Bezittelijke voornaamwoorden: mijn, jouw, zijn, haar, onze
Hoe je mijn, jouw, zijn, haar, ons/onze en hun gebruikt, en waarom het soms ons en soms onze is.
Een bezittelijk voornaamwoord is het woord dat aangeeft van wie iets is: mijn fiets, haar tas. In het Nederlands staan deze woorden vóór het zelfstandig naamwoord, net als in het Engels.
De volledige reeks
Er is één bezittelijk woord per persoon, en maar één ervan verandert ooit van uitgang. Leer de lijst hieronder en je hebt bijna het hele onderwerp te pakken.
| Betekenis | Nederlands | Voorbeeld |
|---|---|---|
| van mij | mijn | mijn fiets |
| van jou (één persoon) | jouw / je | jouw huis |
| van u (formeel) | uw | uw naam |
| van hem (of een ding) | zijn | zijn tas |
| van haar | haar | haar boek |
| van ons | ons / onze | onze auto |
| van jullie (meer personen) | jullie | jullie kinderen |
| van hen | hun | hun hond |
Behalve ons/onze krijgt geen van deze woorden een uitgang: het is altijd mijn boek en mijn boeken, haar hond en haar honden, of het zelfstandig naamwoord nu enkelvoud of meervoud is, de-woord of het-woord.
ons of onze?
Gebruik onze vóór een de-woord en vóór elk meervoud; gebruik ons alleen vóór een enkelvoudig het-woord. Dit is het enige bezittelijke woord dat van vorm verandert, dus het is even opletten waard.
- de-woord → onze: de buurt → onze buurt.
- enkelvoudig het-woord → ons: het dorp → ons dorp.
- elk meervoud → onze, want elk meervoud is een de-woord: onze dorpen, ook al is het enkelvoud het dorp.
| Zelfstandig naamwoord | Lidwoord | Met ons/onze |
|---|---|---|
| buurt | de | onze buurt |
| dorp | het | ons dorp |
| dorpen | de | onze dorpen |
| kantoor | het | ons kantoor |
zijn voor dingen, haar voor personen
Het Nederlands heeft geen apart woord voor bezit van een ding. Als de bezitter een ding is, gebruik je opnieuw zijn, hetzelfde woord dat ook “van hem” betekent: Elk land heeft zijn eigen vlag. Zo doet één vorm, zijn, het werk van zowel “van hem” als “van een ding”, terwijl haar voor een vrouwelijke bezitter blijft: Zij pakt haar telefoon.
jouw of je, jullie of je
Jouw en jullie hebben allebei een kortere, onbeklemtoonde tweelingvorm, je, die je gebruikt als je geen nadruk legt op wie de eigenaar is.
- jouw legt nadruk op de eigenaar; je is de neutrale, alledaagse vorm: Is dit jouw jas of mijn jas? maar Neem je paraplu mee.
- jullie is de bezitsvorm voor meer dan één persoon: Waar staan jullie fietsen?
- Als jullie al het onderwerp is, houdt het Nederlands niet van een tweede jullie er meteen achter, dus wordt het bezittelijke woord je: zeg Nemen jullie je fietsen mee?, niet jullie fietsen.
Verkorte spreektaalvormen
In ontspannen spreektaal (en informeel schrijven) worden mijn, zijn en haar vaak korter: m'n, z'n en d'r: Hij pakt z'n jas. Dit is informeel; gebruik in het examen en op schrift de volledige vormen mijn, zijn, haar. Om aan te geven van wie iets is zonder een zelfstandig naamwoord erachter (dat boek is van mij), gebruikt het Nederlands een andere reeks: de zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden.
Veelgemaakte fouten
De valkuil is onze bij een het-woord. Omdat onze als de standaard voelt, schrijven leerders onze huis en onze plan. Een enkelvoudig het-woord krijgt ons: ons huis, ons plan, ons land. Kijk eerst naar het lidwoord: is het zelfstandig naamwoord het ... en enkelvoud, dan is het ons; anders onze. Let op: ons is ook de objectsvorm van we (Hij ziet ons); dat is een ander woord, behandeld bij onderwerps- en voorwerpsvoornaamwoorden.
- Vul in: *Dit is ___ huis.* (het huis, van ons)
- onze
- ons
- onzen
- our
*Huis* is een enkelvoudig het-woord, dus wordt het *ons* → *ons huis*. Alleen het-woorden in het enkelvoud krijgen *ons*.
- Vul in: *Waar staat ___ auto?* (de auto, van ons)
- ons
- onze
- onzer
- onse
*Auto* is een de-woord, dus wordt het *onze* → *onze auto*. De-woorden en alle meervouden krijgen *onze*.
- Hoe zeg je “our villages”? (het dorp, meervoud dorpen)
- ons dorpen
- onze dorpen
- ons dorps
- onze dorp
Elk meervoud is een de-woord, dus krijgt het *onze* → *onze dorpen*, ook al krijgt het enkelvoud *het dorp* de vorm *ons*.
- Welke zin drukt correct uit dat elk land een eigen vlag heeft (de bezitter is een ding)?
- Elk land heeft haar eigen vlag.
- Elk land heeft zijn eigen vlag.
- Elk land heeft zijne eigen vlag.
- Elk land heeft hun eigen vlag.
Het Nederlands heeft geen apart woord voor bezit door een ding en gebruikt *zijn* (hetzelfde woord als voor een mannelijke bezitter) wanneer de bezitter een ding is → *zijn eigen vlag*.
- Welke bezitsvorm gebruik je voor “de kinderen” als je meer dan één persoon aanspreekt?
- jouw kinderen
- jullie kinderen
- uw kinderen
- hun kinderen
*Jullie* is de bezitsvorm als je meer dan één persoon aanspreekt → *jullie kinderen*. *Jouw* gebruik je voor één persoon, *hun* betekent “van hen”.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: Dit is ___ huis. (het huis, van ons)