De Nederlandse kale infinitief: het tweede werkwoord zonder markering
Modale werkwoorden zijn hulpwerkwoorden die vermogen, verplichting, toestemming, bedoeling of verwachting uitdrukken. Na deze en enkele andere veelgebruikte werkwoorden gebruik je de woordenboekvorm zonder te (de infinitiefmarkeerder).
Ik kan zwemmen. gebruikt zwemmen als kale infinitief: de woordenboekvorm zonder te (de infinitiefmarkeerder). Ik probeer te zwemmen. gebruikt in plaats daarvan de infinitief met te. Het eerste werkwoord en zijn betekenis bepalen welk patroon volgt.
Waar staat een kale infinitief in een hoofdzin?
Ik ga vanavond koken. zet het vervoegde hulpwerkwoord op de tweede plaats en de kale infinitief in de werkwoordelijke eindgroep (de groep werkwoorden aan het einde).
- Vervoeg het eerste werkwoord bij het onderwerp: Wij kunnen ....
- Gebruik het tweede werkwoord in de woordenboekvorm: ... morgen komen.
- Zet de overige informatie tussen de twee werkwoordposities: Wij kunnen morgen komen.
Staan er meer werkwoorden, houd de laatste werkwoorden dan samen in de werkwoordgroep: Ik wil je iets laten zien.
Welke veelgebruikte werkwoorden nemen een kale infinitief?
Je moet nu gaan. laat het basispatroon van modale werkwoorden zien: de vijf modale werkwoorden in de eerste rij nemen de volgende infinitief direct.
| Eerste werkwoord of groep | Gebruik | Voorbeeld | Beperking |
|---|---|---|---|
| Modale werkwoorden: kunnen, moeten, mogen, willen, zullen | Vermogen, verplichting, toestemming, bedoeling of verwachting | Je moet nu gaan. | Gebruik de kale infinitief direct. Hoeven volgt in een eenvoudige zin een andere regel. |
| blijven | Een handeling gaat door of wordt herhaald | Hij blijft praten. | Het onderwerp zet de handeling uit de infinitief voort. |
| gaan | Beweging naar een activiteit, het begin van een handeling of een toekomstige handeling | We gaan vanavond koken. | De precieze betekenis komt uit de context, maar de volgende infinitief van de activiteit is kaal. |
| komen | Beweging naar een activiteit | Ze komt vanavond eten. | Komen te geeft vaak een gevolg aan waar het onderwerp niet voor kiest: Tijdens de wandeling kwam hij te vallen. |
| laten | Toestemming, iets laten gebeuren of een dienst regelen | Ik laat mijn fiets repareren. | De persoon die de reparatie uitvoert, kan ongenoemd blijven. |
| Waarnemingswerkwoorden: zien, horen, voelen | Directe zintuiglijke waarneming | Ik hoor de buren zingen. | Als het zelfstandig naamwoord vóór de infinitief de uitvoerder noemt, voert die persoon of zaak de tweede handeling uit. |
| helpen, leren | Hulp, leren of onderwijzen | Ze helpt me koken.; Ik leer zwemmen. | Beide kunnen ook voorkomen met een aparte bijzin met (om) te. De constructies zijn niet in elke context uitwisselbaar. |
De tabel bevat veelgebruikte A2-patronen, niet alle constructies met een kale infinitief. Kijk naar het eerste werkwoord en zijn betekenis. Het volgende werkwoord kan kaal zijn, te krijgen of een constructie met om te (om iets te bereiken) vormen.
Wie voert de handeling uit na waarnemingswerkwoorden en laten?
Het zelfstandig naamwoord vóór de infinitief kan noemen wie de tweede handeling uitvoert. In een dienstconstructie met laten kan die uitvoerder ongenoemd blijven.
| Constructie | Voorbeeld | Uitvoerder van de infinitief | Andere rol |
|---|---|---|---|
| Waarnemingswerkwoord | Ik hoor de kinderen lachen. | de kinderen | Er wordt geen andere deelnemer genoemd. |
| laten met een genoemde uitvoerder | Ik laat Noor de brief lezen. | Noor | de brief ondergaat de handeling. |
| laten voor een dienst | Ik laat mijn fiets repareren. | Een ongenoemde reparateur | mijn fiets ondergaat de handeling. |
Wanneer staat er te na helpen en leren?
Helpen kan een kale infinitief of een aparte infinitiefzin met te gebruiken. Bij leren hangt het patroon af van de betekenis.
| Eerste werkwoord | Constructie | Voorbeeld | Beperking |
|---|---|---|---|
| helpen | Kale infinitief | Ik help hem de auto wassen. | De hulp en de handeling waarbij iemand helpt vormen één werkwoordgroep. |
| helpen | Aparte infinitiefzin met te | Ik help hem de auto te wassen. | Ga er niet van uit dat dit in elke context werkt waarin het kale patroon werkt. |
| leren | Gewoonlijk kaal bij een aangeleerde vaardigheid | Zij leert lezen. | Bij andere betekenissen kan een aparte bijzin met (om) te mogelijk zijn. |
Wanneer laten modale werkwoorden te weg, maar behoudt hoeven het?
Ik wil slapen. gebruikt de kale infinitief na willen. Het tweede werkwoord staat dus in de woordenboekvorm, zonder te. De vorm Ik wil te slapen is onjuist.
Je hoeft niet te komen. behoudt te na hoeven in een eenvoudige zin met twee werkwoorden. In grotere werkwoordgroepen kan het Nederlands te onder specifieke voorwaarden weglaten. Deze regel geldt daarom alleen voor het eenvoudige patroon dat hier wordt behandeld.
- Maak de zin af: *Ik kan goed ___.*
- *te koken*
- *koken*
- *om te koken*
- *gekookt*
*Kunnen* is een modaal werkwoord en neemt daarom de kale infinitief *koken*: *Ik kan goed koken.*
- Welke zin gebruikt *laten* correct voor iets dat je laat doen?
- *Hij laat zijn auto te wassen.*
- *Hij laat zijn auto wassen.*
- *Hij laat zijn auto om te wassen.*
- *Hij laat zijn auto gewassen.*
*Laten* neemt een kale infinitief: *Hij laat zijn auto wassen.* De persoon die de auto wast, blijft ongenoemd.
- Waarom staat er geen *te* in *Ik hoor de kinderen spelen.*?
- *Horen* is een waarnemingswerkwoord en neemt bij directe waarneming een kale infinitief.
- De zin is te kort voor *te*.
- *Spelen* staat al in het meervoud.
- *Te* wordt alleen in vragen gebruikt.
*Horen* kan bij directe zintuiglijke waarneming een kale infinitief nemen. In deze zin voeren *de kinderen* de handeling *spelen* uit.
- Welk eerste werkwoord heeft normaal *te* nodig vóór een volgende infinitief?
- *willen*
- *gaan*
- *proberen*
- *blijven*
*Proberen* neemt normaal een infinitief met *te*: *Ik probeer te komen.* De andere drie kunnen in de hierboven behandelde betekenissen een kale infinitief nemen.
- Maak de zin af: *Je hoeft vandaag niet ___.*
- *te werken*
- *werken*
- *om werken*
- *gewerkt*
In een eenvoudige zin met twee werkwoorden neemt *hoeven* *te*: *Je hoeft vandaag niet te werken.*
Test jezelf
Question 1 of 5
Maak de zin af: Ik kan goed ___.