Saltar al contenido principal

¿De o het con boosdoener?

de boosdoener

Significado

evildoer, perpetrator, culprit

Plural
de boosdoeners
Diminutivo
het boosdoenertje
Demostrativo
deze boosdoener / die boosdoener
Con adjetivo
een mooie boosdoener / de mooie boosdoener