blijken, lijken en schijnen: de bron van een bewering
Zo combineren blijken, lijken en schijnen met te + infinitief of een bijzin met voorlopig het om de bewijskracht van een bewering aan te geven.
Het Nederlands kan de bron van een bewering in het werkwoord verwerken. Uit de test blijkt dat de motor goed werkt presenteert een conclusie op basis van bewijs, niet een gok of gerucht.
Hoe kies je tussen blijken, lijken en schijnen?
Gebruik blijken voor een conclusie die door sterk bewijs wordt ondersteund, lijken voor een voorlopige indruk en schijnen meestal voor informatie die wordt doorverteld zonder aanwijsbare grond.
- Vraag waarop de bewering steunt: een resultaat, je huidige indruk of informatie van anderen.
- Kies blijken als de beschikbare feiten de conclusie duidelijk en deelbaar maken.
- Kies lijken als het bewijs onvolledig is of vanuit het standpunt van één persoon wordt beoordeeld.
- Kies schijnen voor de gewone lezing als horen zeggen: de bewering gaat rond, maar de spreker presenteert de onderliggende bewijzen niet.
- Kies een patroon: zet het besproken onderwerp vóór te + infinitief, of formuleer de hele bewering in een bijzin met dat.
| Werkwoord | Bewijskracht | Voorbeeld |
|---|---|---|
| blijken | het bewijs ondersteunt een vaste conclusie | De cijfers blijken verouderd te zijn. |
| lijken | het bewijs ondersteunt alleen een voorlopige of subjectieve indruk | De planning lijkt haalbaar te zijn. |
| schijnen | meestal een bericht, gerucht of bewering zonder aanwijsbaar bewijs | De eigenaar schijnt het pand te verkopen. |
Deze betekenissen zijn bruikbare uitgangspunten, geen drie afgesloten vakjes. Schijnen kan ook een algemenere indruk uitdrukken. Sprekers vinden lijken en schijnen soms dicht bij elkaar liggen. Maak de bron in een beoordeelde of formele tekst helder: bewezen resultaat → blijken; je voorlopige lezing → lijken; doorvertelde informatie → schijnen.
Hoe werken het patroon met te en de bijzin met dat?
Beide patronen presenteren dezelfde basisbewering vanuit een andere hoek. Het patroon met te begint met de besproken persoon of zaak. In het patroon met een persoonsvorm blijft de volledige bewering in een bijzin met dat.
| Bronwaarde | Onderwerp + te | Bijzin met persoonsvorm |
|---|---|---|
| vaste conclusie | De pomp blijkt te lekken. | Het blijkt dat de pomp lekt. |
| voorlopige indruk | De afspraak lijkt uit te lopen. | Het lijkt erop dat de afspraak uitloopt. |
| doorvertelde bewering | De winkel schijnt te verhuizen. | Het schijnt dat de winkel verhuist. |
Het bewijs zelf staat het natuurlijkst bij blijken: Uit de onderhoudsrapporten blijkt dat de pomp al weken lekt. Bij lijken kan een ondervinder aangeven van wie de beoordeling komt: Het lijkt mij dat de afspraak uitloopt. Voeg deze aanvullingen niet mechanisch aan alle drie de werkwoorden toe.
Te hoort bij het infinitiefpatroon. Herhaal de gewone infinitief met te als een scheidbaar werkwoord of langere werkwoordgroep de plaats ervan moeilijk zichtbaar maakt.
Wat is het verschil tussen blijkbaar en schijnbaar?
Gebruik voor maximale duidelijkheid blijkbaar als bewijs je ertoe brengt iets als werkelijk aan te nemen: De balie is blijkbaar al dicht; alle lichten zijn uit. Gebruik schijnbaar als iets alleen die indruk wekt: De schijnbaar lege map bevatte nog een contract.
Dit aanbevolen onderscheid is in het huidige gebruik geen absolute regel. Vooral als bijwoord komt schijnbaar ook voor met dezelfde betekenis ‘klaarblijkelijk’ als blijkbaar. De context kan dus overlap toelaten. Het onderscheid hierboven helpt een zorgvuldige lezer werkelijk bewijs van een misleidende schijn te onderscheiden.
Wanneer gebruik je deze werkwoorden?
- Gebruik uit X blijkt dat ... in verslagen wanneer een genoemd resultaat, onderzoek, document of meetresultaat de conclusie ondersteunt.
- Gebruik lijken om een voorlopige beoordeling open te houden: De oplossing lijkt te werken, maar de test loopt nog.
- Gebruik schijnen als je informatie doorgeeft zonder te beweren dat je rechtstreeks toegang tot het bewijs hebt.
- Gebruik het patroon met te om het onderwerp vooraan te houden en het patroon met dat wanneer de volledige bewering de bruikbare eenheid is.
Veelgemaakte fouten
- Gebruik schijnen niet voor een conclusie die de cijfers aantoonbaar bewijzen. Daarmee verzwak je de genoemde bron van bewijs tot een bericht of indruk.
- Presenteer lijken niet als zekerheid. Het laat de beoordeling voorlopig, ook als de huidige aanwijzingen allemaal dezelfde kant op wijzen.
- Beweer niet dat blijkbaar en schijnbaar altijd elkaars tegengestelde zijn. Hun gebruik overlapt, al is het aanbevolen onderscheid duidelijker.
Zie ook
Herhaal de infinitief met te, vergelijk de houding van de spreker bij modale werkwoorden en leer hoe vaste combinaties van werkwoord en voorzetsel werken. Ga voor kleinere schakeringen in de houding van de spreker verder met modale partikels en bijwoorden van zekerheid.
- Een afgeronde laboratoriumtest stelt het resultaat vast. Vul in: *Uit de test ___ dat het monster zuiver is.*
- *schijnt*
- *lijkt*
- *blijkt*
- *hoort*
*Blijkt* presenteert de conclusie als ondersteund door sterk, aanwijsbaar bewijs: de afgeronde test.
- Je geeft alleen je eerste indruk. Vul in: *De schade ___ mee te vallen, maar het onderzoek begint net.*
- *blijkt*
- *lijkt*
- *schijnt*
- *hoeft*
*Lijkt mee te vallen* houdt de beoordeling voorlopig. Dat past bij een onderzoek dat net is begonnen.
- Je herhaalt een onbevestigd bericht. Vul in: *De directeur ___ volgende maand te vertrekken.*
- *blijkt*
- *schijnt*
- *laat*
- *hoeft*
*Schijnt te vertrekken* presenteert het vertrek gewoonlijk als doorvertelde informatie, niet als een conclusie uit bewijs dat je aanwijst.
- Welke zin noemt op natuurlijke wijze het bewijs voor een vaste conclusie?
- *Uit de meetreeks blijkt dat het verbruik daalt.*
- *Volgens een gerucht schijnt het verbruik te dalen.*
- *Het verbruik lijkt te dalen.*
- *Het schijnt dat het verbruik daalt.*
*Uit de meetreeks blijkt dat ...* is het vaste verslagpatroon voor een conclusie uit een genoemde bron.
- Welke uitspraak over *blijkbaar* en *schijnbaar* klopt?
- In het huidige gebruik zijn ze altijd exacte tegenstellingen.
- *Schijnbaar* kan nooit als bijwoord functioneren.
- Gebruik voor duidelijkheid *blijkbaar* voor een conclusie uit bewijs en *schijnbaar* voor een misleidende indruk, maar erken de gedocumenteerde overlap.
- Beide woorden betekenen dat een bewering is weerlegd.
Het aanbevolen onderscheid bevordert de duidelijkheid, maar bijwoordelijk *schijnbaar* kan tegenwoordig met *blijkbaar* overlappen. Het is geen absolute tegenstelling.
Test jezelf
Question 1 of 5
Een afgeronde laboratoriumtest stelt het resultaat vast. Vul in: Uit de test ___ dat het monster zuiver is.