Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Grammatica

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Facebook-groep:

A1

A2

B1

B2

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

Inburgering.org/Grammar/deze, die, dit, dat: de aanwijzende voornaamwoorden

deze, die, dit, dat: de aanwijzende voornaamwoorden

Hoe je deze, die, dit of dat kiest — op basis van het de/het-geslacht van het zelfstandig naamwoord en of het dichtbij of ver weg is.

Een aanwijzend voornaamwoord is een woord dat aanwijst. Het Nederlands heeft er vier: deze en dit (voor iets dichtbij) en die en dat (voor iets verder weg). Welke je kiest, hangt af van het zelfstandig naamwoord: deze man maar dit huis.

Hoe kies je tussen deze, die, dit en dat?

Twee dingen bepalen het tegelijk: of het zelfstandig naamwoord een de-woord of een het-woord is, en of je iets dichtbij of iets verder weg bedoelt. de-woorden en alle meervouden krijgen deze (dichtbij) of die (ver weg); het-woorden krijgen dit (dichtbij) of dat (ver weg).

  1. Controleer het geslacht van het zelfstandig naamwoord — zie de of het?. Een de-woord krijgt deze of die; een het-woord krijgt dit of dat.
  2. Controleer de afstand: iets dichtbij krijgt deze of dit; iets verder weg krijgt die of dat.
  3. Onthoud dat elk meervoud een de-woord is, dus meervouden gebruiken altijd alleen deze of die, wat het enkelvoud ook was: het boek → deze boeken / die boeken.
Zelfstandig naamwoordDichtbijVer weg
de-woord: de fietsdeze fietsdie fiets
het-woord: het huisdit huisdat huis
meervoud: de huizendeze huizendie huizen

Een ezelsbruggetje: de, deze en die dragen allemaal de -e van de, terwijl het, dit en dat allemaal eindigen op -t zoals het.

Wanneer gebruik je het

  • Direct vóór een zelfstandig naamwoord, in plaats van de of het: Deze trein gaat naar Amsterdam. Dat boek is van mij.
  • Op zichzelf, zodra duidelijk is wat je aanwijst, met het zelfstandig naamwoord weggelaten: Welke wil je? Deze. Meer hierover in die en dat als vervangers.
  • Om iemand of iets voor te stellen of te presenteren gebruikt het Nederlands dit (dichtbij) of dat (ver weg), wat het geslacht of getal ook is: Dit is mijn zus. Dat zijn mijn ouders. Het aanwijzende woord blijft enkelvoudig dit/dat, zelfs naast het meervoudige werkwoord zijn.

Veelgemaakte fouten

Bij het voorstellen van personen of dingen grijpen Engelstaligen naar een meervoudsvorm naar analogie van 'these/those' en zeggen Deze zijn mijn ouders. Het Nederlands houdt hier het enkelvoudige dit of dat aan: Dit zijn mijn ouders, Dat zijn leuke schoenen. Laat het meervoudige werkwoord zijn je niet naar deze/die trekken — in dit voorstellende patroon verandert het aanwijzende woord niet mee met het getal.

  • Vul in: *___ huis is te koop.* (het huis)
    • Deze
    • Dit
    • Die
    • Dat

    *Huis* is een *het*-woord, en het is dichtbij, dus gebruik je *dit* → *Dit huis is te koop.*

  • Wat is correct voor 'that bike' (*de fiets*, verder weg)?
    • dit fiets
    • deze fiets
    • dat fiets
    • die fiets

    *Fiets* is een *de*-woord, dus het krijgt *deze* (dichtbij) of *die* (ver weg). Voor iets verder weg heb je *die fiets* nodig.

  • Vul in: *___ zijn mijn collega's.* (je stelt de mensen voor die vlak naast je staan)
    • Deze
    • Die
    • Dit
    • Dat

    Om iemand voor te stellen houdt het Nederlands het aanwijzende woord enkelvoudig — *dit* of *dat* — zelfs vóór het meervoudige *zijn*, nooit *deze/die*. Omdat de mensen dichtbij zijn, kies je *dit* boven *dat* → *Dit zijn mijn collega's.* Verder weg zou het *Dat zijn mijn collega's.* zijn.

  • Wat is correct voor 'these books' (*het boek* → *de boeken*)?
    • dit boeken
    • deze boeken
    • dat boeken
    • die boeken

    Elk meervoud is een *de*-woord, dus het krijgt *deze* (dichtbij) of *die* (ver weg). Dichtbij → *deze boeken*, ook al gebruikt het enkelvoud *het boek* het woord *dit*.

  • Waarom is het *dit kind* en niet *deze kind*?
    • omdat *kind* een *het*-woord is (*het kind*)
    • omdat het kind ver weg is
    • omdat *kind* meervoud is
    • omdat *kind* een naam is

    *Kind* is een *het*-woord (*het kind*), dus het krijgt *dit* (dichtbij) of *dat* (ver weg), nooit *deze* of *die*.

Test jezelf

Question 1 of 5

Vul in: ___ huis is te koop. (het huis)

See also

  • de of het? Het geslacht van zelfstandige naamwoorden
  • die en dat als vervangers: aanwijzen zonder het zelfstandig naamwoord