Hoe vorm je het Nederlandse voltooid deelwoord (ge- ... -d/-t)
Hoe je het Nederlandse voltooid deelwoord bouwt: ge- + stam + -t of -d, waarbij 't kofschip de uitgang bepaalt, plus de werkwoorden die ge- overslaan.
Het voltooid deelwoord is de vaste werkwoordsvorm waarmee je de voltooide tijden bouwt: gewerkt in Ik heb gewerkt. Het verandert nooit om overeen te komen met het onderwerp. Bij de meeste werkwoorden bouw je het met één patroon.
Hoe vorm je het
Zet ge- vóór de stam (het werkwoord zonder de -en-uitgang) en voeg -t of -d toe aan het einde: ge- + stam + -t/-d. De keuze tussen -t en -d is dezelfde als in de verleden tijd.
- Zoek de stam: haal -en van de infinitief af. werken → werk, luisteren → luister.
- Zet ge- aan het begin.
- Kies de uitgang met 't kofschip: als de stam eindigt op t, k, f, s, ch of p, voeg dan -t toe; anders -d. werk → gewerkt, luister → geluisterd.
| Infinitief | Stam | Voltooid deelwoord |
|---|---|---|
| werken | werk | gewerkt |
| koken | kook | gekookt |
| fietsen | fiets | gefietst |
| wonen | woon | gewoond |
| spelen | speel | gespeeld |
| luisteren | luister | geluisterd |
Je schrijft nooit twee dezelfde medeklinkers aan het einde van een deelwoord. Een stam die al op t of d eindigt, houdt daarom zijn enkele letter en krijgt er niets bij: praten → gepraat, melden → gemeld.
Werkwoorden die ge- overslaan
Werkwoorden die beginnen met de onbeklemtoonde voorvoegsels be-, er-, ge-, her-, ont- of ver- krijgen geen ge-. Het voorvoegsel neemt die plaats in; je voegt nog steeds -t of -d toe.
- betalen → betaald
- vertellen → verteld
- ontmoeten → ontmoet (stam ontmoet eindigt al op t)
- herhalen → herhaald
- gebeuren → gebeurd
Werkwoorden op -eren horen niet bij deze groep: ze houden ge- zoals elk regelmatig werkwoord, en omdat de stam op r eindigt, krijgen ze -d: studeren → gestudeerd, feliciteren → gefeliciteerd.
Sterke werkwoorden eindigen op -en
Een groep veelvoorkomende werkwoorden — de sterke werkwoorden — bouwt het deelwoord anders: ze houden ge- maar eindigen op -en, en vaak verandert de klinker van de stam. Deze leer je één voor één.
- lopen → gelopen
- lezen → gelezen
- schrijven → geschreven
- nemen → genomen
Wanneer gebruik je het
Het voltooid deelwoord is op zichzelf geen tijd; het is een bouwsteen voor andere vormen, altijd met dezelfde vorm:
- In de voltooid tegenwoordige tijd: Ik heb gewerkt.
- In de voltooid verleden tijd: Ik had gewerkt.
- Als bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord: een gebakken ei.
Veelgemaakte fouten
De meest voorkomende fout is ge- toevoegen aan een werkwoord met een voorvoegsel: het is betaald, niet gebetaald; verteld, niet geverteld. Het voorvoegsel doet het werk van ge- al. Een tweede valkuil is de uitgang: volg 't kofschip, dus fietsen geeft gefietst met -t (de stam fiets eindigt op s), niet gefietsd.
- Wat is het voltooid deelwoord van *koken*?
- gekookt
- gekookd
- koktte
- gekooken
Stam *kook* eindigt op *k*, een letter uit 't kofschip, dus de uitgang is *-t*: *ge + kook + t = gekookt*.
- Vul in: *Ik heb de rekening al ___.* (betalen)
- gebetaald
- betaald
- betaalt
- gebetaalt
*Betalen* begint met het onbeklemtoonde voorvoegsel *be-*, dus krijgt het geen *ge-*. De stam *betaal* eindigt op *l*, geen letter uit 't kofschip, dus de uitgang is *-d*: *betaald*.
- Welk voltooid deelwoord is correct?
- geantwoordd
- geantwoord
- geantwoort
- antwoord
De stam *antwoord* eindigt al op *d*, en een deelwoord verdubbelt die nooit: *ge + antwoord = geantwoord*.
- Waarom wordt *fietsen* *gefietst* en niet *gefietsd*?
- omdat het een sterk werkwoord is
- omdat de stam *fiets* op *s* eindigt, een letter uit 't kofschip, dus is de uitgang -t
- omdat het met een voorvoegsel begint
- omdat het op -en eindigt
De stam *fiets* eindigt op *s*, die in 't kofschip zit, dus krijgt het deelwoord *-t*: *gefietst*.
- Wat is het voltooid deelwoord van *studeren*?
- studeerd
- gestudeert
- gestudeerd
- studeren
Werkwoorden op *-eren* houden *ge-* zoals elk regelmatig werkwoord, en de stam eindigt op *r* (geen letter uit 't kofschip), dus de uitgang is *-d*: *gestudeerd*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Wat is het voltooid deelwoord van koken?