Ongeveer 46% had in de meeste gemeten maanden een baan
Het CBS volgt de eerste deelnemers die uiterlijk eind 2025 aan hun verplichting onder de Wet inburgering 2021 hadden voldaan. In het eerste jaar na afronding had ongeveer 46% van 8.990 mensen een baan bij een werkgever in 75–100% van de geregistreerde maanden. Ongeveer 42% had in geen van die maanden een baan bij een werkgever. In een aparte groep van ongeveer 6.100 mensen kreeg 63% in het eerste jaar geen uitkering. Het aantal geregistreerde maanden verschilt. Deze cijfers voorspellen daarom niet of jij werk of inkomen zult hebben.
Wil je na de inburgering werken, een uitkering aanvragen of verder studeren? Deze cijfers geven achtergrond bij de stappen die je nu kunt zetten.
Over welke groepen gaan de cijfers?
Elke CBS-grafiek (Externe website, opent in een nieuw tabblad) hieronder gaat over een andere groep uit de eerste jaren van de Wet inburgering 2021.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Grafiek | Welke mensen tellen mee? | Aantal bij benadering |
|---|---|---|
| Werk na afronding | Mensen in de werkgrafiek voor het eerste jaar | 8.990 |
| Uitkeringen na afronding | Mensen in de uitkeringsgrafiek voor het eerste jaar | 6.100 |
| Werk in 2025 | Alle statusgroepen in deze grafiek | 130.600 |
| Onderwijs bij of na afronding | Mensen die de B1-route voor taal en werk afrondden en onderwijs volgden | 1.300 |
Wanneer is de inburgering volgens deze cijfers afgerond?
Het CBS gebruikt de status voldaan voor mensen die aan hun inburgeringsplicht hebben voldaan. In de titels van de grafieken staat afronding. Mensen met een vrijstelling of ontheffing vallen buiten deze grafieken. Dat geldt ook voor mensen van wie de inburgeringsplicht om een andere reden is gestopt.
De Wet inburgering 2021 geldt voor mensen die vanaf 1 januari 2022 inburgeringsplichtig werden (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Inburgeren kan meerdere jaren duren. Deze cijfers gaan over een vroege groep. Mensen die later begonnen, kunnen andere resultaten hebben.
Lees voor de documenten en controles na afronding wat je moet doen nadat je voor het inburgeringsexamen bent geslaagd.
Hoeveel werkten mensen na de inburgering?
Het CBS kijkt in hoeveel van de beschikbare maanden iemand een betaalde baan had in het eerste jaar na afronding. Deze grafiek telt ongeveer 8.990 mensen, uit verschillende leerroutes en migrantengroepen. Van sommige mensen zijn minder dan 12 maanden aan gegevens beschikbaar.
Werk betekent hier een betaalde baan bij een werkgever. Het CBS kijkt op de eerste dag van elke maand of iemand zo’n baan heeft. Er geldt geen minimumaantal werkuren. Werk als zelfstandige telt niet mee in deze grafiek.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Geregistreerde maanden met een baan in het eerste jaar | Aandeel bij benadering |
|---|---|
| Geen | ~42% |
| Tot 25% van de maanden | ~2% |
| 25% tot 50% van de maanden | ~4% |
| 50% tot 75% van de maanden | ~6% |
| 75% tot 100% van de maanden | ~46% |
Ongeveer 58% had in minstens één geregistreerde maand een baan bij een werkgever. De drie middelste categorieën vormen samen ongeveer 12% van de hele groep.
Zoek je werk? In de gids over werk vinden in Nederland als je nog niet goed Nederlands spreekt lees je hoe je vacatures kunt vergelijken en kunt solliciteren.
Hoeveel mensen kregen na de inburgering een uitkering?
Het CBS kijkt in hoeveel van de geregistreerde maanden iemand een uitkering kreeg in het eerste jaar na afronding. In deze grafiek telt bijstand mee, maar ook een werkloosheidsuitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Deze groep telt ongeveer 6.100 mensen.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Geregistreerde maanden met een uitkering in het eerste jaar | Aandeel bij benadering |
|---|---|
| Geen | ~63% |
| Tot 25% van de maanden | ~2% |
| 25% tot 50% van de maanden | ~2% |
| 50% tot 75% van de maanden | ~3% |
| 75% tot 100% van de maanden | ~30% |
Ongeveer 37% kreeg in minstens één geregistreerde maand een uitkering. Van de hele groep kreeg 30% een uitkering in 75–100% van de maanden.
Het CBS noemt twee verschillende einddatums voor de uitkeringsgegevens. De algemene toelichting noemt 2024. De toelichting bij de grafiek noemt 1 september 2025. Het CBS moet nog bevestigen welke einddatum klopt. De percentages gaan over de geregistreerde maanden die voor iedere persoon beschikbaar zijn.
Je kunt een deeltijdbaan hebben en daarnaast een uitkering krijgen die je inkomen aanvult. De regels voor bijstand van de Rijksoverheid (Externe website, opent in een nieuw tabblad) leggen dit uit. De grafieken over werk en uitkeringen kunnen deels over dezelfde mensen gaan. Ze gebruiken wel verschillende groepen. Je kunt de percentages daarom niet bij elkaar optellen.
Heb je hulp nodig om rond te komen? Vraag je gemeente of je recht hebt op bijstand. De gids over bijstand legt uit hoe je een aanvraag doet.
Wie werkte in 2025, en wat was hun inburgeringsstatus?
Deze grafiek telt mensen die op enig moment in 2025 een betaalde baan bij een werkgever hadden. Het CBS groepeert hen op basis van hun inburgeringsstatus aan het einde van het jaar. Het gaat om ongeveer 130.600 mensen. Daarvan hadden ongeveer 9.975 mensen hun inburgering afgerond. De tabel toont een aantal statusgroepen en het totaal van alle groepen.
Mensen die aan het einde van het jaar niet meer in Nederland woonden en niet meer inburgeringsplichtig waren, tellen niet mee. Werk als zelfstandige valt ook buiten deze grafiek.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Inburgeringsstatus | Gewerkt in 2025 |
|---|---|
| Afgerond (voldaan) | ~60% |
| Nog inburgeringsplichtig | ~40% |
| Tijdelijk vrijgesteld | ~84% |
| Niet meer inburgeringsplichtig | ~42% |
| Alle mensen in de grafiek | ~43% |
Het verschil tussen mensen die klaar waren en mensen die nog moesten inburgeren was ongeveer 20 procentpunten. Het werk in 2025 kan al vóór de afronding hebben plaatsgevonden. De cijfers bewijzen dus niet dat mensen door de afronding werk kregen. De groepen kunnen verschillen in leeftijd, leerroute en omstandigheden.
Welke opleiding volgden mensen bij of na afronding?
Het CBS registreert het meest recente onderwijsniveau dat iemand bij of na afronding volgde. De groep uit de B1-route telt hier ongeveer 1.300 leerlingen en studenten. De B1-route combineert taal leren met werk. Van deze groep volgde ongeveer 58% mbo (middelbaar beroepsonderwijs). Dat was de grootste groep.
De andere categorieën zijn hbo (hoger beroepsonderwijs), wo (wetenschappelijk onderwijs, aan een universiteit) en vo (voortgezet onderwijs). Elk percentage hieronder gaat over de groep uit de B1-route die onderwijs volgde.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Gevolgd onderwijs | Aandeel bij benadering |
|---|---|
| mbo, niveau 1–4 | ~58% |
| hbo | ~21% |
| wo | ~15% |
| vo, overig voortgezet onderwijs | ~7% |
Binnen het mbo volgden de meeste mensen niveau 1 of 2.
De aantallen per categorie zijn klein. De percentages kunnen veranderen wanneer meer mensen hun inburgering afronden.
De afgeronde percentages tellen samen op tot ongeveer 101%.
Wil je verder studeren? Vraag de school welke toelatingseisen voor jou gelden. Lees voor de verschillen tussen opleidingsniveaus de gids over het Nederlandse onderwijsstelsel.
Heb je een diploma uit een ander land en wil je verder studeren? Vraag de school, hogeschool of universiteit of een diplomawaardering nodig is. Zo’n waardering vergelijkt je diploma met een Nederlands diploma. Het is een advies: de onderwijsinstelling beslist zelf of je wordt toegelaten.
Hoe zijn deze cijfers berekend?
Het CBS levert de aantallen en percentages. In de onderwijstabel hebben we de vier mbo-niveaus samengevoegd tot één percentage.
Voor het oorspronkelijke artikel gebruikten we CSV-bestanden, waarin de gegevens door komma’s gescheiden zijn. Die bestanden waren in juni 2026 gedownload.
We gebruiken deze vier grafieken:
- Arbeidsparticipatie na afronding inburgering
- Uitkering na afronding inburgering
- Onderwijs na afronding inburgering
- Aandeel inburgeringsplichtigen dat heeft gewerkt in 2025
We gebruiken de rijen Totaal voor startjaar, geslacht, leerroute en migrantengroep, behalve waar we een aparte groep noemen. Bij onderwijs gaat het om de B1-route. Bij werk en uitkeringen gebruiken we de selectie 1e jaar.
Het CBS rondt aantallen af op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Aantallen onder 10 worden niet getoond. Daardoor kan het getoonde totaal afwijken van de som van de categorieën. In een kleine categorie die als 0 of niet beschikbaar wordt getoond, kunnen dus toch mensen zitten.
Deze vroege groepen geven mogelijk geen goed beeld van de mensen die later begonnen.
Welke stap past bij je situatie?
Wil je werken? Bekijk dan vacatures en wat je nodig hebt om te solliciteren.
Heb je hulp nodig om rond te komen? Vraag je gemeente of je recht hebt op bijstand.
Wil je verder studeren? Controleer de toelatingseisen van de opleiding.
Gebruik de cijfers als achtergrond. Dat je de inburgering hebt afgerond, zegt op zichzelf niet of je werk krijgt, een uitkering krijgt of verder gaat studeren.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- CBS: werk, uitkeringen en studie na de inburgering (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Gegevens tot en met december 2025; de cijfers over 2025 zijn voorlopig. De grafieken over werk, uitkeringen en onderwijs na afronding gebruiken verschillende groepen. De toelichtingen noemen verschillende einddatums voor de uitkeringsgegevens.
- Rijksoverheid: Wet inburgering 2021 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De wet voor mensen die vanaf 1 januari 2022 inburgeringsplichtig werden, de drie leerroutes en de begeleiding door gemeenten.
- Rijksoverheid: regels voor bijstand (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Bijstand kan je inkomen aanvullen. Je gemeente beoordeelt of je recht hebt op bijstand en hoeveel je krijgt.
- NederlandWereldwijd (website van de Nederlandse overheid): diplomawaardering voor studie in Nederland (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Een diplomawaardering vergelijkt een buitenlands diploma met een Nederlands diploma. De waardering is een advies; de onderwijsinstelling beslist over toelating.