Meer mensen hebben werk na huisvesting
Het aandeel inburgeraars met betaald werk stijgt van ongeveer 24% bij maand 3 na huisvesting naar 50% bij maand 33. Het aandeel dat een uitkering krijgt, daalt van ongeveer 54% naar 43%. De cijfers over werk lopen tot en met 2024. De uitleg bij de uitkeringsgrafiek noemt 2025. De samenstelling van de gemeten groepen verandert in de loop van de tijd. Ben je aan het inburgeren nadat je in een gemeente bent gaan wonen? Gebruik de tabellen om werk en uitkeringen per leerroute te vergelijken.
Over welke jaren gaan de cijfers?
Het CBS-overzicht over werk en inkomen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) gaat over mensen die onder de Wet inburgering 2021 vallen. De reeks over werk na huisvesting telt ook zelfstandigen mee en loopt tot en met 2024. De gegevens over inkomen en zelfstandigen lopen ook tot en met 2024. De andere werkcijfers gaan alleen over werknemers. Die cijfers en de gegevens over banen lopen tot en met december 2025. De cijfers over 2025 zijn voorlopig.
De uitleg bij de uitkeringsgrafiek noemt 2025 als laatste jaar. De algemene uitleg van het CBS noemt hiervoor 2024. Op deze pagina volgen we de uitleg bij de grafiek zelf. De tabellen over huishoudinkomen en de voornaamste inkomensbron gaan over het cohort 2022: mensen die in 2022 bericht kregen dat ze moesten inburgeren. Deze tabellen gebruiken gegevens tot en met 2024.
Wie telt het CBS mee?
De cijfers na huisvesting gaan over mensen die in een gemeente zijn gaan wonen. Het CBS noemt dit huisvesting. Het CBS meet hun situatie steeds na drie maanden. Onze tabellen beginnen bij maand 3 en eindigen bij maand 33. Het gaat om asielmigranten, gezinsmigranten en overige migranten. Mensen die klaar zijn met inburgeren, blijven meetellen. Mensen met een vrijstelling of ontheffing tellen niet mee in deze grafieken na huisvesting.
Woonde iemand al in een gemeente toen het bericht over de inburgeringsplicht kwam? Dan beginnen de metingen bij dat bericht. Voor asielmigranten die op dat moment nog in de opvang wonen, beginnen de metingen als zij in de gemeente gaan wonen.
De grafiek over werk in de loop van de tijd telt mensen in loondienst en zelfstandigen mee. De andere werkgrafieken tellen alleen werknemers mee. De gegevens over zelfstandigen lopen tot en met 2024.
Een uitkering kan hier bijstand, een werkloosheidsuitkering of een arbeidsongeschiktheidsuitkering zijn. Bijstand is de meest voorkomende uitkering. Iemand kan tegelijk betaald werken en een uitkering krijgen.
Als je gewend bent dat werk en een uitkering elkaar uitsluiten, lees deze percentages dan apart. Een persoon kan hier in beide groepen meetellen.
Het CBS vergelijkt mensen per leerroute. In de B1-route leren mensen Nederlands en doen ze betaald werk of vrijwilligerswerk. De Onderwijsroute bereidt mensen voor op een vervolgopleiding. De Z-route (zelfredzaamheidsroute) is voor mensen voor wie de andere twee routes te moeilijk zijn. De Rijksoverheid legt uit wat de leerroutes inhouden (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Wil je weten welke taalniveaus mensen bereiken? Lees dan de cijfers over taalniveaus tijdens de inburgering.
De groepen op de leerroutes verschillen van elkaar. Als meer mensen op een route werken, bewijst dat niet dat dit door de route komt. Lees voor meer achtergrond wie de nieuwe inburgeraars zijn.
Betaald werk na huisvesting
De tabel vergelijkt betaald werk op alle routes samen, de B1-route en de Z-route. Het aandeel mensen met werk stijgt op elk meetmoment in de tabel. Deze grafiek telt werknemers en zelfstandigen mee en loopt tot en met 2024.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Maanden na huisvesting | Alle routes | B1-route | Z-route |
|---|---|---|---|
| 3 maanden | ongeveer 24% | ongeveer 29% | ongeveer 8% |
| 12 maanden | ongeveer 31% | ongeveer 38% | ongeveer 11% |
| 24 maanden | ongeveer 37% | ongeveer 43% | ongeveer 16% |
| 33 maanden | ongeveer 50% | ongeveer 56% | ongeveer 26% |
Het aandeel mensen met betaald werk verdubbelt ongeveer tussen maand 3 en maand 33. De samenstelling van de groep verandert per meetmoment. Het zijn dus niet steeds precies dezelfde mensen. Het verschil tussen de B1-route en de Z-route is ongeveer 21 procentpunten bij maand 3. Bij maand 33 is het verschil 30 procentpunten: 56% min 26%.
Bij maand 3 werkt ongeveer 1% alleen als zelfstandige. Bij maand 33 is dat ongeveer 6%. Nog eens 1% werkt bij maand 33 zowel in loondienst als als zelfstandige. Deze reeks loopt tot en met 2024.
Een uitkering na huisvesting
Op elke route in de tabel daalt het aandeel mensen met een uitkering tussen maand 3 en maand 33. De uitleg bij de grafiek noemt 2025 als laatste jaar van de gegevens.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Leerroute | Uitkering bij maand 3 | Uitkering bij maand 33 | Verschil in procentpunten |
|---|---|---|---|
| Alle routes | ongeveer 54% | ongeveer 43% | ongeveer −11 |
| B1-route | ongeveer 44% | ongeveer 34% | ongeveer −10 |
| Z-route | ongeveer 85% | ongeveer 76% | ongeveer −9 |
| Onderwijsroute | ongeveer 79% | ongeveer 37% | ongeveer −42 |
Het grootste verschil tussen maand 3 en maand 33 is op de Onderwijsroute: ongeveer 42 procentpunten. Op de Z-route is het verschil ongeveer 9 procentpunten. De samenstelling van de groepen verandert per meetmoment. De cijfers verklaren niet waarom mensen vaker of minder vaak een uitkering krijgen.
Voornaamste inkomensbron van de groep uit 2022
Het CBS deelt mensen in naar hun voornaamste inkomensbron. Het kijkt ook of iemand onderwijs volgt. De tabel gaat over het cohort 2022 en gebruikt gegevens tot en met 2024.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Voornaamste inkomensbron | Bij maand 3 | Bij maand 33 | Verschil tussen maand 3 en maand 33 |
|---|---|---|---|
| Werk | ongeveer 15% | ongeveer 47% | ongeveer 32 procentpunten hoger |
| Uitkering of pensioen | ongeveer 66% | ongeveer 26% | ongeveer 40 procentpunten lager |
| In opleiding | ongeveer 4% | ongeveer 6% | ongeveer 2 procentpunten hoger |
| Geen inkomen | ongeveer 15% | ongeveer 21% | ongeveer 6 procentpunten hoger |
Bij maand 3 kreeg ongeveer twee derde vooral inkomen uit een uitkering of pensioen. Bij maand 33 was werk voor ongeveer 47% de voornaamste inkomensbron. Voor ongeveer 26% was dat een uitkering of pensioen. De samenstelling van de groepen verandert per meetmoment. De cijfers volgen dus niet steeds precies dezelfde mensen. Mensen uit latere cohorten wonen nog minder lang in de gemeente.
De categorie “geen inkomen” gaat over het eigen inkomen van de persoon. Iemand anders in het huishouden kan het geld verdienen waarvan die persoon leeft.
Huishoudinkomen van de groep uit 2022
Het CBS meet het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen. Daarvoor past het CBS het inkomen aan de grootte en samenstelling van het huishouden aan. Zo kun je huishoudens met elkaar vergelijken. Deze tabel gaat over het cohort 2022 en gebruikt gegevens tot en met 2024.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Verslagjaar | Gemiddeld inkomen per jaar |
|---|---|
| 2022 | ongeveer € 18.800 |
| 2023 | ongeveer € 20.500 |
| 2024 | ongeveer € 24.400 |
Het gemiddelde steeg tussen 2022 en 2024 met ongeveer € 5.600. De CBS-uitleg over gestandaardiseerd inkomen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) beschrijft de berekening. Dit bedrag gaat over het huishouden en is aangepast om te kunnen vergelijken. Het is dus niet je salaris of het bedrag dat je op je bankrekening krijgt.
Het CBS gebruikt de samenstelling van het huishouden op 31 december vóór elk verslagjaar. Het inkomen gaat over het hele verslagjaar. Dat geldt ook als iemand maar een deel van dat jaar in de gemeente woonde. Stond iemand aan het begin van dat jaar niet in de BRP (Basisregistratie Personen)? Dan kan het inkomen onbekend zijn.
Banen, contracten en loon
De tabel beschrijft de belangrijkste baan in loondienst van mensen bij maand 3 na huisvesting. Het gaat om alle leerroutes samen. De gegevens lopen tot en met december 2025. Werk als zelfstandige telt niet mee.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Kenmerk | Verdeling |
|---|---|
| Uren | Deeltijd: ongeveer 66%; voltijd: ongeveer 34% |
| Contract | Bepaalde tijd: ongeveer 89%; onbepaalde tijd: ongeveer 10% |
| Soort baan | Gewone werknemer: ongeveer 50%; oproepkracht: 33%; uitzendkracht: 16% |
| Grootste sectoren | Horeca: ongeveer 25%; uitzendbureaus en detachering: 19%; detailhandel: 15% |
| Uurloon | Gemiddeld: ongeveer € 17; ongeveer 26% verdient minder dan € 14 |
Het uurloon is het basisloon van de belangrijkste baan in loondienst. Stages tellen ook mee. Bonussen, toeslagen en loon voor overwerk tellen niet mee in dit bedrag. Het CBS laat ook uurlonen van € 0 en uurlonen boven € 500 buiten de berekening.
Ongeveer een derde heeft een deeltijdfactor lager dan 0,5. De deeltijdfactor vergelijkt de uren van een baan met de gebruikelijke uren van een voltijdbaan. Heeft iemand meerdere banen? Dan neemt het CBS het gemiddelde van de deeltijdfactoren.
Bij maand 3 had ongeveer 76% van de werkenden één baan gehad sinds het bericht over de inburgeringsplicht. Ongeveer 19% had in die periode twee verschillende banen gehad. Het gaat om banen over een periode. De mensen hadden deze banen dus niet noodzakelijk tegelijk.
De cijfers over het soort baan en de sector meten verschillende dingen. Uitzendkracht zijn is een soort baan. De sector geeft aan wat voor bedrijf de werkgever is, bijvoorbeeld een uitzendbureau. Heb je vragen over een aangeboden baan? Lees dan uitzendwerk: contract, loon en huisvesting.
Werk in 2025 per inburgeringsstatus
Ongeveer 43% van de onderzochte mensen had op enig moment in 2025 een baan in loondienst. Werk als zelfstandige telt niet mee. Het CBS stelt geen minimum aan het aantal gewerkte uren. Dit cijfer gaat over een heel kalenderjaar. Dat is iets anders dan één meetmoment na huisvesting. De percentages hieronder gebruiken de inburgeringsstatus aan het eind van 2025.
- Alle inburgeringsstatussen samen: ongeveer 43% werkte in 2025.
- Lopend: de inburgeringsplicht loopt nog. Ongeveer 40% werkte.
- Voldaan: de inburgeringsplicht is afgerond. Ongeveer 60% werkte.
- Tijdelijke vrijstelling: ongeveer 84% werkte.
- Vrijstelling: ongeveer 86% werkte.
De cijfers laten een verband zien tussen de inburgeringsstatus en werk. Ze bewijzen niet dat mensen meer werk hebben doordat ze hun inburgering hebben afgerond. Ze zeggen ook niets over iemands inzet of wat iemand kan.
Bronnen en berekening
Het overzicht Statistiek Wet inburgering (SWI) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) combineert gegevens van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs), gemeenten en andere registers. Het onderzoek gaat over mensen die inburgeringsplichtig zijn geworden onder de Wet inburgering 2021. Mensen die later een vrijstelling of ontheffing kregen, horen ook bij deze groep.
De grafieken na huisvesting tellen mensen met een vrijstelling of ontheffing niet mee. Hiervoor kijkt het CBS naar hun status aan het einde van de periode waarover de gegevens gaan. De grafiek over werk per inburgeringsstatus in 2025 telt hen wel mee. Die grafiek telt mensen niet mee als zij eind 2025 Nederland hadden verlaten en hun inburgeringsplicht was geëindigd.
Op een later meetmoment tellen alleen mensen mee die al zo lang gevolgd kunnen worden. Ging iemand bijvoorbeeld in juni 2024 in de gemeente wonen? Dan kan die persoon in de inkomensgrafiek meetellen bij maand 6, maar niet bij maand 27. Volgens het CBS tellen op latere meetmomenten relatief meer gezinsmigranten en overige migranten mee. De groep asielmigranten die dan meetelt, is ook selectiever. De samenstelling van de groepen verandert dus per meetmoment. De grafiek volgt niet steeds precies dezelfde mensen.
De Wet inburgering 2021 ging in op 1 januari 2022. De tabellen laten de eerste 33 maanden na huisvesting zien voor de vroege cohorten. De grafieken gebruiken verschillende definities en perioden. Daardoor kunnen de totalen verschillen. Inburgering.org vat de CBS-gegevens samen. De cijfers beschrijven groepen, geen persoonlijke resultaten.
Gegevensbestanden bij de grafieken
Voor de berekeningen gebruiken we de gegevensbestanden bij de grafieken in het CBS-overzicht. Hieronder staan de namen van de gebruikte grafieken:
- “Ontwikkeling in de tijd arbeidsparticipatie na huisvesting in de gemeente”.
- “Ontwikkeling in de tijd uitkering na huisvesting in de gemeente”.
- “Voornaamste inkomen na start huisvesting in de gemeente”.
- “Gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen”.
- “Personen gehuisvest in een gemeente”: grafieken over uren, sector, uurloon, soort baan, contractsoort, deeltijdfactor en aantal banen.
- “Arbeidsparticipatie van personen na huisvesting in een gemeente”.
- “Aandeel inburgeringsplichtigen dat heeft gewerkt in 2025”.
Hoe je de cijfers kunt gebruiken
Gebruik de tabellen over werk en uitkeringen om de leerroutes te vergelijken. De gegevens over werk lopen tot en met 2024. De uitleg bij de uitkeringsgrafiek noemt 2025. De twee tabellen gaan dus over verschillende perioden. Ook de regels over wie meetelt, worden op verschillende eindmomenten toegepast. Een vergelijking laat daarom niet zien hoe dezelfde mensen van een uitkering naar werk zijn gegaan.
Overweeg je een baan? Kijk dan naar de uren en het contract. Het gemiddelde loon in deze tabellen is geen belofte over jouw loon. Vergelijk het loon en de uren van echte vacatures en aangeboden banen in je omgeving.
Het gemiddelde huishoudinkomen gaat over het hele huishouden. Het bedrag is aangepast aan de grootte en samenstelling van het huishouden.
Wil je hulp bij het zoeken naar werk? Lees dan werk vinden als je nog weinig Nederlands spreekt. Wil je weten of je recht hebt op bijstand? Lees dan bijstand in Nederland. Het percentage mensen met een uitkering bepaalt niet of jij daar recht op hebt.
Krijg je bijstand en ga je betaald werken? Je moet dit direct aan je gemeente doorgeven, ook als je maar een deel van de week werkt.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- CBS: overzicht Statistiek Wet inburgering (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Gegevens over werk en inkomen onder de Wet inburgering 2021, met gegevensbestanden per grafiek. De reeks over werk na huisvesting, de inkomensgegevens en de gegevens over zelfstandigen lopen tot en met 2024. De baangegevens en de uitleg bij de uitkeringsgrafiek gaan over 2025; deze cijfers zijn voorlopig. De algemene uitleg noemt voor uitkeringen een ander eindjaar. De inkomenstabellen op deze pagina gaan over de groep uit 2022.
- CBS: gestandaardiseerd inkomen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Het CBS legt uit hoe het besteedbaar huishoudinkomen wordt aangepast aan de grootte en samenstelling van het huishouden. Zo kun je huishoudens van verschillende grootte vergelijken.
- Rijksoverheid: Wet inburgering 2021 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Deze wet geldt voor mensen die vanaf 1 januari 2022 inburgeringsplichtig zijn geworden. De pagina beschrijft de drie leerroutes, de hulp van de gemeente en het persoonlijk plan voor inburgering.
- Rijksoverheid: rechten en plichten in de bijstand (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Wie bijstand aanvraagt of ontvangt, moet veranderingen direct melden aan de gemeente. Dit geldt ook voor geheel of gedeeltelijk betaald werken.