in een zin schrijf je Ik houd niet van vroeg opstaan.
Nominale infinitieven voor activiteiten hebben normaal geen meervoud
Productief betekent dat Nederlandstaligen deze activiteitsvorm vrij van bijna elke infinitief kunnen maken. De vorm is onzijdig en heeft normaal geen meervoud: het lezen, niet de lezens; het spelen, niet de spelens. Ook staat er normaal geen een voor. Vaste uitdrukkingen en geluidsbeschrijvingen vormen een kleine uitzondering, zoals een vreemd tikken.
Sommige woorden met de vorm van een infinitief hebben als gewoon zelfstandig naamwoord een aparte woordenboekbetekenis ontwikkeld. Deze gelexicaliseerde zelfstandige naamwoorden kunnen een meervoud hebben: het leven – de levens, het optreden – de optredens, het verlangen – de verlangens. Dat meervoud hoort bij de zelfstandignaamwoordbetekenis; het maakt meervoudige activiteitsvormen als de lezens niet productief.
De functie in de zin onderscheidt dit gebruik als zelfstandig naamwoord van andere werkwoordsvormen
Dezelfde infinitiefvorm kan in een zin een andere functie hebben. Een infinitief met te of een blote infinitief na een hulpwerkwoord blijft een werkwoord. Een tegenwoordig deelwoord of voltooid deelwoord heeft een andere vorm.
| Vorm | Functie | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Nominale infinitief | Noemt de activiteit | Lezen helpt me. |
| te + infinitief | Tweede werkwoord na een werkwoord dat te vereist | Ik probeer te lezen. |
| Blote infinitief na een hulpwerkwoord | Tweede werkwoord zonder te | Ik kan lezen. |
| Tegenwoordig deelwoord | Beschrijft iemand of iets dat de handeling uitvoert | een lezend kind |
| Voltooid deelwoord | Vormt hier een voltooide werkwoordsvorm | Ik heb het boek gelezen. |
- Welke zin gebruikt een blote nominale infinitief?
- *Lezen helpt mij ontspannen.*
- *Ik probeer te lezen.*
- *Ik kan lezen.*
- *Een lezend kind zit daar.*
In *Lezen helpt mij ontspannen.* noemt *Lezen* de activiteit en is het het onderwerp. De andere opties gebruiken een tweede werkwoord of een tegenwoordig deelwoord.
- Vul in: *___ lezen van boeken kost tijd.*
- *De*
- *Het*
- *Een*
- *Die*
Een bepaalde nominale infinitief is onzijdig. Het bepaalde lidwoord is daarom *het*: *Het lezen van boeken kost tijd.*
- Welke optie geeft de twee neutrale patronen voor het directe object *boeken*?
- *Boeken lezen / het lezen van boeken*
- *Lezen boeken / het boeken lezen*
- *Boeken te lezen / het van boeken lezen*
- *Gelezen boeken / het boeken gelezen*
Gebruik object + blote nominale infinitief in *boeken lezen*. Kies met *het* bij voorkeur infinitief + *van* + object: *het lezen van boeken*.
- Welke spelling is juist wanneer *opstaan* als naam voor een activiteit wordt gebruikt?
- *Vroeg opstaan is lastig.*
- *Vroeg op staan is lastig.*
- *Vroeg opgestaan is lastig.*
- *Vroeg staat op is lastig.*
Wanneer een scheidbaar werkwoord als nominale infinitief wordt gebruikt, blijft de infinitief aaneengeschreven: *opstaan*. De zin luidt daarom *Vroeg opstaan is lastig.*
- Welke vorm kan een meervoud hebben omdat hij een aparte gelexicaliseerde zelfstandignaamwoordbetekenis heeft?
- *de lezens*
- *de optredens*
- *de spelens*
- *de wachtens*
*Het optreden* kan een voorstelling betekenen. Daarom heeft dit gelexicaliseerde zelfstandig naamwoord het meervoud *de optredens*. Productieve activiteitsvormen als *het lezen* en *het spelen* hebben normaal geen meervoud.
Test jezelf
Question 1 of 5
Welke zin gebruikt een blote nominale infinitief?