Nederlandse aanwijzende voornaamwoorden zonder zelfstandig naamwoord: dit, dat, deze en die
Als het zelfstandig naamwoord duidelijk is, gebruik je deze of dit voor iets dichtbij en die of dat voor iets verder weg, zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen.
Welke jas wil je? Die. Het antwoord laat jas weg en gebruikt daarvoor die. In het Nederlands is Die een volledig antwoord in gesproken en geschreven taal. In het Engels staat bij een ontbrekend enkelvoudig zelfstandig naamwoord vaak one na this of that; in het Nederlands gebruik je alleen het aanwijzende voornaamwoord.
Kies de vorm op basis van het weggelaten zelfstandig naamwoord
de jas → deze/die laat het patroon zien. Behoud het aanwijzende voornaamwoord dat vóór het weggelaten zelfstandig naamwoord kon staan en laat daarna het zelfstandig naamwoord weg.
| Weggelaten zelfstandig naamwoord | Optie dichtbij | Optie verder weg |
|---|---|---|
| enkelvoudig de-woord: de jas | deze | die |
| enkelvoudig het-woord: het boek | dit | dat |
| zaken in het meervoud: de jassen | deze | die |
| persoon aangeduid met een de-woord: de collega | deze | die |
| persoon aangeduid met een het-woord: het kind | dit | dat |
| meerdere personen: de collega's | dezen (meerdere personen; formeel) | die |
Welke collega bedoel je? Die. Bij één persoon bepaalt het lidwoord van het weggelaten zelfstandig naamwoord nog steeds de vorm: de collega geeft deze/die, terwijl het kind dit/dat geeft. Als deze zelfstandig naar meerdere personen verwijst, krijgt het in formeel Nederlands een -n: dezen. Die vorm kan ouderwets klinken; in alledaags Nederlands gebruik je meestal die of een persoonlijk voornaamwoord. Gebruik dezen nooit voor zaken.
Gebruik de vervanger om te kiezen of een contrast te maken
Welke fiets wil je? Die. Een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord kiest één onderdeel uit een bekende groep. Het kan ook twee opties tegenover elkaar zetten: Deze is goedkoper, maar die is sneller.
Als twee zichtbare opties op verschillende afstand staan, kiest deze/dit meestal de dichtstbijzijnde en die/dat de optie verder weg. Afstand bepaalt niet elk geval: sprekers gebruiken beide reeksen ook voor contrast of nadruk. Lees deze, die, dit en dat vóór een zelfstandig naamwoord voor de ruimere vormkeuze.
Houd vervanging van het zelfstandig naamwoord apart van persoonlijke voornaamwoorden
Welke telefoon bedoel je? Die. Hier kiest die een telefoon en vervangt het woord telefoon. In Waar is mijn telefoon? Hij ligt op tafel. is hij een persoonlijk voornaamwoord dat hetzelfde gespreksonderwerp voortzet.
Welke collega bedoel je? Die bij het raam. Het vervangingspatroon kan een persoon selecteren. Het Nederlands kan ook die/dat gebruiken om direct terug te verwijzen naar een persoon of zaak die net is geïntroduceerd. Dat standaardgebruik komt vooral veel voor in gesproken taal, maar het is een andere keuze van voornaamwoord dan een antwoord met een weggelaten zelfstandig naamwoord. Een persoonlijk voornaamwoord zet meestal een bekend gespreksonderwerp voort: Waar is Anna? Ze komt zo. Lees persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp en lijdend voorwerp.
Gebruik bij vervanging vóór van... alleen die of dat
Ik neem de fiets van Noor, niet die van Sam. Hier vervangt die de fiets vóór van Sam. Dit is een speciaal patroon in de standaardtaal: gebruik die voor een de-woord of een meervoud en dat voor een het-woord. Gebruik Jouw voorstel is beter dan dat van Paul. Deze vormen drukken hier geen afstand uit. Gebruik in dit patroon geen deze of dit.
Gebruik dit of dat om een zelfstandig naamwoord na het werkwoord te presenteren
Dit is mijn collega. Dat zijn nieuwe schoenen. Deze zinnen presenteren of identificeren het zelfstandig naamwoord na zijn. Behoud dit/dat, ook vóór een de-woord, een persoon of een meervoud.
| Patroon | Voorbeeld | Waarom |
|---|---|---|
| Bekend zelfstandig naamwoord weggelaten | Welke schoenen zijn van jou? Deze. | deze vervangt het zelfstandig naamwoord schoenen in het meervoud. |
| Bekend zelfstandig naamwoord weggelaten vóór een beschrijving | Deze zijn goedkoop. | deze vervangt een bekend meervoudig zelfstandig naamwoord; goedkoop is een beschrijving. |
| Zelfstandig naamwoord na het werkwoord gepresenteerd | Dit zijn mijn schoenen. | dit leidt de naamwoordgroep mijn schoenen in. |
Het werkwoord volgt het getal van het gepresenteerde zelfstandig naamwoord: Dit is mijn schoen. maar Dit zijn mijn schoenen. In hetzelfde presentatiepatroon kun je worden gebruiken: Dat worden goede muzikanten.
- *Welke schoenen wil je?* Welk antwoord verwijst naar de schoenen die dichtbij staan?
- Dit
- Deze
- Dat
- Die
*Schoenen* is een meervoud, dus de zelfstandige vorm is *deze* voor dichtbij of *die* voor verder weg. De vraag gaat over dichtbij, dus het antwoord is *Deze*.
- Vul in: *Ik neem de auto van Noor, niet ___ Sam.*
- dat van
- die van
- deze van
- dit van
*Auto* is een *de*-woord. Vóór een volgende woordgroep met *van* is de standaardvervanger *die*: *die van Sam*.
- Welk antwoord verwijst met een persoonlijk voornaamwoord naar Anna na *Waar is Anna?*
- Dit komt zo.
- Die komt zo.
- Ze komt zo.
- Dat komt zo.
*Ze* verwijst met een persoonlijk voornaamwoord terug naar Anna. *Die* kan terugverwijzen naar een persoon die net is geïntroduceerd of nadruk geven, maar dat is niet de gewone verwijzing die hier wordt getoetst.
- Welke zin presenteert *mijn ouders* op de juiste manier?
- Deze zijn mijn ouders.
- Dit zijn mijn ouders.
- Dit is mijn ouders.
- Die is mijn ouders.
Deze zin presenteert de naamwoordgroep *mijn ouders*. Gebruik *dit* met de meervoudsvorm van het werkwoord *zijn*: *Dit zijn mijn ouders.*
- Vul in: *Welk kind bedoel je? ___ daar.* (verder weg)
- Die
- Deze
- Dit
- Dat
*Kind* is een *het*-woord, ook al verwijst het naar een persoon. De vorm voor verder weg die *het kind* vervangt, is *dat*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Welke schoenen wil je? Welk antwoord verwijst naar de schoenen die dichtbij staan?