Oefen met 19 vragen in 35 minuten
Maak de 19 originele oefenvragen hieronder in 35 minuten. Lees eerst de vraag. Kies het antwoord dat je in de Nederlandse tekst kunt bewijzen. Voor A1 Lezen heb je ongeveer 14 van de 19 antwoorden goed nodig. Dat geeft een cijfer van 6 of hoger. Voor deze oefenset gebruiken we dezelfde grens. De officiële uitslag voor Lezen is een cijfer van 1 tot 10.
Bereid je je voor op A1 Lezen van het basisexamen buitenland? Met de verzonnen teksten op deze pagina oefen je hoe je informatie in een tekst vindt.
Hoe ziet A1 Lezen eruit?
Bij Lezen laat je zien dat je eenvoudige Nederlandse teksten begrijpt. Het Basisexamen inburgering buitenland heeft drie onderdelen: Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS), Lezen en Spreken.
Naar Nederland (Externe website, opent in een nieuw tabblad) beschrijft het examen Lezen zo:
- Je leest Nederlandse teksten op een computer.
- Je kiest met de muis het juiste antwoord bij meerkeuzevragen.
- De computer kijkt je antwoorden na.
- Het echte examen Lezen en het officiële oefenexamen hebben allebei 19 vragen. Je krijgt 35 minuten.
Sinds 1 mei 2023 zijn er geen aparte taken meer waarbij je gesproken en geschreven woorden aan elkaar koppelt. Je moet woorden nog wel herkennen om een tekst te begrijpen.
Wat zoek je bij deze vragen?
In deze vragen zoek je een bepaalde dag, plaats, prijs of instructie. Zie je een bekend woord in een antwoord? Controleer dan de hele zin in de tekst voordat je dat antwoord kiest.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Soort vraag | Waar zoek je naar? | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Plaats | verdieping, kamer, adres, website, station | Waar is de koffiekamer? |
| Tijd | dag, openingstijden, laatste aanmelddag, begintijd | tot maandag, na 15.00 uur |
| Getal of prijs | euro's, uren, dagen, telefoonnummers | 11 euro, vijf werkdagen |
| Instructie | wat iemand eerst of daarna moet doen | Maak een foto en bel de manager |
| Informatie uit een verhaal | wie, welk voorwerp, waarom iets gebeurt | oma, paraplu, bril |
Zo oefen je met deze set
Begin met het officiële oefenexamen A1 Lezen van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Ben je gewend om toetsen op papier te maken? Maak ook het officiële oefenexamen op een computer en oefen hoe je antwoorden met de muis kiest.
Maak de hele oefenset in één keer. Herhaal stap 2 tot en met 5 bij elke vraag.
- Zet een timer op 35 minuten.
- Lees de vraag.
- Zoek de woorden in de tekst die het antwoord bewijzen.
- Kies het antwoord.
- Schrijf de letter van je antwoord op.
- Controleer je antwoorden wanneer de tijd voorbij is.
- Bekijk elke fout en zoek welke woorden je hebt gemist.
Je vindt het bewijs soms in een naam, dag, tijd, prijs, plaats of een woord dat een handeling beschrijft. Lees de zin waarin die informatie staat.
Kost een vraag te veel tijd? Kies dan het antwoord dat je het beste lijkt. Zet een teken bij de vraag om die later te bekijken. Ga verder met de volgende vraag.
Oefenset: 9 teksten en 19 vragen
De negen teksten hieronder zijn extra oefenmateriaal van Inburgering.org. Ze zijn verzonnen. Prijzen, openingstijden, instructies en contactgegevens horen alleen bij de oefeningen.
Tekst 1: een bord in de bibliotheek
Dit bord hangt in Bibliotheek De Linde. Kijk op welke verdieping je elke voorziening vindt.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Plaats | Wat vindt u daar? |
|---|---|
| Kelder | Toiletten, garderobe |
| Begane grond | Balie, kinderboeken |
| Verdieping 1 | Studieplekken, computers |
| Verdieping 2 | Cursuslokaal, koffiekamer |
Vraag 1. Noor wil op de computer werken. Waar moet zij zijn?
-
A. In de kelder.
-
B. Op de begane grond.
-
C. Op verdieping 1.
Vraag 2. Daan wil koffie drinken. Waar is de koffiekamer?
-
A. Op de begane grond.
-
B. Op verdieping 1.
-
C. Op verdieping 2.
Tekst 2: een bericht van Sibel
Amina krijgt een bericht van haar vriendin Sibel.
Hoi Amina, vrijdag kan ik niet, want ik moet werken. Zaterdagmorgen bezoek ik mijn moeder. Zondagmiddag ben ik vrij. Zullen we dan om drie uur bij de speeltuin afspreken? Ik neem appelsap mee. Groetjes, Sibel
Vraag 3. Wanneer kan Sibel afspreken?
-
A. Op vrijdag.
-
B. Op zaterdagmorgen.
-
C. Op zondagmiddag.
Vraag 4. Waar wil Sibel afspreken?
-
A. In een café.
-
B. Bij de speeltuin.
-
C. Bij Amina thuis.
Tekst 3: werktijden
Deze werktijden staan op de website van het verzonnen uitzendbureau Randstadje. Kijk naar de dagen en tijden om te bepalen welke baan bij iemand past.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Functie | Tijden |
|---|---|
| Postbezorger | Maandag tot en met vrijdag van 7.00 tot 10.00 uur - 15 uur per week |
| Afwasser restaurant | Vrijdag en zaterdag van 18.00 tot 22.00 uur - 8 uur per week |
| Hulp in winkel | Dinsdag en donderdag van 13.00 tot 17.00 uur - 8 uur per week |
| Schoonmaker kantoor | Maandag tot en met donderdag van 17.00 tot 19.00 uur - 8 uur per week |
Vraag 5. Elena wil vijf ochtenden per week werken. Welke baan past bij haar?
-
A. Postbezorger.
-
B. Hulp in winkel.
-
C. Schoonmaker kantoor.
Vraag 6. Ravi wil als afwasser werken. Hoe laat begint hij?
-
A. Om 13.00 uur.
-
B. Om 18.00 uur.
-
C. Om 22.00 uur.
Tekst 4: een e-mail van docent Mira
Cursisten van een Nederlandse les krijgen deze e-mail.
Beste allemaal, dinsdag is onze laatste les. Ik neem thee en koekjes mee. Nemen jullie je eigen boek mee? De school heeft pennen, dus die hoeven jullie niet mee te nemen. De nieuwe cursus begint volgende week donderdag. U kunt zich inschrijven tot maandag. Groeten, Mira
Vraag 7. Wat moeten de cursisten zelf meenemen?
-
A. Thee.
-
B. Hun eigen boek.
-
C. Pennen.
Vraag 8. Tot wanneer kunnen cursisten zich inschrijven voor de nieuwe cursus?
-
A. Tot dinsdag.
-
B. Tot donderdag.
-
C. Tot maandag.
Tekst 5: instructies in de supermarkt
Bo werkt in een supermarkt. Hij leest deze instructies voor het ontvangen van een levering.
Komt er een levering? Zeg goedemorgen tegen de chauffeur. Controleer de bon. Zet koude producten meteen in de koelkast. Is een doos kapot? Maak dan een foto en bel de manager. Mist er een product? Schrijf dit op het formulier en zeg het tegen een collega. Maak daarna de tafel schoon.
Vraag 9. Wat kan Bo in deze tekst lezen?
-
A. Hoe hij klanten moet bellen.
-
B. Wanneer de winkel open is.
-
C. Wat hij moet doen met een levering.
Vraag 10. Een doos is kapot. Wat moet Bo doen?
-
A. Een foto maken en de manager bellen.
-
B. De tafel schoonmaken.
-
C. Een klant om hulp vragen.
Tekst 6: Apotheek Molen
Deze tekst staat op de website van een verzonnen apotheek.
Apotheek Molen, Marktstraat 8, 3011 AB Dorpdam. Wij zijn open van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.30 uur. Op zaterdag zijn wij open van 9.00 tot 12.00 uur. Wilt u een herhaalrecept aanvragen? Bel dan tussen 9.00 en 11.00 uur. Stuurt de dokter uw recept voor 10.00 uur? Dan kunt u uw medicijnen na 15.00 uur ophalen. Heeft u buiten openingstijden dringend medicijnen nodig? Bel dan de huisartsenpost. Telefoon: 010 - 44 55 66.
Vraag 11. Het is donderdag. Fatima wil een herhaalrecept aanvragen. Hoe laat kan zij bellen?
-
A. Tussen 9.00 en 11.00 uur.
-
B. Tussen 12.00 en 15.00 uur.
-
C. Tussen 17.30 en 18.00 uur.
Vraag 12. De dokter stuurt het recept voor 10.00 uur. Wanneer kan Fatima haar medicijnen ophalen?
-
A. Voor 9.00 uur.
-
B. Om 12.00 uur.
-
C. Na 15.00 uur.
Tekst 7: OV-chipkaart kwijt
Dit verzonnen bericht gaat over een verloren OV-chipkaart. Voor echte reisinformatie kun je onze gids over openbaar vervoer in Nederland lezen.
OV-chipkaart kwijt? Blokkeer uw kaart online of bel de klantenservice. Een nieuwe kaart kost 11 euro. U krijgt de kaart binnen vijf werkdagen thuis. Moet u vandaag reizen? Koop dan een tijdelijk kaartje op het station. Is uw kaart gestolen en hebt u bewijs nodig voor de verzekering? Ga dan eerst naar de politie.
Vraag 13. Hoeveel kost een nieuwe OV-chipkaart?
-
A. 5 euro.
-
B. 11 euro.
-
C. 15 euro.
Vraag 14. De kaart van Min is gestolen. Zij heeft bewijs nodig voor de verzekering. Waar moet zij eerst naartoe gaan?
-
A. Naar de klantenservice.
-
B. Naar de politie.
-
C. Naar de supermarkt.
Tekst 8: zwemlessen
Dit bericht gaat over zwemlessen.
Cursus Zwemmen bij Sporthuis Noord. Niveau 1 is voor mensen die nog niet kunnen zwemmen. U leert veilig in het water zijn. Niveau 2 is voor mensen die een klein stukje kunnen zwemmen. U leert beter en langer zwemmen. Niveau 3 is voor mensen die willen trainen voor diploma A. De lessen zijn op maandag en woensdag van 18.00 tot 19.00 uur. Wilt u meedoen? Stuur dan voor 1 juni een e-mail naar info@sporthuisnoord.nl.
Vraag 15. Rosa kan al een klein stukje zwemmen. Zij wil beter leren zwemmen. Welk niveau past bij haar?
-
A. Niveau 1.
-
B. Niveau 2.
-
C. Niveau 3.
Vraag 16. Hoe kan Rosa zich aanmelden?
-
A. Door naar de balie te gaan.
-
B. Door de docent te bellen.
-
C. Door een e-mail te sturen.
Tekst 9: een verhaal over Lina
Lees dit korte verhaal over Lina.
Lina gaat met haar oma naar de markt. Het begint hard te regenen. Omdat het regent, koopt Lina een rode paraplu. Ze koopt ook bloemen. Thuis maken Lina en haar oma soep. Dan zoekt oma haar bril. Lina kijkt in de boodschappentas. Onder de bloemen ligt de bril van oma. Oma lacht en zegt: daar is mijn bril.
Vraag 17. Met wie gaat Lina naar de markt?
-
A. Met haar oma.
-
B. Met haar buurman.
-
C. Met haar docent.
Vraag 18. Wat koopt Lina omdat het regent?
-
A. Bloemen.
-
B. Een paraplu.
-
C. Soep.
Vraag 19. Wat ligt er in de boodschappentas? Kies het juiste antwoord.
-
A. Een bril.
-
B. Een sleutel.
-
C. Een telefoon.
Antwoorden en bewijs
Controleer na afloop de letter van je antwoord én het bewijs. Het bewijs is het stukje Nederlandse tekst dat laat zien waarom het antwoord klopt.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Vraag | Antwoord | Bewijs |
|---|---|---|
| 1 | C | computers staan op verdieping 1. |
| 2 | C | de koffiekamer staat op verdieping 2. |
| 3 | C | Sibel schrijft: zondagmiddag ben ik vrij. |
| 4 | B | Sibel wil bij de speeltuin afspreken. |
| 5 | A | postbezorger is maandag tot en met vrijdag in de ochtend. |
| 6 | B | afwasser restaurant begint om 18.00 uur. |
| 7 | B | de cursisten moeten hun eigen boek meenemen. |
| 8 | C | inschrijven kan tot maandag. |
| 9 | C | de tekst legt uit wat Bo met een levering moet doen. |
| 10 | A | bij een kapotte doos: foto maken en manager bellen. |
| 11 | A | een herhaalrecept aanvragen kan tussen 9.00 en 11.00 uur. |
| 12 | C | als de dokter het recept voor 10.00 uur stuurt, kan Fatima haar medicijnen na 15.00 uur ophalen. |
| 13 | B | een nieuwe OV-chipkaart kost 11 euro. |
| 14 | B | bij diefstal en bewijs voor verzekering: eerst naar de politie. |
| 15 | B | niveau 2 is voor mensen die al een klein stukje kunnen zwemmen. |
| 16 | C | aanmelden gaat per e-mail. |
| 17 | A | Lina gaat met haar oma naar de markt. |
| 18 | B | het regent, dus Lina koopt een rode paraplu. |
| 19 | A | onder de bloemen ligt de bril van oma. |
Wat betekent je oefenscore?
Met ongeveer 14 van de 19 antwoorden goed krijg je een 6 of hoger. Daarmee slaag je voor A1 Lezen. Voor deze oefenset van 19 vragen gebruiken we dezelfde grens. Voor alle drie de examenonderdelen moet je minstens een 6 halen.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Score | Wat betekent dit? | Wat kun je oefenen? |
|---|---|---|
| 14–19 goed | Je hebt de grens van ongeveer 14 van de 19 gehaald. | Bekijk je fouten en maak later een nieuwe oefenset. |
| 10–13 goed | Je zit onder de grens van ongeveer 14 van de 19. | Oefen met zoeken naar dagen, tijden, prijzen en plaatsen. |
| 0–9 goed | Je hebt minstens 10 antwoorden om na te kijken. | Oefen eerst met korte berichten. Maak daarna een set met een timer. |
Veelgemaakte fouten bij A1 Lezen
- Woorden missen die de betekenis of volgorde veranderen: maar, eerst, daarna, tot, na en alleen.
- De oefenantwoorden uit je hoofd leren in plaats van te leren hoe je het bewijs in een nieuwe tekst vindt.
Verder oefenen na deze set
Heb je minder dan ongeveer 14 van de 19 antwoorden goed? Oefen dan eerst met de informatie die je hebt gemist. Maak daarna een nieuwe set met een timer. Heb je die grens gehaald? Bekijk je fouten en probeer een nieuwe set. Oefen die week ook Spreken en KNS: om voor het hele Basisexamen te slagen, moet je voor elk van de drie onderdelen minstens een 6 halen.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Naar Nederland: Leren voor het examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De drie examenonderdelen en het vereiste taalniveau A1 voor Lezen.
- Naar Nederland: Oefenexamens maken (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De officiële leesoefening; 19 vragen en 35 minuten voor het oefenexamen en het echte examen.
- Naar Nederland: Examen doen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Het verloop van de examendag, de uitslagtermijn, de beoordeling van Lezen door de computer, cijfers van 1 tot 10, minstens een 6 per onderdeel en herkansingen.
- Examenprogramma basisexamen inburgering (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Het wettelijke examenprogramma; de wijziging uit 2023 hieronder beschrijft de nieuwe leestaken.
- Examenreglement basisexamen inburgering (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De officiële examenregels.
- Overheid.nl: wijziging van het leesprogramma in 2023 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Teksten begrijpen via meerkeuzevragen en antwoorden kiezen met de muis; aparte taken voor technisch lezen vervielen op 1 mei 2023.
- DUO: startpagina van het officiële oefenexamen A1 Lezen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De oefeninstructies: negen teksten, eerst de vraag lezen, het antwoord aanklikken en 35 minuten tijd.