Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Grammatica

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Facebook-groep:

A1

A2

B1

B2

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

Inburgering.org/Grammar/Bezittelijke voornaamwoorden: mijn, jouw, zijn, haar, onze

Bezittelijke voornaamwoorden: mijn, jouw, zijn, haar, onze

Hoe je mijn, jouw, zijn, haar, ons/onze en hun gebruikt, en waarom het soms ons en soms onze is.

Een bezittelijk voornaamwoord is het woord dat aangeeft van wie iets is: mijn fiets, haar tas. In het Nederlands staan deze woorden vóór het zelfstandig naamwoord, net als in het Engels.

De volledige reeks

Er is één bezittelijk woord per persoon, en maar één ervan verandert ooit van uitgang. Leer de lijst hieronder en je hebt bijna het hele onderwerp te pakken.

BetekenisNederlandsVoorbeeld
van mijmijnmijn fiets
van jou (één persoon)jouw / jejouw huis
van u (formeel)uwuw naam
van hem (of een ding)zijnzijn tas
van haarhaarhaar boek
van onsons / onzeonze auto
van jullie (meer personen)julliejullie kinderen
van henhunhun hond

Behalve ons/onze krijgt geen van deze woorden een uitgang: het is altijd mijn boek en mijn boeken, haar hond en haar honden, of het zelfstandig naamwoord nu enkelvoud of meervoud is, de-woord of het-woord.

ons of onze?

Gebruik onze vóór een de-woord en vóór elk meervoud; gebruik ons alleen vóór een enkelvoudig het-woord. Dit is het enige bezittelijke woord dat van vorm verandert, dus het is even opletten waard.

  1. de-woord → onze: de buurt → onze buurt.
  2. enkelvoudig het-woord → ons: het dorp → ons dorp.
  3. elk meervoud → onze, want elk meervoud is een de-woord: onze dorpen, ook al is het enkelvoud het dorp.
Zelfstandig naamwoordLidwoordMet ons/onze
buurtdeonze buurt
dorphetons dorp
dorpendeonze dorpen
kantoorhetons kantoor

zijn voor dingen, haar voor personen

Het Nederlands heeft geen apart woord voor bezit van een ding. Als de bezitter een ding is, gebruik je opnieuw zijn, hetzelfde woord dat ook “van hem” betekent: Elk land heeft zijn eigen vlag. Zo doet één vorm, zijn, het werk van zowel “van hem” als “van een ding”, terwijl haar voor een vrouwelijke bezitter blijft: Zij pakt haar telefoon.

jouw of je, jullie of je

Jouw en jullie hebben allebei een kortere, onbeklemtoonde tweelingvorm, je, die je gebruikt als je geen nadruk legt op wie de eigenaar is.

  • jouw legt nadruk op de eigenaar; je is de neutrale, alledaagse vorm: Is dit jouw jas of mijn jas? maar Neem je paraplu mee.
  • jullie is de bezitsvorm voor meer dan één persoon: Waar staan jullie fietsen?
  • Als jullie al het onderwerp is, houdt het Nederlands niet van een tweede jullie er meteen achter, dus wordt het bezittelijke woord je: zeg Nemen jullie je fietsen mee?, niet jullie fietsen.

Verkorte spreektaalvormen

In ontspannen spreektaal (en informeel schrijven) worden mijn, zijn en haar vaak korter: m'n, z'n en d'r: Hij pakt z'n jas. Dit is informeel; gebruik in het examen en op schrift de volledige vormen mijn, zijn, haar. Om aan te geven van wie iets is zonder een zelfstandig naamwoord erachter (dat boek is van mij), gebruikt het Nederlands een andere reeks: de zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden.

Veelgemaakte fouten

De valkuil is onze bij een het-woord. Omdat onze als de standaard voelt, schrijven leerders onze huis en onze plan. Een enkelvoudig het-woord krijgt ons: ons huis, ons plan, ons land. Kijk eerst naar het lidwoord: is het zelfstandig naamwoord het ... en enkelvoud, dan is het ons; anders onze. Let op: ons is ook de objectsvorm van we (Hij ziet ons); dat is een ander woord, behandeld bij onderwerps- en voorwerpsvoornaamwoorden.

  • Vul in: *Dit is ___ huis.* (het huis, van ons)
    • onze
    • ons
    • onzen
    • our

    *Huis* is een enkelvoudig het-woord, dus wordt het *ons* → *ons huis*. Alleen het-woorden in het enkelvoud krijgen *ons*.

  • Vul in: *Waar staat ___ auto?* (de auto, van ons)
    • ons
    • onze
    • onzer
    • onse

    *Auto* is een de-woord, dus wordt het *onze* → *onze auto*. De-woorden en alle meervouden krijgen *onze*.

  • Hoe zeg je “our villages”? (het dorp, meervoud dorpen)
    • ons dorpen
    • onze dorpen
    • ons dorps
    • onze dorp

    Elk meervoud is een de-woord, dus krijgt het *onze* → *onze dorpen*, ook al krijgt het enkelvoud *het dorp* de vorm *ons*.

  • Welke zin drukt correct uit dat elk land een eigen vlag heeft (de bezitter is een ding)?
    • Elk land heeft haar eigen vlag.
    • Elk land heeft zijn eigen vlag.
    • Elk land heeft zijne eigen vlag.
    • Elk land heeft hun eigen vlag.

    Het Nederlands heeft geen apart woord voor bezit door een ding en gebruikt *zijn* (hetzelfde woord als voor een mannelijke bezitter) wanneer de bezitter een ding is → *zijn eigen vlag*.

  • Welke bezitsvorm gebruik je voor “de kinderen” als je meer dan één persoon aanspreekt?
    • jouw kinderen
    • jullie kinderen
    • uw kinderen
    • hun kinderen

    *Jullie* is de bezitsvorm als je meer dan één persoon aanspreekt → *jullie kinderen*. *Jouw* gebruik je voor één persoon, *hun* betekent “van hen”.

Test jezelf

Question 1 of 5

Vul in: Dit is ___ huis. (het huis, van ons)

See also

  • Nederlandse onderwerps- en voorwerpsvoornaamwoorden (ik/mij, wij/ons)
  • Zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden: de mijne, het jouwe, van mij
  • Bezit uitdrukken in het Nederlands: van en de -s-genitief