De ou het para zout?
het zout
Significado
salt
Exemplo
Wie heeft er twee kilo zout in mijn soep gedaan? Nu smaakt het ranzig!
Who's put two kilogrammes of salt in my soup? It tastes putrid now!
- Plural
- de zouten
- Diminutivo
- het zoutje
- Demonstrativo
- dit zout / dat zout
- Com adjetivo
- een mooi zout / het mooie zout