Staatsexamen NT2: B1 of B2, Programma I of Programma II
Het Staatsexamen NT2 heeft twee niveaus: Programma I op B1 en Programma II op B2. Vergelijk wie je niveau bepaalt, wat er per examenonderdeel verandert en waarom één diploma bij de vier onderdelen van één programma hoort.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
- Laatst bijgewerkt
Het Staatsexamen NT2 (Nederlands als tweede taal) heeft twee niveaus. Programma I toetst Nederlands op B1. Programma II toetst Nederlands op B2. Beide hebben dezelfde vier examenonderdelen, kosten hetzelfde en leiden tot een volledig NT2-diploma. Doe het programma dat je inburgeringsplan, je opleiding of je werkgever voorschrijft. Noemt geen enkele regel een programma, kies dan op basis van je doel. Programma I past bij studie of werk op mbo 3- en mbo 4-niveau. Programma II past bij studie of werk op hbo- of universitair niveau.
Kort antwoord: Programma I of Programma II?
Programma I toetst B1. Programma II toetst B2. Ben je inburgeringsplichtig, dan schrijft je gemeente een Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), en in dat PIP staat welk examen je doet. Die regel komt uit de Wet inburgering 2021. In de B1-route doe je de taalexamens op B1. In de onderwijsroute stelt DUO ze vast op B1 of B2. Een school bepaalt zelf haar toelatingseis. Voor naturalisatie accepteert DUO Staatsexamen NT2 op B1 of B2, dus Programma I voldoet aan de taalvoorwaarde. Dat is één van meerdere voorwaarden.
Wat je programma bepaalt
Vier dingen kunnen een niveau voorschrijven, en ze kunnen verschillende niveaus noemen. Bekijk ze alle vier voordat je je aanmeldt.
- Je PIP. In de B1-route doe je de taalexamens op B1. In de onderwijsroute stelt DUO ze vast op B1 of B2. In de Z-route (zelfredzaamheidsroute) leer je Nederlands tot A1 en doe je geen Staatsexamen NT2.
- Je school. Opleidingen op mbo, hbo en universiteit stellen hun eigen toelatingseisen. Het CvTE (College voor Toetsen en Examens), dat het examen maakt, zegt dat een NT2-diploma vaak nodig is om aan een opleiding te beginnen. Vraag dus aan je school welk diploma zij wil zien.
- Je werkgever. Werkgevers kijken vooral naar werkervaring, vakkennis en vakdiploma's. Het CvTE zegt dat een NT2-diploma meestal niet nodig is voor werk.
- Je naturalisatieverzoek. DUO accepteert het inburgeringsexamen op A2, of Staatsexamen NT2 op B1 of B2.
In je PIP of in Mijn Inburgering zie je welke examens DUO van je verwacht. Vraag het je gemeente als het plan en de eis van je school naar verschillende niveaus wijzen.
Waar elk programma voor bedoeld is
De twee programma's mikken op verschillende studie- en werkniveaus. Het CvTE bouwt de opdrachten van elk examen op uit situaties van dat niveau. Het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal legt beide doelen vast in artikel 2. Mbo 4 staat in de tabel hieronder aan beide kanten: het CvTE plaatst het in Programma I, terwijl het uitstroomniveau 3F aansluit bij B2.
| Vraag | Programma I (B1) | Programma II (B2) |
|---|---|---|
| Voor wie het volgens het CvTE bedoeld is | Mensen die willen werken of studeren op mbo 3- of mbo 4-niveau. | Mensen die willen werken of studeren op hbo- of universitair niveau. |
| Wat het besluit over jou veronderstelt | Je hebt minstens het niveau van het basisonderwijs bereikt. | Je vooropleiding of werkervaring brengt je al minstens op middenkaderniveau. |
| Waar de examenopdrachten over gaan | Studie, werk en dagelijks leven op mbo 3- en mbo 4-niveau. | Studie, werk en dagelijks leven van iemand met een hbo- of universitaire opleiding. Beschouwende en betogende teksten spelen een grote rol. |
| Vergelijkbaar Nederlands schoolniveau | Referentieniveau 2F, het uitstroomniveau van mbo 2 en mbo 3. | Referentieniveau 3F, het uitstroomniveau van havo en mbo 4. |
| Woordenschat die het CvTE veronderstelt | Ongeveer 4.000 tot 5.000 Nederlandse woorden. | Ongeveer 11.000 tot 12.000 Nederlandse woorden. |
Deze aantallen komen uit de antwoorden van het CvTE aan docenten. Het toegestane woordenboek bevat 15.000 trefwoorden. Het CvTE maakt de examens zo dat je eigen woordenschat plus dat woordenboek genoeg is. Het kijkt ook of je de betekenis van een onbekend woord uit de context kunt afleiden.
Wat er in het examen zelf verandert
Beide programma's hebben dezelfde vier onderdelen: Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken. De tijd voor Lezen, de schrijfopdrachten en de spreekopdrachten verschillen per programma. Luisteren is op beide niveaus hetzelfde examen.
| Onderdeel | Programma I | Programma II |
|---|---|---|
| Lezen | 110 minuten. 6 teksten in een papieren boekje, 36 meerkeuzevragen. | 100 minuten. 6 teksten in een papieren boekje, 36 meerkeuzevragen. |
| Luisteren | 90 minuten. Ongeveer 40 meerkeuzevragen over 5 of meer luisterteksten en 1 tot 3 video's. | 90 minuten. Ongeveer 40 meerkeuzevragen over 5 of meer luisterteksten en 1 tot 3 video's. |
| Schrijven | 100 minuten. 8 zinstaken, 2 deelschrijftaken, 2 korte schrijftaken. | 100 minuten. 7 tot 8 zinstaken, 1 tot 2 korte schrijftaken, 1 tot 2 middellange schrijftaken. |
| Spreken | Ongeveer 25 minuten. 8 korte opdrachten van 20 seconden en 8 middellange opdrachten van 30 seconden. | Ongeveer 25 minuten. 4 korte opdrachten van 20 seconden, 8 middellange opdrachten van 30 seconden en 1 lange opdracht van 2 minuten met voorbereidingstijd. |
Beide programma's geven dezelfde 6 leesteksten en 36 vragen. Programma I geeft er 110 minuten voor. Programma II geeft er 100. Bij Spreken vallen in Programma II vier korte opdrachten weg en komt er één opdracht van twee minuten over één onderwerp bij.
Bij Schrijven vallen in Programma II de twee deelschrijftaken weg en komen er één of twee middellange schrijftaken bij. Je beschrijft een probleem en stelt een oplossing voor. Bij sommige opdrachten krijg je een tabel, een grafiek of afbeeldingen om te gebruiken. Sommige opdrachten in Programma II laten ook het aantal woorden zien en laten je tekst onderstrepen of vet of cursief maken.
Wat in beide programma's hetzelfde is
Het tarief, de beoordeling en de papieren zijn in beide programma's hetzelfde. Alleen de examenopdrachten veranderen met het niveau.
- Het tarief is €50 per onderdeel en €200 voor een volledig examen van vier onderdelen, in augustus 2026.
- Je slaagt voor een onderdeel met een omgerekende score van 500 of hoger.
- Lezen en Luisteren worden door de computer beoordeeld. Schrijven en Spreken worden door twee getrainde beoordelaars beoordeeld.
- Je maakt alle vier de onderdelen op de computer. Bij Lezen krijg je de teksten in een papieren boekje.
- Bij Lezen en Schrijven mag je een papieren Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) meenemen. Bij Luisteren en Spreken is geen woordenboek toegestaan.
- Aanmelden kan vanaf ongeveer acht weken voor het examen. Je meldt je aan in MijnDUO met je DigiD. Kun je geen DigiD krijgen, dan kun je je bij DUO ook zonder DigiD aanmelden.
- Je doet het examen in Amsterdam, Eindhoven, Rijswijk, Rotterdam, Utrecht of Zwolle. Ergens anders kan niet, en online kan nooit.
- Certificaten en het diploma blijven onbeperkt geldig.
Het tarief kan veranderen. De minister mag de bedragen aanpassen aan de consumentenprijsindex, dus controleer de betaalpagina van DUO voordat je betaalt. Het Staatsexamenbesluit legt het tarief en die bevoegdheid vast in artikel 5. Ben je inburgeringsplichtig, dan kun je betalen uit je inburgeringslening of een gratis examenpoging gebruiken. Dat kies je bij het aanmelden.
Eén programma per diploma
Je slaagt voor het examen als alle vier de onderdelen van één programma 500 of hoger scoren. Het Staatsexamenbesluit legt dit vast in artikel 15, en het CvTE heeft aparte diploma- en certificaatmodellen voor Programma I en Programma II. Meld je dus voor alle vier de onderdelen aan in hetzelfde programma.
Losse onderdelen doen kan wel. Je kiest zelf welke onderdelen van welk programma je doet; het besluit regelt dat in artikel 4. Voor elk onderdeel dat je haalt, krijg je een certificaat dat je downloadt in Mijn diploma's op duo.nl. Het diploma stuurt DUO je binnen vier weken na je laatste geslaagde onderdeel aangetekend toe.
Je opties voordat je een niveau vastlegt
Je kunt Programma II doen zonder eerst voor Programma I te slagen. Weeg vier dingen af voordat je kiest.
- Een diploma van Programma I bewijst B1 en wordt nooit een B2-diploma. Voor een diploma van Programma II haal je alle vier de onderdelen van Programma II.
- Je doet alleen het onderdeel over dat je niet gehaald hebt. Elke herkansing kost €50.
- Het CvTE heeft een oefenomgeving. De losse opdrachten daaruit kunnen in de echte examens Spreken en Schrijven voorkomen, en de omgeving werkt alleen op een computer of laptop.
- Staatsexamen NT2 stopt bij B2. Voor een examen op C1 verwijst het CvTE naar het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT).
Fouten die je een aanmelding kosten
Je kiest het programma en het onderdeel bij het aanmelden. Elk onderdeel kost €50, dus een verkeerde keuze kost €50 om over te doen. Dit zijn de fouten waardoor mensen bij het verkeerde examen belanden.
- Programma I zien als een verplichte eerste stap. Eerst Programma I halen mag, maar hoeft niet, dus een ronde Programma I die je niet nodig had kost €200 en een hele examenronde.
- Denken dat naturalisatie B2 vraagt. Programma I voldoet aan de taalvoorwaarde, dus met Programma II betaal je hetzelfde tarief voor een examen dat ongeveer 11.000 tot 12.000 woorden veronderstelt in plaats van 4.000 tot 5.000.
- Onderdelen over beide programma's verdelen. Een certificaat blijft onbeperkt geldig, maar telt alleen mee voor het diploma van zijn eigen programma.
- De onderwijsroute lezen als een B2-route. DUO stelt de examens van de onderwijsroute vast op B1 of B2, en in je PIP staat welk niveau dat is.
- Van plan zijn het examen vanuit het buitenland te doen. Het examen is er alleen in de zes Nederlandse examensteden, dus reken de reis mee in de week die je boekt.
Het programma dat waarschijnlijk bij je past
Deze snelle check is geen officiële beslissing. Gebruik hem om te zien welk programma bij je doel past en controleer dat daarna in je PIP of op de toelatingspagina van je school.
Snelle check: Programma I of Programma II
Noemt een officieel plan of een eis al een niveau voor jou?
Je volgende stap per doel
- Heb je je nog niet aangemeld, volg dan de aanmeldstappen voor NT2 bij DUO.
- Wil je het complete beeld van het examen, lees dan de complete gids voor het Staatsexamen NT2.
- Zet je PIP je in de B1-route, ga dan verder met de gids voor de B1-route, of met de gids voor de onderwijsroute als dat jouw route is.
- Twijfel je juist tussen A2 en B1, vergelijk dan A2 en B1 voor inburgering.
- Is het Nederlanderschap je doel, lees dan Staatsexamen NT2 voor naturalisatie.
- Wil je het niveau uitproberen voordat je boekt, begin dan met de officiële NT2-oefenexamens, en gebruik daarna de gratis oefenhub voor examens voor extra oefening.
Officiële bronnen
Officiële bron gecontroleerd: August 2026.
- Staatsexamens Nt2: Wat is het staatsexamen Nt2? - Uitleg van het CvTE dat Programma I B1 is voor mbo 3 en mbo 4, dat Programma II B2 is voor hbo en universiteit, dat Programma I geen verplichte eerste stap is en dat Programma II sterk leunt op beschouwende en betogende teksten.
- Staatsexamens Nt2: Hoe gebruik je het diploma Nt2? - Dat scholen en universiteiten hun eigen toelatingseisen stellen, dat een NT2-diploma vaak nodig is om aan een opleiding te beginnen en dat het meestal niet nodig is voor werk.
- Staatsexamens Nt2: Hoe ziet het examen eruit? - Examenvorm per programma: de tijden, de leesteksten en vragen, de soorten schrijf- en spreekopdrachten en de regels voor het woordenboek.
- Staatsexamens Nt2: Vragen van docenten - De woordenschat die het CvTE per programma veronderstelt, het woordenboek met 15.000 trefwoorden en het verband tussen B1, B2 en de referentieniveaus 2F en 3F.
- Staatsexamens Nt2: Vragen van kandidaten - De scoreschalen per onderdeel, het ontbreken van een Staatsexamen NT2 op C1 en de regel dat je het examen niet in het buitenland of online kunt doen.
- Staatsexamens Nt2: Beoordeling examen - Hoe elk onderdeel wordt beoordeeld en dat je een score van 500 nodig hebt om te slagen.
- Staatsexamens Nt2: Examens oefenen - De oefenomgeving van het CvTE, waarvan losse opdrachten in de echte examens Spreken en Schrijven kunnen voorkomen en die alleen op een computer of laptop werkt.
- Staatsexamens Nt2: Aanmelden bij DUO - Dat aanmelden ongeveer acht weken voor het examen opengaat, via MijnDUO met DigiD loopt en ook openstaat voor kandidaten die geen DigiD kunnen krijgen.
- Staatsexamens Nt2: Betalen bij DUO - Het tarief van €50 per onderdeel en €200 voor een volledig examen, gelijk voor beide programma's, en betaling uit de inburgeringslening of met een gratis examenpoging.
- Staatsexamens Nt2: Uitslag via DUO - Dat certificaten en het diploma onbeperkt geldig zijn, en hoe je per geslaagd onderdeel een certificaat aanvraagt.
- Staatsexamens Nt2: Inburgeren met het staatsexamen Nt2 - Dat in het PIP Programma I of Programma II staat, en dat je in de Z-route geen Staatsexamen NT2 doet.
- Staatsexamens Nt2: Contact - De contactroute van DUO voor vragen over aanmelden, betalen, certificaten en het NT2-diploma: nt2@duo.nl en 050 599 89 33, optie 1.
- Inburgeren.nl: In het kort - Uitleg van DUO dat je in de B1-route de taalexamens op B1 doet, in de onderwijsroute op B1 of B2 en in de Z-route op A1.
- Inburgeren.nl: Naturaliseren - Uitleg van DUO dat je voor naturalisatie het inburgeringsexamen op A2 nodig hebt, of Staatsexamen NT2 op B1 of B2, en dat de IND over je verzoek beslist.
- DUO: Wat is het staatsexamen Nt2? - Het advies van DUO om Programma I te kiezen voor mbo 3 en mbo 4 en Programma II voor hbo of universiteit, en de rolverdeling tussen DUO en het CvTE.
- DUO: Waar en wanneer - De zes steden waar het Staatsexamen NT2 wordt afgenomen: Amsterdam, Eindhoven, Rijswijk, Rotterdam, Utrecht en Zwolle.
- DUO: Uitslag - Dat het diploma binnen vier weken na je laatste geslaagde onderdeel aangetekend wordt verstuurd, dat certificaten in Mijn diploma's staan en dat je alleen het onderdeel overdoet dat je niet gehaald hebt.
- Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal - Het besluit achter het examen: het doel van elk programma (artikel 2), het kiezen van onderdelen (artikel 4), de tarieven (artikel 5), slagen voor alle onderdelen van één programma (artikel 15) en diploma's en certificaten (artikel 16).