Onscheidbare werkwoorden (werkwoorden waarvan het eerste deel vast blijft zitten): verkopen, betalen en ontmoeten
Houd het voorvoegsel vast in ik verkoop en voeg in verkocht geen ge- toe; gebruik de klemtoon of een woordenboek bij gemengde patronen.
Ik verkoop morgen mijn fiets. Houd ver- in elke vorm vast aan het werkwoord en voeg in de voltooide tijd geen ge- toe: Ik heb mijn fiets verkocht. Bij begindelen die zowel in scheidbare als onscheidbare werkwoorden voorkomen, geeft de klemtoon een aanwijzing. Zoek een onbekend werkwoord op in een woordenboek. Een onscheidbaar werkwoord houdt zijn eerste deel vast; een scheidbaar werkwoord kan dat deel elders in de zin zetten.
Het eerste deel blijft in elke werkwoordsvorm vastzitten
Ik betaal, ik betaalde en betaald houden allemaal be- vast. Een voltooid deelwoord is de werkwoordsvorm die je in de voltooide tijd met hebben of zijn gebruikt, zoals betaald. Een regelmatig werkwoord krijgt de gewone uitgangen voor verleden tijd en voltooid deelwoord. Een sterk werkwoord verandert van klinker en heeft vaak een voltooid deelwoord op -en. Andere onregelmatige vormen leer je bij het werkwoord.
- Houd het voorvoegsel vast in de tegenwoordige en onvoltooid verleden tijd: betalen → ik betaal, hij betaalt, ik betaalde; verkopen → ik verkoop, ik verkocht.
- Laat bij een regelmatig werkwoord ge- weg en gebruik de gewone uitgang -d/-t bij de stam (de basis voor de vervoeging): betalen → betaald, ontmoeten → ontmoet, vertellen → verteld.
- Laat bij een sterk of onregelmatig werkwoord ge- weg en behoud de aangeleerde verleden tijd en het voltooid deelwoord: verkopen → verkocht → verkocht, begrijpen → begreep → begrepen.
| Infinitief | Tegenwoordige tijd (ik) | Onvoltooid verleden tijd (ik) | Voltooid deelwoord | Patroon |
|---|---|---|---|---|
| betalen | betaal | betaalde | betaald | regelmatig: -d |
| ontmoeten | ontmoet | ontmoette | ontmoet | regelmatig: de stam eindigt al op t |
| vertellen | vertel | vertelde | verteld | regelmatig: -d |
| verkopen | verkoop | verkocht | verkocht | sterk/onregelmatig: leer de vormen |
| begrijpen | begrijp | begreep | begrepen | sterk: klinkerwisseling en -en |
Bekijk voor het hele systeem hoe je het voltooid deelwoord vormt.
Zes onbeklemtoonde voorvoegsels blokkeren een extra ge-
De zes onbeklemtoonde voorvoegsels be-, er-, ge-, her-, ont- en ver- blokkeren een extra ge- in het voltooid deelwoord. Zo krijg je betaald, erkend, gebeurd, herhaald, ontdekt en verteld.
| Onbeklemtoond voorvoegsel | Voorbeelden | Voltooide deelwoorden |
|---|---|---|
| be- | betalen, begrijpen | betaald, begrepen |
| er- | erkennen | erkend |
| ge- | geloven, gebeuren | geloofd, gebeurd |
| her- | herhalen, herkennen | herhaald, herkend |
| ont- | ontmoeten, ontdekken | ontmoet, ontdekt |
| ver- | verkopen, vertellen, vergeten | verkocht, verteld, vergeten |
De eerste letters alleen bepalen de vorm niet. Het begindeel moet echt het onbeklemtoonde voorvoegsel zijn. In bédelen ligt de klemtoon op be-, dus het voltooid deelwoord is gebedeld.
Zoek een onbekend werkwoord met her- op in een woordenboek. Onbeklemtoond her- blokkeert ge-: herhalen → herhaald. Bij beklemtoond her- verschillen de vormen: herinrichten → heringericht, heroverwegen → heroverwogen en herstructureren → geherstructureerd. Herbergen vormt geherbergd, omdat de eerste letters daar niet het voorvoegsel her- zijn.
De klemtoon helpt bij begindelen met twee patronen
Sommige eerste delen geven net als een bijwoord een richting of resultaat aan, zoals door. Bij zulke combinaties wijst klemtoon op het eerste deel meestal op scheiding; klemtoon op het werkwoord wijst op onscheidbaarheid. dóórlopen is scheidbaar: Na de pauze lopen we door. doorlópen is onscheidbaar: We doorlopen de hele procedure.
| Begindelen met beide patronen | Algemene tendens | Voorbeelden |
|---|---|---|
| mis-, vol- | vaak onscheidbaar; er bestaan ook scheidbare werkwoorden | onscheidbaar misbruiken, scheidbaar misgaan; onscheidbaar volharden, scheidbaar volhouden |
| om-, onder-, over- | vaak scheidbaar, met veel onscheidbare werkwoorden | scheidbaar omvallen, onscheidbaar omarmen; scheidbaar óndergaan (de zon gaat onder), onscheidbaar ondergáán (iets ondervinden) |
| aan-, achter-, door-, voor-, weer- | meestal scheidbaar; kleinere onscheidbare groepen bestaan | scheidbaar aanbieden, onscheidbaar aanvaarden; scheidbaar vóórkomen, onscheidbaar voorkómen |
Gebruik de klemtoonproef alleen bij een bijwoordachtig eerste deel plus een werkwoord. Stofzuigen is onscheidbaar, hoewel de hoofdklemtoon op het eerste deel ligt. Bij een onbekend patroon geeft het woordenboek de doorslag. Bekijk ook hoe je tussen scheidbare en onscheidbare werkwoorden kiest.
Elke volledige vorm krijgt zijn gewone plaats in de zin
Ik verkoop morgen mijn fiets. houdt ver- vast in verkoop. De volledige werkwoordsvorm blijft heel en staat op de gewone plaats.
| Zinsomgeving | Nederlands | Let hierop |
|---|---|---|
| Hoofdzin (zin die zelfstandig kan staan), tegenwoordige tijd | Ik verkoop morgen mijn fiets. | de persoonsvorm (het werkwoord dat persoon en tijd aangeeft) staat op de tweede zinsplaats; het voorvoegsel blijft vast |
| Hoofdzin, voltooide tijd | Ik heb mijn fiets verkocht. | het voltooid deelwoord staat bij het einde en heeft geen extra ge- |
| Bijzin (zin die van een hoofdzin afhangt), tegenwoordige tijd | ... omdat ik morgen mijn fiets verkoop. | de persoonsvorm staat als één geheel op de laatste werkwoordplaats |
| Bijzin, voltooide tijd | ... omdat ik mijn fiets heb verkocht. / ... omdat ik mijn fiets verkocht heb. | beide volgordes van de werkwoordgroep (de werkwoorden samen aan het eind) zijn standaard |
| Infinitief met te | Ik probeer mijn fiets te verkopen. | te staat vóór het hele onscheidbare werkwoord |
Beide volgordes in de voltooide bijzin zijn correct. De keuze tussen heb verkocht en verkocht heb verandert de volgorde in de werkwoordgroep; het voltooid deelwoord zelf blijft heel.
Het werkwoord en de betekenis bepalen hebben of zijn
De voltooide tijd combineert een voltooid deelwoord met een hulpwerkwoord: hebben of zijn. Ik heb betaald. gebruikt hebben, maar Zij is een eigen zaak begonnen. gebruikt zijn. Onscheidbaarheid bepaalt het hulpwerkwoord niet; het werkwoord en de betekenis doen dat.
| Werkwoord of betekenis | Correcte voltooide tijd | Hulpwerkwoord |
|---|---|---|
| betalen, verkopen, begrijpen | Ik heb betaald. / Ik heb mijn fiets verkocht. / Ik heb het begrepen. | hebben |
| beginnen | Zij is een eigen zaak begonnen. | zijn, ook als er een object staat |
| vergeten: niet meer weten | Ik ben zijn naam vergeten. | alleen zijn |
| vergeten: iets achterlaten of nalaten iets te doen | Ik heb mijn paspoort vergeten. / Ik ben mijn paspoort vergeten. | zowel hebben als zijn zijn standaard |
Verkeerd splitsen of een extra ge- verandert de vorm
Ik verkoop mijn fiets. is één werkwoordsvorm. Ik heb mijn fiets verkocht. krijgt geen extra ge-.
| Vermijd | Gebruik | Reden |
|---|---|---|
| Ik koop mijn fiets ver. | Ik verkoop mijn fiets. | ver- komt niet los van verkopen |
| gebetaald | betaald | onbeklemtoond be- blokkeert ge- |
| geverkocht | verkocht | onbeklemtoond ver- blokkeert ge-; het deelwoord is onregelmatig |
| begrijpd | begrepen | begrijpen behoudt zijn sterke deelwoord |
| Ik heb een bedrijf begonnen. | Ik ben een bedrijf begonnen. | beginnen gebruikt zijn |
- Wat is het voltooid deelwoord van *betalen*?
- *gebetaald*
- *betaald*
- *betaalt*
- *betalen*
*betalen* begint met onbeklemtoond *be-*, dus het deelwoord krijgt geen *ge-*. De stam *betaal* plus *-d* geeft *betaald*.
- Welke zin is correct?
- *Ik koop mijn auto ver.*
- *Ik verkoop mijn auto.*
- *Ik ver koop mijn auto.*
- *Ik koop ver mijn auto.*
*verkopen* is onscheidbaar. Het voorvoegsel *ver-* blijft in de persoonsvorm vastzitten: *Ik verkoop mijn auto.*
- Wat is het voltooid deelwoord van *begrijpen*?
- *gebegrijpt*
- *begrijpd*
- *begrepen*
- *begrijpen*
*begrijpen* is sterk. Onbeklemtoond *be-* blokkeert *ge-* en het aangeleerde deelwoord is *begrepen*, niet een regelmatige vorm op *-d/-t*.
- Wat laat het verschil in klemtoon tussen *dóórlopen* en *doorlópen* zien?
- Beide werkwoorden zijn scheidbaar.
- *dóórlopen* is scheidbaar; *doorlópen* is onscheidbaar.
- *dóórlopen* is onscheidbaar; *doorlópen* is scheidbaar.
- De klemtoon verandert alleen de werkwoordstijd.
In dit paar van een bijwoordachtig eerste deel en een werkwoord markeert klemtoon op *door-* het scheidbare *dóórlopen*. Klemtoon op het werkwoord markeert het onscheidbare *doorlópen*.
- Zoek de fout: *Hij heeft mij het hele verhaal geverteld.*
- *het hele verhaal* moet *een verhaal* zijn
- *geverteld* moet *verteld* zijn
- *heeft* moet *is* zijn
- Er is niets fout.
*vertellen* begint met onbeklemtoond *ver-*, dus het deelwoord krijgt geen *ge-*: *verteld*, niet *geverteld*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Wat is het voltooid deelwoord van betalen?