Ga naar de hoofdinhoud

De of het kot?

het kot

Betekenis

bad, ramshackle housing

Voorbeeld

In wat voor een kot woont die!

What a shack she lives in!

Leuvense koten brandden vaak af in de jaren 90.

Student rooms in Louvain burned down often in the nineties.

Meervoud
de kotten
Verkleinwoord
het kotje
Aanwijzend
dit kot / dat kot
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooi kot / het mooie kot