Twee soorten opdrachten in 30 minuten
Bij Spreken A1 beantwoord je 10 opdrachten Vraag en antwoord in je eigen woorden. Je maakt ook 12 zinnen af bij Zinnen afmaken, met hulp van een plaatje. Het examen duurt 30 minuten. Herken eerst welke opdracht je hoort en kies daarna je antwoord. Een kort antwoord kan alle punten opleveren als het past en verstaanbaar is.
Opbouw van Spreken A1 en wanneer je slaagt
Je neemt je A1-antwoorden op via een computer en een microfoon. Beoordelaars luisteren naar je opnames en geven punten. De officiële oefenpagina van Naar Nederland (Externe website, opent in een nieuw tabblad) bevestigt de 22 opdrachten en de duur van 30 minuten. Lees voor de andere examenonderdelen de gids voor het Basisexamen A1 in het buitenland.
Je hebt ongeveer 34 van de 44 punten nodig om te slagen voor Spreken A1. Je krijgt een cijfer van 1 tot 10. Met een 6 of hoger ben je geslaagd. Naar Nederland legt uit hoe de examenuitslag werkt (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Lees voor de volledige opbouw de gids voor Basisexamen Spreken A1.
Het beoordelingsmodel voor Spreken A1 (PDF, 254 KB) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) geeft maximaal 1 punt voor een antwoord dat bij de opdracht past. Je krijgt maximaal 1 extra punt voor een uitspraak die een geoefende luisteraar met enige moeite kan verstaan. Ontbreekt je antwoord, is het onverstaanbaar of past het niet bij de opdracht? Dan krijg je voor beide onderdelen 0 punten. Eén woord kan genoeg zijn. Grammaticafouten zijn toegestaan als je antwoord nog steeds past en verstaanbaar is.
Vraag en antwoord: vragen over het dagelijks leven
Bij Vraag en antwoord hoor je een korte vraag over het dagelijks leven. Je geeft zelf antwoord. De vraag kan gaan over je leven, plannen, mening of een dagelijkse handeling. Luister naar de hele vraag en kies een antwoord dat daarbij past. De tabel laat veelgebruikte vraagwoorden zien, met zelfgemaakte voorbeeldantwoorden.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Vraagwoord | Geef als antwoord | Voorbeeldantwoorden |
|---|---|---|
| Wat? | Een handeling, ding of mening | Ik koop brood. Ik drink water. Ik vind Nederlands leuk. |
| Waar? | Een plaats | Ik woon in Den Haag. Ik ga naar de winkel. |
| Wanneer? | Een tijd of dag | Morgen. Om acht uur. |
| Hoe? | Een manier, vervoermiddel of hoe je je voelt | Met de bus. Ik loop. Goed. |
| Hoe laat? | Een tijdstip | Om acht uur. |
| Wie? | Een persoon | Mijn partner helpt mij. |
| Waarom? | Een eenvoudige reden | Omdat ik in Nederland wil wonen. |
| Hoeveel? | Een aantal of hoeveelheid | Ik heb drie kinderen. |
| Hoe vaak? | Hoe vaak je iets doet | Twee keer per week. |
Korte antwoorden per onderwerp
Oefen met deze zelfgemaakte voorbeelden zes onderwerpen uit het dagelijks leven. Kies een antwoord dat bij je situatie en de vraag past:
- Huis en familie: Ik woon met mijn partner. Mijn familie woont in ...
- Werk en school: Ik werk in een winkel. Ik leer Nederlands op internet.
- Eten en boodschappen: Ik koop rijst en groente. Ik eet graag soep.
- Reizen: Ik ga met de trein. Ik loop naar school.
- Plannen: Morgen ga ik studeren. In Nederland wil ik werken.
- Mening: Ik vind Nederlands moeilijk, maar leuk.
Zinnen afmaken: het ontbrekende einde
Bij Zinnen afmaken hoor je een korte situatie en het begin van een tweede zin. Een plaatje helpt je de situatie te begrijpen. Maak de tweede zin hardop af. Een woord of korte woordgroep kan genoeg zijn als die bij het zinsbegin past. Deze zelfgemaakte voorbeelden laten zien hoe je een zin kunt afmaken. Bij het examen krijg je er ook een plaatje bij.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Wat je aanvult | Zinsbegin | Mogelijk antwoord |
|---|---|---|
| Plaats | Samir pakt zijn jas. Hij gaat... | naar buiten. |
| Voorwerp | Lina heeft dorst. Ze drinkt een glas... | water. |
| Handeling | Omar pakt een pan. Hij gaat... | koken. |
| Persoon | Sara koopt bloemen. De bloemen zijn voor... | haar moeder. |
| Gevoel of beschrijving | De kamer is donker. De kamer is niet... | licht. |
| Vervoer | Rayan staat bij de halte. Hij wacht op... | de bus. |
Een passend antwoord bij elke opdracht
Kies je antwoord op basis van de opdracht die je hoort. Controleer tijdens het oefenen deze punten:
- Geef bij een vraag alleen je antwoord. Op een vraag over waar je woont, antwoord je met een plaats.
- Maak bij een zinsbegin de gedachte in die zin af. Je hoeft alleen het ontbrekende einde te zeggen.
- Bekijk bij een plaatje eerst wie, welke plaats, welk voorwerp, welke handeling of welk gevoel je ziet. Spreek daarna.
- Geef bij twijfel een kort antwoord dat bij de vraag of het zinsbegin past.
- Spreek duidelijk zodra je een antwoord hebt.
Een woord of korte zin kan alle punten opleveren.
Een oefensessie met beide soorten opdrachten
Begin met het officiële oefenexamen Spreken A1 (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Oefen daarna gratis verder met het proefexamen Spreken A1 van Inburgering.org. Wil je met je eigen opdrachten oefenen? Volg dan deze stappen:
- Verdeel je opdrachten per onderwerp: huis en familie; werk en school; boodschappen en eten; reizen; gezondheid; weer; vrije tijd.
- Neem in één sessie antwoorden op 10 vragen en 12 aanvulzinnen op.
- Luister elk antwoord terug. Controleer of het antwoord de vraag beantwoordt of de zin afmaakt.
- Geef een passend antwoord 1 punt. Geef maximaal 1 extra punt voor verstaanbare uitspraak. Geef in totaal 0 punten als het antwoord ontbreekt, niet bij de opdracht past of onverstaanbaar is.
- Tel je punten op. Je kunt maximaal 44 punten halen. Vergelijk je totaal met de grens om te slagen: ongeveer 34 punten.
- Neem de antwoorden die je wilt verbeteren opnieuw op.
Wil je een woord verbeteren? Zeg dan Sorry, ik bedoel... of Ik zeg het nog een keer... en geef daarna je verbeterde antwoord.
Kies je volgende spreekoefening
Haal je de twee soorten opdrachten door elkaar? Oefen vragen en aanvulzinnen dan eerst apart. Kun je beide herkennen? Neem dan een volledige reeks van 22 antwoorden op. Controleer eerst of elk antwoord bij de opdracht past. Kijk daarna naar je uitspraak. Een antwoord dat niet bij de opdracht past, levert 0 punten op, ook als je het duidelijk uitspreekt.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Naar Nederland: Oefenexamens maken (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officieel oefenexamen Spreken: 22 opdrachten in 30 minuten, met 10 vragen en 12 aanvulzinnen.
- Spreken A1 Maart 2024 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële openbare lijst met spreekvragen en aanvulzinnen. De voorbeelden in dit artikel zijn zelf gemaakt.
- Beoordelingsmodel Spreken A1 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Huidig beoordelingsmodel, versie 10 augustus 2026: punten voor betekenis en uitspraak; antwoorden van één woord en grammaticafouten kunnen worden geaccepteerd.
- Examenprogramma basisexamen inburgering (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Wettelijk examenprogramma: dagelijkse vragen, aanvulzinnen met plaatjes, opnames op de computer en beoordeling door mensen.
- Naar Nederland: Het examen maken (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Examen op de computer, beoordeling van spreekantwoorden door mensen en cijfers van 1 tot 10; een 6 of hoger is voldoende.
- Officieel oefenexamen Spreken A1 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Openbaar oefenexamen met beide soorten opdrachten in 30 minuten.