De of het huiseigenaar?
de huiseigenaar
Betekenis
homeowner (person who owns a home)
- Meervoud
- de huiseigenaars
- Verkleinwoord
- het huiseigenaartje
- Aanwijzend
- deze huiseigenaar / die huiseigenaar
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie huiseigenaar / de mooie huiseigenaar