Read an original A1 Basisexamen reading practice workbook online or download the PDF with 9 short Dutch texts, 19 questions, technical reading practice, answer key, and evidence notes.
Set a timer for 35 minutes. Answer all 19 questions without a dictionary. Read the answer key only after you finish, then review the Dutch evidence for every mistake.
For technical reading, compare each word carefully before choosing.
Read the question first. Decide what detail you need: word, time, day, place, person, object, or action.
For tables, read the row and column names before choosing an answer.
If two answers look possible, choose the one exactly supported by the text.
Tekst 1: Technische leesvaardigheid: woorden
In the real exam, you hear or see short words. Choose the exact written word or picture.
Kijk of luister goed naar het woord. Korte woorden kunnen veel op elkaar lijken.
Oefening
Wat moet u doen?
Je hoort: fiets
Kies het juiste geschreven woord.
Je ziet: bril
Kies het plaatje dat past.
Je hoort: trein
Kies het juiste geschreven woord.
Vraag 1
Je hoort: fiets. Welk woord is goed?
Vraag 2
Je ziet het woord: bril. Welk plaatje past?
Vraag 3
Je hoort: trein. Welk woord is goed?
Tekst 2: Sporthal De Vliet
Dit bord hangt bij de ingang van een sporthal.
Ruimte
Activiteit
Tijd
Zaal 1
Yoga
9.00-10.00 uur
Zaal 2
Dansles kinderen
10.30-11.30 uur
Kantine
Koffie en thee
9.00-12.00 uur
Balie
Sportpas aanvragen
13.00-16.00 uur
Vraag 4
Sara wil koffie drinken. Waar kan dat?
Vraag 5
Omar wil een sportpas aanvragen. Hoe laat kan hij beginnen?
Tekst 3: Bericht van Kenan
Lina krijgt een bericht van haar klasgenoot Kenan.
Hoi Lina, ik kom morgen niet naar school. Mijn zoon is ziek. Kun jij mijn boek meenemen naar de les?
Vrijdag ben ik er weer. We drinken dan koffie na de les.
Groeten, Kenan
Vraag 6
Waarom komt Kenan morgen niet naar school?
Vraag 7
Wat vraagt Kenan aan Lina?
Tekst 4: Vrijwilligers in het Buurthuis
Dit schema staat op de website van een buurthuis.
Werk
Dag
Tijd
Gastvrouw
maandag en woensdag
9.00-12.00 uur
Tuinhelper
zaterdag
10.00-12.00 uur
Kinderclub
dinsdag
15.00-17.00 uur
Koken
vrijdag
17.00-20.00 uur
Vraag 8
Mila kan alleen op zaterdagochtend helpen. Welk werk kan zij doen?
Vraag 9
Welk werk begint om 15.00 uur?
Tekst 5: E-mail van juf Els
Marta volgt Nederlandse les. Ze krijgt een e-mail van juf Els.
Beste cursisten, donderdag is er geen les. De school is dicht.
Vrijdag hebben we wel les. Neem een pen mee. Het werkboek ligt in de klas.
Volgende week maken we een kleine toets.
Groeten, Els
Vraag 10
Wanneer is er geen les?
Vraag 11
Wat moeten de cursisten meenemen?
Tekst 6: Instructie voor schoonmaak
Diego werkt als schoonmaker. Hij leest wat hij moet doen in een kantoor.
Kom je binnen? Zet eerst de ramen open.
Maak daarna de tafels schoon.
Stofzuig de vloer.
Zijn de vuilniszakken vol? Zet ze buiten bij de deur.
Sluit de ramen voordat je weggaat.
Werkt je sleutel niet? Bel dan de planner.
Vraag 12
Wat moet Diego eerst doen?
Vraag 13
Wanneer moet Diego de planner bellen?
Tekst 7: Tandartspraktijk Van Dijk
Deze tekst staat op de website van een tandarts.
Tandartspraktijk Van Dijk, Parklaan 8.
Wij zijn open van maandag tot en met donderdag van 8.00 uur tot 17.00 uur. Op vrijdag zijn wij open van 8.00 uur tot 12.00 uur.
Wilt u een afspraak maken? Bel dan tussen 8.30 uur en 10.30 uur.
Heeft u na 17.00 uur veel pijn? Bel dan het spoednummer.
Vraag 14
Het is vrijdag om 14.00 uur. Is de praktijk open?
Vraag 15
Nina wil een afspraak maken. Wanneer kan zij bellen?
Tekst 8: OV-pas kwijt
Deze tekst gaat over een OV-pas voor bus, tram en trein.
OV-pas kwijt? Ga eerst naar www.ovbalie.nl. Blokkeer daar uw oude pas.
Vraag daarna een nieuwe pas aan. Een nieuwe pas kost 12 euro.
Vindt u uw oude pas terug? Gebruik die niet meer. De nieuwe pas komt binnen 4 werkdagen met de post.
Vraag 16
Wat moet u eerst doen als uw OV-pas kwijt is?
Vraag 17
Hoeveel kost een nieuwe OV-pas?
Tekst 9: Verhaal over Ravi
Dit is een kort verhaal over Ravi.
Ravi gaat vandaag naar zijn eerste werkdag. Hij doet zijn blauwe jas aan. Hij pakt zijn tas en zijn brood.
Bij de bushalte kijkt Ravi in zijn tas. Zijn telefoon is niet in de tas. De telefoon ligt nog thuis.
Dan komt zijn buurvrouw Fatima op de fiets. Zij geeft Ravi zijn telefoon. De vrouw van Ravi heeft Fatima gebeld. Ravi lacht en neemt de bus naar zijn werk.