hen of hun? Een snelle regel
Een snelle beslissing voor de keuze tussen hen en hun: hen na een voorzetsel of als lijdend voorwerp, hun als meewerkend voorwerp.
Hen en hun verwijzen allebei naar personen, en zelfs moedertaalsprekers halen ze door elkaar. Deze pagina geeft je een keuze die je in een paar seconden maakt. Voor de volledige achtergrond, zie hen, hun of ze?.
Hoe kies je
Gebruik hen na een voorzetsel en als lijdend voorwerp; gebruik hun als meewerkend voorwerp (de persoon die iets ontvangt) wanneer er geen voorzetsel staat. Loop deze drie controles op volgorde na:
- Staat er een voorzetsel direct voor (voor, met, aan, over, naar)? Gebruik dan hen: Ik doe het voor hen. Ik reken op hen.
- Is het het lijdend voorwerp — de persoon die de handeling ondergaat? Gebruik dan hen: Ik zie hen. We hebben hen uitgenodigd.
- Is het het meewerkend voorwerp — de persoon die iets krijgt, zonder voorzetsel? Gebruik dan hun: Ik geef hun het boek. Hij stuurde hun een brief.
Een snelle test voor het meewerkend voorwerp: als je aan voor de persoon zou kunnen zetten (Ik geef het boek aan hen), krijgt de kortere versie zonder aan hun (Ik geef hun het boek).
hun is ook het bezittelijk voornaamwoord
Los hiervan is hun ook het bezittelijk voornaamwoord vóór een zelfstandig naamwoord: hun huis, hun kinderen. Dat hun verandert nooit in hen.
| Vorm | Rol | Voorbeeld |
|---|---|---|
| hen | na een voorzetsel | Ik wacht op hen. |
| hen | lijdend voorwerp | Ik ken hen goed. |
| hun | meewerkend voorwerp (geen voorzetsel) | Ik geef hun een cadeau. |
| hun | bezittelijk voornaamwoord | Dat is hun auto. |
Bij twijfel: gebruik ze
In alledaagse spreektaal dekt het onbeklemtoonde ze beide rollen en is het altijd goed: Ik zie ze, Ik geef ze het boek. Gebruik ze als de personen geen nadruk krijgen; schakel over op de volledige vorm hen/hun in verzorgd schrijven of als je het woord benadrukt.
Veelgemaakte fouten
De meestgemaakte fout is hun als onderwerp gebruiken: Hun hebben gelijk is fout. Het onderwerpswoord is zij (of onbeklemtoond ze): Zij hebben gelijk. Hun en hen zijn altijd alleen voorwerpen of, bij hun, een bezittelijk voornaamwoord — nooit het onderwerp van de zin. Als je vastloopt op hen versus hun, onthoud dan dat ze door elkaar halen een klein foutje is, maar hun als onderwerp gebruiken valt op.
- In verzorgd schrijven, vul in: *Ik heb een cadeau voor ___.*
- hun
- hen
- zij
- ze
Na een voorzetsel (*voor*) gebruikt verzorgd Nederlands *hen*: *voor hen*. *ze* past bij informele spreektaal, maar niet bij de verzorgde vorm die hier gevraagd wordt, en *hun* wordt niet na een voorzetsel gebruikt.
- Welke zin volgt de traditionele regel?
- Ik geef hen het boek.
- Ik geef hun het boek.
- Ik geef zij het boek.
- Ik geef hun aan het boek.
De personen ontvangen het boek, dus dit is het meewerkend voorwerp zonder voorzetsel → *hun*: *Ik geef hun het boek.* Je kunt ook zeggen *Ik geef het boek aan hen.*
- *Wij kennen ___ al jaren.* Wat past bij het lijdend voorwerp?
- hun
- hen
- zij
- hunne
Hier zijn de personen het lijdend voorwerp (wie we kennen), dus geeft de regel *hen*: *Wij kennen hen al jaren.*
- Zoek de fout: *Hun wonen in Amsterdam.*
- *Hun* moet *hen* zijn
- *Hun* moet *zij* zijn
- *wonen* moet *woont* zijn
- er is niets fout
*Hun* en *hen* zijn voorwerpen, nooit het onderwerp. Het onderwerp is *zij* (of onbeklemtoond *ze*): *Zij wonen in Amsterdam.*
- Wat is *hun* in *Dat is hun huis*?
- een lijdend voorwerp
- een meewerkend voorwerp
- het bezittelijk voornaamwoord
- een onderwerp
Vóór een zelfstandig naamwoord is *hun* het bezittelijk voornaamwoord: *hun huis*. Dit *hun* wordt nooit *hen*.
Test jezelf
Question 1 of 5
In verzorgd schrijven, vul in: Ik heb een cadeau voor ___.