Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Facebook-groep

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

ElevenLabs
  1. Inburgering.org
  2. /
  3. Exameninformatie & Gidsen
  4. /
  5. A1 Lezen oefenvragen: 9 teksten en 19 antwoorden

A1 Lezen oefenvragen: 9 teksten en 19 antwoorden

Originele A1 Lezen-oefenset met 9 korte Nederlandse teksten, 19 vragen, antwoordmodel en eenvoudige strategie.

Auteur
Door Inburgering.org team (Redactieteam)
Reviewer
Gereviewd door Kirill Svavolia (Redactionele review)
Laatst bijgewerkt
7 mei 2026

Gebruik deze pagina om Lezen te oefenen, het A1-leesonderdeel van het basisexamen inburgering buitenland. Het echte leesexamen is digitaal en kort: train dus met eenvoudige Nederlandse teksten, meerkeuzevragen en een timer van 35 minuten. De oefenset hieronder heeft 9 teksten en 19 vragen. Richt op 14 goede antwoorden voordat je moeilijker oefent.

Kort antwoord: hoe oefen je A1 Lezen?

Lees eerst de vraag, zoek daarna het sleutelwoord in de Nederlandse tekst en kies alleen het antwoord dat de tekst bewijst. Vertaal niet elke zin. In 35 minuten heb je een rustig ritme nodig: vraag, zoeken, bewijs, antwoord. Voor deze oefenset met 19 vragen is 14 goede antwoorden een handig examen-klaar doel.

Belangrijkste punten

  • Lezen is het leesonderdeel. Het is een van de drie onderdelen van het A1-basisexamen buitenland: KNS, Lezen en Spreken.
  • Het officiële programma zegt dat Lezen meerkeuze is en door de computer wordt beoordeeld. De kandidaat kiest het antwoord met de muis.
  • Naar Nederland noemt 35 minuten voor Lezen-oefening. Gebruik hier dezelfde timer.
  • Deze pagina oefent functioneel lezen. Technisch lezen, zoals snel woorden herkennen, blijft nuttig maar is niet de focus van deze set.

Wat deze vragen toetsen

Bij A1-lezen helpt precies zoeken vaak meer dan moeilijke grammatica. De meeste fouten ontstaan doordat één bekend woord opvalt, terwijl de juiste dag, plaats, prijs of instructie iets anders zegt.

VraagtypeWaar let je op?Voorbeeld
Plaatsverdieping, kamer, adres, website, stationWaar is de koffiekamer?
Tijddag, openingstijd, deadline, begintijdtot maandag, na 15.00 uur
Getal of prijseuro, uren, dagen, telefoonnummers11 euro, vijf werkdagen
Instructiewat iemand eerst of daarna moet doenMaak een foto en bel de manager
Verhaaldetailwie, welk voorwerp, waarom iets gebeurtoma, paraplu, bril

Zo gebruik je deze oefenset

  • Zet een timer op 35 minuten. Maak de hele set in één keer.
  • Lees de vraag vóór de tekst. De vraag zegt waar je naar zoekt.
  • Zoek het bewijs. Namen, dagen, tijden, prijzen, plaatsen en actiewoorden zijn vaak genoeg.
  • Sla over en kom terug. Duurt een vraag te lang, kies dan het beste antwoord en ga verder.
  • Bekijk elke fout. Vraag: welk precies woord in de tekst heb ik gemist?

Officiële feiten staan hier kort samengevat. Gebruik voor het volledige format, de beoordeling en examendagregels de hoofdgids A1 Lezen en de officiële bronlinks onderaan deze pagina.

Oefenset: 9 teksten en 19 vragen

De oefenteksten en vragen zijn in het Nederlands, omdat de echte A1 Lezen-taak ook in het Nederlands is.

TEKST 1 - Bibliotheek De Linde

Context: Dit bord hangt in een bibliotheek.

PlaatsWat vindt u daar?
KelderToiletten, garderobe
Begane grondBalie, kinderboeken
Verdieping 1Studieplekken, computers
Verdieping 2Cursuslokaal, koffiekamer
  • Vraag 1. Noor wil op de computer werken. Waar moet zij zijn? A. In de kelder. B. Op de begane grond. C. Op verdieping 1.
  • Vraag 2. Daan wil koffie drinken. Waar is de koffiekamer? A. Op de begane grond. B. Op verdieping 1. C. Op verdieping 2.

TEKST 2 - Bericht van Sibel

Context: Amina krijgt een bericht van haar vriendin Sibel. Hoi Amina, vrijdag kan ik niet, want ik moet werken. Zaterdagmorgen bezoek ik mijn moeder. Zondagmiddag ben ik vrij. Zullen we dan om drie uur bij de speeltuin afspreken? Ik neem appelsap mee. Groetjes, Sibel

  • Vraag 3. Wanneer kan Sibel afspreken? A. Op vrijdag. B. Op zaterdagmorgen. C. Op zondagmiddag.
  • Vraag 4. Waar wil Sibel afspreken? A. In een café. B. Bij de speeltuin. C. Bij Amina thuis.

TEKST 3 - Werk bij Randstadje

Context: Dit staat op de website van een uitzendbureau.

FunctieTijden
PostbezorgerMaandag tot en met vrijdag van 7.00 tot 10.00 uur - 15 uur per week
Afwasser restaurantVrijdag en zaterdag van 18.00 tot 22.00 uur - 8 uur per week
Hulp in winkelDinsdag en donderdag van 13.00 tot 17.00 uur - 8 uur per week
Schoonmaker kantoorMaandag tot en met donderdag van 17.00 tot 19.00 uur - 8 uur per week
  • Vraag 5. Elena wil vijf ochtenden per week werken. Welke baan past bij haar? A. Postbezorger. B. Hulp in winkel. C. Schoonmaker kantoor.
  • Vraag 6. Ravi wil als afwasser werken. Hoe laat begint hij? A. Om 13.00 uur. B. Om 18.00 uur. C. Om 22.00 uur.

TEKST 4 - E-mail van docent Mira

Context: De cursisten van Nederlandse les krijgen een e-mail. Beste allemaal, dinsdag is onze laatste les. Ik neem thee en koekjes mee. Nemen jullie je eigen boek mee? De school heeft pennen, dus die hoeven jullie niet mee te nemen. De nieuwe cursus begint volgende week donderdag. U kunt zich inschrijven tot maandag. Groeten, Mira

  • Vraag 7. Wat moeten de cursisten zelf meenemen? A. Thee. B. Hun eigen boek. C. Pennen.
  • Vraag 8. Tot wanneer kunnen cursisten zich inschrijven voor de nieuwe cursus? A. Tot dinsdag. B. Tot donderdag. C. Tot maandag.

TEKST 5 - Instructies in de supermarkt

Context: Bo werkt in een supermarkt. Hij leest wat hij moet doen als er een levering komt. Komt er een levering? Zeg goedemorgen tegen de chauffeur. Controleer de bon. Zet koude producten meteen in de koelkast. Is een doos kapot? Maak dan een foto en bel de manager. Mist er een product? Schrijf dit op het formulier en zeg het tegen een collega. Maak daarna de tafel schoon.

  • Vraag 9. Wat kan Bo in deze tekst lezen? A. Hoe hij klanten moet bellen. B. Wanneer de winkel open is. C. Wat hij moet doen met een levering.
  • Vraag 10. Een doos is kapot. Wat moet Bo doen? A. Een foto maken en de manager bellen. B. De tafel schoonmaken. C. Een klant om hulp vragen.

TEKST 6 - Apotheek Molen

Context: Deze tekst staat op de website van een apotheek. Apotheek Molen, Marktstraat 8, 3011 AB Dorpdam. Wij zijn open van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.30 uur. Op zaterdag zijn wij open van 9.00 tot 12.00 uur. Wilt u een herhaalrecept aanvragen? Bel dan tussen 9.00 en 11.00 uur. Stuurt de dokter uw recept voor 10.00 uur? Dan kunt u uw medicijnen na 15.00 uur ophalen. Heeft u buiten openingstijden dringend medicijnen nodig? Bel dan de huisartsenpost. Telefoon: 010 - 44 55 66.

  • Vraag 11. Het is donderdag. Fatima wil een herhaalrecept aanvragen. Hoe laat kan zij bellen? A. Tussen 9.00 en 11.00 uur. B. Tussen 12.00 en 15.00 uur. C. Tussen 17.30 en 18.00 uur.
  • Vraag 12. De dokter stuurt het recept voor 10.00 uur. Wanneer kan Fatima haar medicijnen ophalen? A. Voor 9.00 uur. B. Om 12.00 uur. C. Na 15.00 uur.

TEKST 7 - OV-chipkaart kwijt

Context: Deze tekst gaat over een OV-chipkaart. OV-chipkaart kwijt? Blokkeer uw kaart online of bel de klantenservice. Een nieuwe kaart kost 11 euro. U krijgt de kaart binnen vijf werkdagen thuis. Moet u vandaag reizen? Koop dan een tijdelijk kaartje op het station. Is uw kaart gestolen en hebt u bewijs nodig voor de verzekering? Ga dan eerst naar de politie.

  • Vraag 13. Hoeveel kost een nieuwe OV-chipkaart? A. 5 euro. B. 11 euro. C. 15 euro.
  • Vraag 14. De kaart van Min is gestolen. Zij heeft bewijs nodig voor de verzekering. Waar moet zij eerst naartoe gaan? A. Naar de klantenservice. B. Naar de politie. C. Naar de supermarkt.

TEKST 8 - Cursus Zwemmen

Context: Deze tekst gaat over zwemlessen. Cursus Zwemmen bij Sporthuis Noord. Niveau 1 is voor mensen die nog niet kunnen zwemmen. U leert veilig in het water zijn. Niveau 2 is voor mensen die een klein stukje kunnen zwemmen. U leert beter en langer zwemmen. Niveau 3 is voor mensen die willen trainen voor diploma A. De lessen zijn op maandag en woensdag van 18.00 tot 19.00 uur. Wilt u meedoen? Stuur dan voor 1 juni een e-mail naar info@sporthuisnoord.nl.

  • Vraag 15. Rosa kan al een klein stukje zwemmen. Zij wil beter leren zwemmen. Welk niveau past bij haar? A. Niveau 1. B. Niveau 2. C. Niveau 3.
  • Vraag 16. Hoe kan Rosa zich aanmelden? A. Door naar de balie te gaan. B. Door de docent te bellen. C. Door een e-mail te sturen.

TEKST 9 - Verhaal over Lina

Context: Dit is een kort verhaal over Lina. Lina gaat met haar oma naar de markt. Het begint hard te regenen. Lina koopt een rode paraplu en bloemen. Thuis maken Lina en haar oma soep. Dan zoekt oma haar bril. Lina kijkt in de boodschappentas. Onder de bloemen ligt de bril van oma. Oma lacht en zegt: daar is mijn bril.

  • Vraag 17. Met wie gaat Lina naar de markt? A. Met haar oma. B. Met haar buurman. C. Met haar docent.
  • Vraag 18. Wat koopt Lina omdat het regent? A. Bloemen. B. Een paraplu. C. Soep.
  • Vraag 19. Wat ligt er in de boodschappentas? Kies het juiste antwoord. A. Een bril. B. Een sleutel. C. Een telefoon.

Antwoordmodel en bewijs

Controleer na afloop niet alleen de letter, maar ook het bewijs. Het bewijs is het stukje Nederlandse tekst dat het antwoord veilig maakt.

VraagAntwoordBewijs
1Ccomputers staan op verdieping 1.
2Cde koffiekamer staat op verdieping 2.
3CSibel schrijft: zondagmiddag ben ik vrij.
4BSibel wil bij de speeltuin afspreken.
5Apostbezorger is maandag tot en met vrijdag in de ochtend.
6Bafwasser restaurant begint om 18.00 uur.
7Bde cursisten moeten hun eigen boek meenemen.
8Cinschrijven kan tot maandag.
9Cde tekst legt uit wat Bo met een levering moet doen.
10Abij een kapotte doos: foto maken en manager bellen.
11Aeen herhaalrecept aanvragen kan tussen 9.00 en 11.00 uur.
12Crecept voor 10.00 uur betekent medicijnen ophalen na 15.00 uur.
13Been nieuwe OV-chipkaart kost 11 euro.
14Bbij diefstal en bewijs voor verzekering: eerst naar de politie.
15Bniveau 2 is voor mensen die al een klein stukje kunnen zwemmen.
16Caanmelden gaat per e-mail.
17ALina gaat met haar oma naar de markt.
18Bhet regent, dus Lina koopt een rode paraplu.
19Aonder de bloemen ligt de bril van oma.

Wat je score betekent

  • 14-19 goed: goed examengericht resultaat voor deze set. Bekijk je fouten en oefen later nog een set.
  • 10-13 goed: bijna, maar nog niet stabiel. Oefen met zoeken naar dagen, tijden, prijzen en plaatsen.
  • 0-9 goed: vertraag en bouw eerst woordenschat op. Oefen korte berichten voordat je met tijd werkt.

Veelgemaakte fouten

  • Een antwoord kiezen omdat één woord bekend lijkt, zonder de hele zin te controleren.
  • Woorden missen zoals maar, eerst, daarna, tot, na en alleen.
  • De hele tekst langzaam lezen voordat je weet wat de vraag vraagt.
  • Vergeten dat A1-vragen vaak praktische details vragen: waar, wanneer, hoeveel, wie en wat daarna.
  • Oefenvragen uit je hoofd leren. Gebruik oefening om patronen te leren, niet om het echte examen te raden.

Volgende stappen

Gaat deze set goed, lees dan de volledige A1 Lezen-formatgids en oefen verder met gratis A1-leesoefening. Bereid je het hele examen buitenland voor, houd dan ook A1 Spreken en KNS in dezelfde week bij. Alleen lezen is niet genoeg voor het hele basisexamen.

Official Sources

Official source checked: May 2026.

  • Naar Nederland - Leren voor het examen - officieel overzicht van de drie onderdelen van het Basisexamen en de A1-eis voor Lezen.
  • Naar Nederland - Oefenexamens maken - officiële tijd en aantal vragen voor het oefenexamen Lezen.
  • Naar Nederland - Examen doen - examenverloop, uitslagtermijn, computerscoring, cijferschaal en herkansingen.
  • Examenprogramma basisexamen inburgering - wettelijk examenprogramma voor lezen, spreken en KNS.
  • Examenreglement basisexamen inburgering - officiële examenregels en beoordeling per onderdeel.

Klaar om te oefenen?

Toegang tot duizenden oefenvragen met directe AI-feedback

Begin nu met oefenen