De ou het pour japon ?
de japon
Sens
a gown, a robe, a dress
Exemple
De makers hebben in totaal 248 handgemaakte strikken op de japon aangebracht.
The makers sewed a total of 248 hand-made ribbons onto the dress.
Haar japon van lichte mousseline, ietwat doorzichtig (dat was toen mode) liet de mannen niet onverschillig.
Her slightly see-through muslin dress (the fashion of the day) didn’t leave men indifferent.
- Pluriel
- de japonnen
- Diminutif
- het japonnetje
- Démonstratif
- deze japon / die japon
- Avec un adjectif
- een mooie japon / de mooie japon