De of het huissleutel?
de huissleutel
Betekenis
the key to one's house
- Meervoud
- de huissleutels
- Verkleinwoord
- het huissleuteltje
- Aanwijzend
- deze huissleutel / die huissleutel
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie huissleutel / de mooie huissleutel
de huissleutel
the key to one's house