De of het boosdoeners?
de boosdoeners
Betekenis
evildoer, perpetrator, culprit
Waarom?
Elk Nederlands meervoud krijgt de.
Lees meer over deze regel- Meervoud
- de boosdoeners
- Verkleinwoord
- het boosdoenertje
- Aanwijzend
- deze boosdoener / die boosdoener
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie boosdoener / de mooie boosdoener