De Nederlandse lijdende vorm met worden en zijn
Hoe je de Nederlandse lijdende vorm maakt: worden + voltooid deelwoord voor een handeling die bezig is, zijn + voltooid deelwoord voor het voltooide resultaat, en door voor de handelende persoon.
In een bedrijvende zin doet het onderwerp de handeling: De bakker bakt het brood. In een zin in de lijdende vorm wordt datgene waarop de handeling wordt uitgevoerd het onderwerp: Het brood wordt gebakken. Wie het doet, kan worden weggelaten of later worden toegevoegd.
Hoe maak je het
Bouw de lijdende vorm met een vorm van worden of zijn plus het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord, met het deelwoord aan het einde van de zin.
- Maak het object van de bedrijvende zin het nieuwe onderwerp: het brood.
- Zet de juiste vorm van worden of zijn op de tweede plaats (zie hieronder welke).
- Zet het voltooid deelwoord aan het einde: Het brood wordt gebakken.
Je hebt de vormen van worden nodig: ik word, jij/hij wordt, wij/jullie/zij worden in de tegenwoordige tijd; werd (enkelvoud) en werden (meervoud) in de verleden tijd.
| Tijd | Hulpwerkwoord | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|---|
| Tegenwoordige tijd | wordt / worden | De brief wordt geschreven. | de handeling is nu bezig |
| Verleden tijd | werd / werden | De brief werd geschreven. | de handeling was toen bezig |
| Voltooid tegenwoordige tijd | is / zijn | De brief is geschreven. | de handeling is nu voltooid |
| Voltooid verleden tijd | was / waren | De brief was geschreven. | de handeling was toen al voltooid |
worden of zijn?
Gebruik worden voor een handeling die nog bezig is (of was); gebruik zijn voor het voltooide resultaat van die handeling. Dit is de grootste valkuil voor Engelstaligen, omdat het Engels voor beide to be gebruikt.
- worden = de handeling is bezig: De ramen worden gewassen. (iemand is er nu mee bezig)
- zijn = de handeling is klaar en het resultaat is er: De ramen zijn gewassen. (nu schoon)
- Dus is/was + deelwoord is in het Nederlands de voltooide lijdende vorm, niet de tegenwoordige tijd. Waar het Engels 'the house is sold' zegt als een voltooid feit, zegt het Nederlands Het huis is verkocht; zolang het te koop staat, is het Het huis wordt verkocht.
Zeggen wie het doet: door
Om te zeggen door wie de handeling wordt gedaan — de handelende persoon — gebruik je door met die persoon, meestal midden in de zin vóór het deelwoord.
- Het brood wordt door de bakker gebakken.
- De les werd door een gastdocent gegeven.
- De door-bepaling is optioneel. Het Nederlands laat de handelende persoon vaak weg als die onbekend of onbelangrijk is: Er wordt aan gewerkt.
Veelgemaakte fouten
Vertaal het Engelse 'is/was' niet klakkeloos naar is/was + deelwoord. Het Engelse the letter is written (op dit moment) is De brief wordt geschreven met worden; De brief is geschreven betekent dat het al af is. Let op hetzelfde verschil in de verleden tijd: werd is de handeling die bezig is, was is het voltooide resultaat. De keuze weerspiegelt die van de voltooid tegenwoordige tijd, waar het deelwoord ook aan het einde van de zin komt.
- Vul in: *De afwas ___ nu gedaan.* (iemand is nu bezig met afwassen)
- is
- wordt
- was
- heeft
De handeling is bezig, dus gebruik je *worden*: *De afwas wordt nu gedaan.*
- Wat betekent *Het huis is verkocht*?
- Het huis wordt op dit moment verkocht
- Het huis is verkocht (het is weg)
- Het huis zal verkocht worden
- Iemand moet het huis verkopen
*is* + deelwoord is de voltooide lijdende vorm: de verkoop is voltooid. Het lopende proces zou *Het huis wordt verkocht* zijn.
- Welk woord markeert de handelende persoon (wie de handeling doet) in een Nederlandse lijdende vorm?
- van
- met
- door
- bij
De handelende persoon volgt op *door*: *Het brood wordt door de bakker gebakken.*
- Zet in de lijdende vorm in de verleden tijd: *De brief ___ geschreven.* (het schrijven was bezig)
- werd
- was
- is
- wordt
De verleden tijd van *worden* (enkelvoud) is *werd*: *De brief werd geschreven.* *was* zou betekenen dat het al af was.
- Welke zin is een correcte lijdende vorm?
- De ramen worden gewassen.
- De ramen wassen gewassen.
- De ramen hebben gewassen.
- De ramen zijn wassen.
De lijdende vorm is een vorm van *worden*/*zijn* + voltooid deelwoord: *De ramen worden gewassen.*
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: De afwas ___ nu gedaan. (iemand is nu bezig met afwassen)