Je niveau en de tijd voor het examen Lezen
Controleer welk niveau je nodig hebt voordat je gaat oefenen. Kijk voor inburgering in Mijn Inburgering (Externe website, opent in een nieuw tabblad) of in je PIP (persoonlijk plan inburgering en participatie). A1 Lezen in het buitenland duurt 35 minuten. A2 Lezen duurt 65 minuten. Bij het Staatsexamen NT2 duurt Lezen 110 minuten op B1 en 100 minuten op B2.
Welk niveau moet je halen?
Je leerroute bepaalt welk niveau je nodig hebt. DUO (Externe website, opent in een nieuw tabblad) (Dienst Uitvoering Onderwijs) zet je inburgeringsexamens in Mijn Inburgering. Heb je een PIP? Dan legt je gemeente daarin je leerroute en examens vast. Je logt in met DigiD, je digitale identiteit. In DigiD aanvragen en gebruiken lees je hoe je toegang krijgt.
Kijk welke situatie bij je exameninstructies past:
- A1 in het buitenland: Lezen op A1 is een onderdeel van het basisexamen inburgering buitenland. Sommige aanvragers moeten dit examen halen voordat zij een MVV (machtiging tot voorlopig verblijf) aanvragen. Bekijk de officiële eisen voor het examen in het buitenland (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Daar staan ook de regels voor vrijstelling en ontheffing.
- A2: het inburgeringsexamen heeft een examen Lezen op A2. Val je onder de Wet inburgering 2013? Dan moet je A2 of hoger halen.
- B1 of B2: in de B1-route moet je de taalexamens op B1 halen. Lukt B1 niet na ten minste 600 uur taalles? Vraag je gemeente of A2 mogelijk is. Heb je het examen nodig voor werk of studie? Controleer welk niveau je werkgever of opleiding vraagt.
Bij het Staatsexamen NT2 doe je Programma I op B1 of Programma II op B2. Met een NT2-diploma kun je je niveau Nederlands aantonen voor werk of studie. Je krijgt het diploma als je alle vier de onderdelen hebt gehaald. Kies het niveau dat in je PIP staat of dat je opleiding of werkgever vraagt.
Teksten en tijd per niveau
Zoek je niveau in de tabel. Je ziet hoeveel tijd je krijgt en met welke teksten je kunt oefenen.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Niveau | Examen | Teksten om mee te oefenen | Tijd |
|---|---|---|---|
| A1 | Basisexamen inburgering buitenland | Korte berichten, mededelingen en praktische informatie in eenvoudig Nederlands. | 35 min |
| A2 | Inburgeringsexamen | Alledaagse e-mails, brieven, roosters, websites, formulieren en regels. | 65 min |
| B1 | Staatsexamen NT2 Programma I | Teksten over werk, studie, informatie voor het publiek en het dagelijks leven. | 110 min |
| B2 | Staatsexamen NT2 Programma II | Teksten met meningen, argumenten en formele taal; let op voorwaarden en uitzonderingen. | 100 min |
Het officiële A1-oefenexamen Lezen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) en het echte A1-examen hebben allebei 19 vragen. Je krijgt 35 minuten.
Je maakt A2 Lezen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) op de computer.
Bij NT2 Lezen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) krijg je een boekje met teksten. Je beantwoordt de meerkeuzevragen op de computer. De officiële instructiefilm noemt 35 of 36 vragen.
Je slaagt met een omgerekende score van 500 of hoger (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Die 500 is een omgerekende score. Het is geen percentage en ook niet het aantal goede antwoorden.
Voor opdrachten en voorbeelden op je niveau lees je de gids voor A1 Lezen, gids voor A2 Lezen, gids voor B1 Lezen bij NT2 of gids voor B2 Lezen bij NT2.
Welke soorten leesvragen krijg je?
Bij leesvragen zoek je informatie of leg je uit wat een tekst betekent. Bijvoorbeeld: Wat is het doel? Voor wie is het bericht? Wat moet deze persoon doen? Welke regel geldt? Wat betekent deze alinea? Welke zin geeft de conclusie? Op B1 en B2 heb je soms de hele tekst of alinea nodig. Bij andere vragen zoek je één detail.
Kies de aanpak die bij de vraag past:
- Vragen over het doel: lees de titel, de eerste regels en de laatste regels. Bedenk waarom de schrijver de tekst heeft geschreven.
- Vragen over details: zoek namen, datums, tijden, prijzen, plaatsen, voorwaarden en uitzonderingen.
- Vragen over de betekenis: lees de zin vóór en na de moeilijke zin. Zo kun je begrijpen wat de zin betekent.
- Zoekvragen: gebruik kopjes, tabelrijen en woorden die vaker voorkomen om het juiste deel van de tekst te vinden.
- Vragen over meningen: let op het verschil tussen de mening van de schrijver, voorbeelden, citaten en meningen van anderen.
Welk woordenboek mag je bij NT2 Lezen gebruiken?
Bij NT2 Lezen mag je alleen het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) gebruiken. Wil je een woordenboek gebruiken? Neem dan zelf een papieren exemplaar mee. Er mogen geen briefjes, teksten of aantekeningen in het woordenboek zitten. Je mag geen woordenboek van een andere kandidaat lenen. Een digitaal woordenboek is ook niet toegestaan.
Zo kies je het antwoord bij een leesvraag
Kies het antwoord dat je met de Nederlandse tekst kunt bewijzen. Lijken twee antwoorden mogelijk? Lees dan opnieuw de zin die het verschil maakt. Je kunt veel vragen beantwoorden zonder elk woord te vertalen.
Als je gewend bent om bij een taalles eerst de hele tekst te vertalen, oefen dan met een andere volgorde. Lees eerst de vraag en zoek daarna de zin die het antwoord geeft.
Gebruik deze aanpak tijdens het oefenen en het examen:
- Lees eerst de vraag. Bepaal of je de hele tekst nodig hebt of alleen een deel.
- Zoek de woorden die het antwoord bewijzen: datums, bedragen en namen. Let op moet, mag, kan en kan niet, en op maar, omdat, daarom en tenzij.
- Lees verder als je een woord niet kent maar de vraag wel kunt beantwoorden. Gebruik bij NT2 het woordenboek als het woord bepaalt welk antwoord juist is.
- Beantwoord elke meerkeuzevraag. Twijfel je? Kies het antwoord waarvoor je het meeste bewijs in de tekst vindt. Markeer de vraag om later te controleren als dat op het examenscherm kan.
Oefenvoorbeeld: op een mededeling staat “Alleen op afspraak”. Het antwoord moet dus noemen dat een afspraak nodig is. Een antwoord is fout als het wel een woord uit de mededeling herhaalt, maar die voorwaarde weglaat.
Waar vind je officiële en extra oefeningen?
Begin met een officieel oefenexamen. Zo weet je hoeveel tijd je krijgt en hoe de vragen eruitzien. Gebruik daarna de extra oefeningen van Inburgering.org. Blijf ook de officiële voorbeelden gebruiken als je voor het examen oefent.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
Fouten om op te letten
Controleer je oefenantwoorden en kijk of je deze fouten maakt:
- Oefenen op het verkeerde niveau. Gebruik het niveau in je exameninstructies. Dan oefen je met de juiste teksten en tijd.
- Alle teksten lezen voordat je de vragen bekijkt. Lees bij zoekvragen eerst de vraag. Dan weet je welk detail je moet zoeken.
- Een antwoord kiezen omdat er hetzelfde woord in staat als in de tekst. Controleer de hele zin. Let ook op niet, alleen, vóór, na en tenzij.
- Alleen oefenexamens maken. Lees ook brieven van school, gemeentepagina’s, berichten op je werk, zorgwebsites, vervoersregels en eenvoudig nieuws.
Oefenen binnen de examentijd
Werk tijdens een oefensessie in deze volgorde:
- Controleer welk niveau je nodig hebt in je exameninstructies, Mijn Inburgering of je PIP.
- Maak één officieel oefenexamen binnen de examentijd en zonder pauze.
- Schrijf je score op en hoelang je erover deed.
- Noteer bij elk goed antwoord de Nederlandse zin die het bewijst. Doe dat ook bij de vragen die je fout had.
- Oefen met de teksten die moeilijk waren: roosters, regels, brieven, lange artikelen, teksten met meningen of tabellen.
- Maak opnieuw een reeks vragen met een tijdslimiet. Zo oefen je met antwoorden vinden binnen de beschikbare tijd.
Je oefenplan voor Lezen
Weet je niet zeker welk niveau je nodig hebt? Bekijk je exameninstructies voordat je oefeningen kiest. Kom je tijd tekort? Oefen met een tijdslimiet en gebruik de aanpak voor zoekvragen hierboven. Ben je op tijd klaar, maar kies je verkeerde antwoorden? Oefen dan met het vinden van de zin die elk antwoord bewijst. Blijf op het vereiste niveau oefenen. Zo bereid je je voor op het examen dat je gaat doen.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Naar Nederland: leren voor het A1-examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De eisen voor A1 Lezen en het officiële lesmateriaal voor het examen in het buitenland.
- Naar Nederland: A1-oefenexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Het echte A1-examen Lezen en het oefenexamen hebben 19 vragen en duren 35 minuten.
- Inburgeren.nl: taalexamens A2, B1 en B2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Het officiële overzicht van de taalexamens A2, B1 en B2 en de duur van Lezen.
- Inburgeren.nl: officiële oefenexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële A2-oefenexamens en links naar NT2-oefenmateriaal.
- Staatsexamens NT2: hoe ziet het examen eruit? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Hoe NT2 Lezen werkt: vragen, tijd, woordenboekregels en soorten opdrachten.
- Staatsexamens NT2: officiële oefenexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De officiële oefenomgeving voor NT2.
- Staatsexamens NT2: beoordeling (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Hoe de NT2-score wordt berekend en de slaaggrens van 500 punten.
- Inburgeren.nl: welke examens moet je doen? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - In het PIP en Mijn Inburgering staat welke examens je nodig hebt; onder de Wet inburgering 2013 is A2 of hoger vereist.
- Inburgeren.nl: leerroutes (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De eisen voor de B1-route en de voorwaarden om de gemeente te vragen naar A2.
- Inburgeren.nl: inloggen in Mijn Inburgering (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Je benodigde examens bekijken en inloggen met DigiD.
- Immigratie- en Naturalisatiedienst: basisexamen inburgering buitenland (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Wie het examen moet halen vóór een MVV-aanvraag, en de regels voor vrijstelling en ontheffing.
- Staatsexamens NT2: Programma I en II (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De niveaus B1 en B2, het gebruik voor werk en studie en de onderwerpen van de teksten.