Modale werkwoorden voor vermoedens en berichten: zal wel, moet wel, kan niet en zou
Hoe modale werkwoorden mogelijkheid, gevolgtrekking, waarschijnlijkheid en onbevestigde berichten in heden en verleden markeren.
In Het licht brandt nog; Noor moet nog op kantoor zijn geeft moet een conclusie op basis van aanwijzingen. Het drukt geen verplichting voor Noor uit.
Hoe kies je een modaal werkwoord voor een vermoeden of bericht?
Gebruik kan (wel) voor een mogelijkheid, kan niet voor iets wat je uitsluit, moet (wel) voor een dwingende conclusie, zal (wel) voor een waarschijnlijk vermoeden en zou voor onbevestigde informatie uit een andere bron.
- Bepaal of je je eigen inschatting geeft of informatie van iemand anders doorgeeft.
- Kies het modale werkwoord dat bij de bron en kracht van die inschatting past.
- Gebruik een gewone infinitief voor een toestand of gebeurtenis op het relevante moment: De arts kan nog in gesprek zijn.
- Maak je nu een inschatting over een eerdere gebeurtenis, laat dan kan, moet of zal de persoonsvorm en zet het andere werkwoord in de voltooide infinitief: Ze moet de datum verkeerd gelezen hebben.
| Inschatting | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Eén mogelijkheid | kan (wel) + infinitief | De bezorger kan wel bij de buren zijn. |
| Als onmogelijk uitgesloten | kan niet + infinitief | Deze pas kan niet van Leila zijn; haar naam staat op de andere. |
| Dwingende conclusie uit aanwijzingen | moet (wel) + infinitief | Alle stoelen zijn weg; de zaal moet al ontruimd zijn. |
| Waarschijnlijk vermoeden | zal (wel) + infinitief | Ravi zal wel in de trein zitten; hij vertrok een uur geleden. |
| Onbevestigd bericht | zou + infinitief | Volgens de krant zou de brug maandag weer opengaan. |
Het partikel wel staat vaak bij deze inschattingen. Het is gebruikelijk bij kan en zal en kan een gevolgtrekking met moet versterken, maar het modale werkwoord draagt de hoofdbetekenis. De categorieën overlappen ook: ze beschrijven hoe de spreker een conclusie presenteert, geen vaste percentages.
Hoe trek je een conclusie over het verleden?
Bij je eigen huidige inschatting blijft kan, moet of zal de persoonsvorm. Het andere werkwoord staat in de voltooide infinitief: een voltooid deelwoord met de infinitief hebben of zijn. Ook berichtgevend zou kan met zo'n voltooide infinitief worden gecombineerd.
Kies hebben of zijn zoals in de gewone voltooide tijd. Het modale werkwoord als persoonsvorm geeft je oordeel nu; de voltooide infinitief plaatst de beoordeelde gebeurtenis eerder.
| Betekenis | Vorm voor het heden of het huidige moment | Inschatting over een eerdere gebeurtenis |
|---|---|---|
| Mogelijk | Mina kan ziek zijn. | Mina kan ziek geweest zijn. |
| Onmogelijk | De datum kan niet juist zijn. | De brief kan niet gisteren verstuurd zijn; hij draagt de datum van vandaag. |
| Gevolgtrekking uit aanwijzingen | Mina moet thuis zijn; haar fiets staat buiten. | Mina is er nog niet; ze moet zich verslapen hebben. |
| Waarschijnlijk vermoeden | Mina zal wel thuis zijn. | Mina zal zich wel verslapen hebben. |
| Informatie uit een andere bron | Mina zou thuis zijn. | Mina zou de trein gemist hebben. |
Vergelijk Mina heeft langer moeten werken met Mina moet langer gewerkt hebben. In de eerste zin staat een verplichting in het verleden. In de tweede trekt de spreker nu een conclusie over werk in het verleden. De algemene pagina over modale werkwoorden behandelt de gewone betekenissen van vaardigheid, toestemming en verplichting.
Wanneer gebruik je elke betekenis?
- Gebruik kan (wel) als de uitspraak één reële mogelijkheid blijft: De storing kan tijdelijk zijn.
- Gebruik kan niet als je aanwijzingen de uitspraak uitsluiten: De aanvraag kan niet al zijn goedgekeurd; het gesprek is pas morgen.
- Gebruik moet (wel) als de beschikbare feiten je naar één conclusie leiden: Er liggen verse voetafdrukken in de hal; iemand moet binnen zijn geweest.
- Gebruik zal (wel) voor een gewone waarschijnlijkheid of aanname: De receptie zal wel gesloten zijn. De context onderscheidt deze betekenis van de toekomende tijd met zullen.
- Gebruik berichtgevend zou als je informatie toeschrijft zonder die zelf te bevestigen: De aannemer zou de regels hebben overtreden. Met een bepaling met volgens kun je de bron noemen.
Hoe verschillen de gewone modale betekenissen?
Gewoon modaal gebruik beschrijft de vaardigheid, plicht of toekomstige handeling van het onderwerp. De betekenissen op deze pagina beoordelen of een hele uitspraak waar is.
| Vorm | Gewone betekenis | Inschatting of bericht |
|---|---|---|
| kunnen | Omar kan de kast openen. — vaardigheid | Omar kan bij de receptie zijn. — mogelijkheid |
| moeten | Yara moet vandaag thuiswerken. — verplichting | Yara moet thuis zijn; haar jas hangt in de gang. — gevolgtrekking |
| zullen | Yara zal morgen bellen. — uitspraak over de toekomst | Yara zal wel onderweg zijn. — vermoeden |
| zou | Ik zou bellen als ik het nummer had. — voorwaarde | De directeur zou vorige week zijn vertrokken. — bericht |
Berichtgevend zou heeft dezelfde vorm als voorwaardelijk zou. Een genoemde of impliciete informatiebron maakt de berichtgevende lezing waarschijnlijker. Een voorwaarde met als wijst op de voorwaardelijke lezing.
Veelgemaakte fouten
- Zet moeten niet in de verleden tijd alleen omdat de gebeurtenis waarover je een conclusie trekt eerder plaatsvond. Gebruik voor een conclusie die je nu trekt moet + voltooid deelwoord + hebben/zijn: Hij moet de afslag gemist hebben.
- Lees niet elk moet als een instructie. In Het alarm staat aan; de deur moet al gesloten zijn trekt de spreker een conclusie.
- Presenteer berichtgevend zou niet als bewijs. De vorm markeert informatie uit een andere bron, terwijl de spreker zich niet volledig aan de waarheid ervan verbindt.
- Houd de voltooide infinitief bij elkaar aan het einde van een hoofdzin: Ze kan het bericht verkeerd gelezen hebben.
Lees ook
Herhaal de gewone betekenissen en vormen bij modale werkwoorden. Vergelijk waarschijnlijkheid met de onvoltooid toekomende tijd en onderscheid berichtgevend zou van de voorwaardelijke vorm en de voltooide toekomende en voorwaardelijke tijd.
- De toegangspas werkt en de naam van de houder staat al op het scherm. Vul de conclusie aan: *De pas ___ al geactiveerd zijn.*
- moet
- kan niet
- zou
- moest
De zichtbare aanwijzingen ondersteunen nu een dwingende conclusie. *moet al geactiveerd zijn* betekent dat de pas al geactiveerd moet zijn.
- Welke zin sluit een gebeurtenis in het verleden uit? Het verzendlabel van het pakket is vanochtend afgedrukt.
- *Het pakket zal wel gisteren bezorgd zijn.*
- *Het pakket zou gisteren bezorgd zijn.*
- *Het pakket kan niet gisteren bezorgd zijn.*
- *Het pakket moest gisteren bezorgd zijn.*
*kan niet* presenteert de uitspraak als onmogelijk. De voltooide infinitief *bezorgd zijn* plaatst de veronderstelde bezorging in het verleden.
- Welke zin trekt nu op basis van aanwijzingen een conclusie over een eerdere handeling van Noor?
- *Noor heeft de verkeerde ingang moeten nemen.*
- *Noor moest de verkeerde ingang genomen hebben.*
- *Noor zou de verkeerde ingang nemen.*
- *Noor moet de verkeerde ingang genomen hebben.*
Bij een huidige gevolgtrekking blijft *moet* de persoonsvorm en staat de eerdere handeling in de voltooide infinitief *genomen hebben*.
- Welke zin geeft duidelijk een onbevestigd bericht door?
- *Volgens de woordvoerder zou de directeur vorige week zijn vertrokken.*
- *De directeur moet vandaag vroeg vertrekken.*
- *De directeur kan goed alleen reizen.*
- *De directeur zal morgen vertrekken.*
*Volgens de woordvoerder* noemt de bron. Berichtgevend *zou* laat zien dat de spreker de informatie doorgeeft en niet zelf bevestigt.
- Je hebt geen beslissende aanwijzingen en doet een gewoon waarschijnlijk vermoeden. Vul in: *De monteur ___ onderweg zijn.*
- kan niet
- moet verplicht
- zou volgens
- zal wel
*zal wel* drukt een gewone waarschijnlijkheid uit: *De monteur zal wel onderweg zijn.*
Test jezelf
Question 1 of 5
De toegangspas werkt en de naam van de houder staat al op het scherm. Vul de conclusie aan: De pas ___ al geactiveerd zijn.