Zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden: de mijne, het jouwe, van mij
Zo gebruik je zelfstandige vormen als de mijne, van mij en die van mij, met de keuze tussen de/het en het ontbreken van een zelfstandige vorm voor jullie.
Is dit jouw boek of het mijne? Een zelfstandig bezittelijk voornaamwoord vervangt een zelfstandig naamwoord dat al duidelijk is. Het Nederlands gebruikt drie verwante patronen. De/het mijne vervangt het zelfstandig naamwoord. Van mij zegt van wie iets is. Die/dat van mij vervangt een bekend zelfstandig naamwoord met een woordgroep met van. Een niet-zelfstandig bezittelijk voornaamwoord blijft juist voor een zelfstandig naamwoord staan: mijn boek.
Zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden krijgen de of het
In het Standaardnederlands staat er een bepaald lidwoord voor de zelfstandige vorm: de mijne of het mijne, niet alleen mijne. Kies het lidwoord van het weggelaten zelfstandig naamwoord. Een de-woord en elk meervoud krijgen de; een enkelvoudig het-woord krijgt het. Leer elke rij hieronder als een volledige vorm; probeer de vorm niet zelf te maken door een uitgang toe te voegen.
| Bezitter | Vorm bij een de-woord of meervoud | Vorm bij een enkelvoudig het-woord |
|---|---|---|
| ik | de mijne | het mijne |
| jij (enkelvoud, informeel) | de jouwe | het jouwe |
| u (beleefd) | de uwe | het uwe |
| hij / het | de zijne | het zijne |
| zij (enkelvoud) | de hare | het hare |
| wij | de onze | het onze |
| jullie (meervoud) | geen zelfstandige vorm; gebruik die van jullie | geen zelfstandige vorm; gebruik dat van jullie |
| zij (meervoud) | de hunne | het hunne |
| Weggelaten zelfstandig naamwoord | Voorbeeld | Waarom |
|---|---|---|
| de jas | Is dit jouw jas? Nee, de mijne is zwart. | Een de-woord krijgt de. |
| het boek | Jouw boek ligt hier; het mijne ligt thuis. | Een enkelvoudig het-woord krijgt het. |
| de sleutels | Jouw sleutels liggen hier; de mijne liggen thuis. | Elk meervoud krijgt de. |
De bezitter bepaalt de rij in de tabel; het weggelaten zelfstandig naamwoord bepaalt de of het. Twijfel je over het lidwoord van een woord, kijk dan bij de of het. Ook in gesprekken hoor je de/het mijne en de/het jouwe. De andere zelfstandige vormen komen vaker voor in geschreven taal. Het is dus niet juist om de hele reeks simpelweg ‘formeel’ te noemen.
De bezitter hoeft geen persoon te zijn: het kan ook om een dier, ding of instantie gaan. Het Nederlands heeft geen aparte zelfstandige vorm die alleen voor een onzijdige bezitter dient. Dezelfde vorm zijne hoort zowel bij hij als bij het: Het ministerie publiceerde zijn plan; het bedrijf publiceerde het zijne. Hier is plan een het-woord. Daarom gebruikt de instantie het bedrijf de vorm het zijne.
Van mij zegt van wie iets is
Die tas is van mij. Hier blijft het zelfstandig naamwoord staan. Met van plus een persoonlijk voornaamwoord zeg je van wie het is. Dit standaardpatroon komt veel voor in gesproken en geschreven taal: van mij, van jou, van u, van hem, van haar, van ons, van jullie, van hen. Vooral van jullie is belangrijk: voor de tweede persoon meervoud bestaat geen zelfstandige vorm van jullie.
Die tas is de mijne. Deze versie met een zelfstandig bezittelijk voornaamwoord is ook juist, maar de twee patronen werken niet precies hetzelfde. Van mij volgt zonder lidwoord op een vorm van zijn. De/het mijne vervangt het weggelaten zelfstandig naamwoord en bevat altijd de of het. Het algemenere gebruik van van om een bezitter te noemen staat bij bezit uitdrukken met van.
Die/dat van vervangt een bekend zelfstandig naamwoord
| Soort zelfstandig naamwoord | Vervanging | Voorbeeld |
|---|---|---|
| enkelvoudig de-woord | die van + voornaamwoord | Jouw fiets staat binnen; die van mij staat buiten. |
| enkelvoudig het-woord | dat van + voornaamwoord | Jouw idee is goed, maar dat van mij is beter. |
| meervoud | die van + voornaamwoord | Onze sleutels liggen hier; die van jullie liggen daar. |
Het patroon met die/dat van komt vooral veel voor in gesproken taal. Het is ook verplicht wanneer de bezitter jullie is: gebruik die van jullie bij een de-woord of meervoud en dat van jullie bij een enkelvoudig het-woord. Maak geen vormen als de jullie of het jullie. Lees ook de algemene regel over die en dat als vervanging van een zelfstandig naamwoord.
Elk patroon heeft een andere functie
| Functie | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Een bekend zelfstandig naamwoord vervangen door een zelfstandige bezitsvorm | de/het + volledige vorm | Is dat jouw glas of het mijne? |
| Zeggen van wie iets is | zelfstandig naamwoord + een vorm van zijn + van + voornaamwoord | Dat glas is van mij. |
| Een bekend zelfstandig naamwoord vervangen door een woordgroep met van | die/dat + van + voornaamwoord | Jouw glas is leeg; dat van mij is vol. |
In gesprekken en gewone schrijftaal zijn van mij en die/dat van mij veilige keuzes. Je kunt de/het mijne en de/het jouwe ook in gesprekken gebruiken; de andere zelfstandige vormen kom je vaker in geschreven taal tegen.
mijn kan niet los staan
In het Standaardnederlands heeft mijn een zelfstandig naamwoord erachter nodig. Dit is mijn is dus niet standaard. Blijft het zelfstandig naamwoord in de zin staan, zeg dan Dit boek is van mij. Wordt een bekend het-woord weggelaten, dan kun je Dit is het mijne. zeggen. Je kunt ook een vervanging gebruiken, zoals Dat van mij ligt hier. Dezelfde regel geldt voor jouw, zijn en haar: zeg Die pen is van jou, niet Die pen is jouw.
- Vul in: *Is dit jouw jas? Nee, ___ is blauw.* (Vul de zin aan; het zelfstandig naamwoord is *de jas*.)
- *de mijne*
- *het mijne*
- *mijn*
- *de mijn*
*Jas* is een *de*-woord. Daarom krijgt het zelfstandige bezittelijke voornaamwoord *de*: *de mijne*. Het weggelaten zelfstandig naamwoord, niet de bezitter, bepaalt het lidwoord.
- Welke zelfstandige bezitsvorm kan *zijn boek* vervangen als *boek* al duidelijk is?
- *de zijne*
- *het zijne*
- *zijn*
- *het zijn*
*Boek* is een enkelvoudig *het*-woord. De zelfstandige vorm is daarom *het zijne*. Afhankelijk van de bezitter kan *het zijne* naar *hij* of naar *het* verwijzen.
- Welke zin gebruikt *van* plus een voornaamwoord om te zeggen van wie de tas is?
- *Die tas is de mijne.*
- *Die tas is van mij.*
- *Die tas is mijn.*
- *Die tas mij.*
*Die tas is van mij* gebruikt *van* + een voornaamwoord na *is* om te zeggen van wie de tas is. *Die tas is de mijne* is ook juist, maar gebruikt een zelfstandig bezittelijk voornaamwoord.
- Met welke verbetering wordt *Dit is jouw pen en dit is mijn* Standaardnederlands?
- *Dit is jouw pen en dit is van mij.*
- *Dit is jouw pen en dit is mijn.*
- *Dit is jou pen en dit is mij.*
- *Dit is jouw pen en dit is de mijn.*
In het Standaardnederlands heeft *mijn* een zelfstandig naamwoord erachter nodig. *Van mij* kan zelfstandig bezit uitdrukken: *Dit is van mij.*
- Vul in: *Ons idee is goed, maar ___ is beter.* (Het zelfstandig naamwoord is *het idee*.)
- *die van jullie*
- *dat van jullie*
- *het jullie*
- *de jullie*
*Idee* is een enkelvoudig *het*-woord en wordt daarom vervangen door *dat*. Omdat het Nederlands geen zelfstandige vorm van *jullie* heeft, gebruik je *dat van jullie*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: Is dit jouw jas? Nee, ___ is blauw. (Vul de zin aan; het zelfstandig naamwoord is de jas.)