De или het для zakenpartner?
de zakenpartner
- Множественное число
- de zakenpartners
- Уменьшительная форма
- het zakenpartnertje
- Указательное слово
- deze zakenpartner / die zakenpartner
- С прилагательным
- een mooie zakenpartner / de mooie zakenpartner
de zakenpartner