Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Grammatica

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Facebook-groep:

A1

A2

B1

B2

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

Inburgering.org/Grammar/Hoofdletters in het Nederlands: namen, talen, dagen

Hoofdletters in het Nederlands: namen, talen, dagen

Het Nederlands schrijft dagen en maanden met een kleine letter — *maandag*, *januari* — anders dan het Engels, terwijl namen, talen en bijvoeglijke naamwoorden van plaatsnamen hun hoofdletter houden, net als in het Engels.

Nederlands en Engels gaan uiteen bij dagen en maanden: het Nederlands schrijft ze met een kleine letter — maandag, januari — terwijl beide talen een hoofdletter geven aan namen, talen en bijvoeglijke naamwoorden die van een plaatsnaam zijn afgeleid. Deze pagina zet op een rij welke Nederlandse woorden een hoofdletter krijgen en welke klein blijven.

Welke woorden krijgen een hoofdletter?

Gebruik een hoofdletter voor het eerste woord van een zin, eigennamen, namen van talen en volkeren, bijvoeglijke naamwoorden die van een plaatsnaam zijn afgeleid, en namen van feestdagen.

  • Het eerste woord van een zin, en eigennamen van mensen en plaatsen: Anna woont in Amsterdam.
  • Namen van talen en volkeren: Ik leer Nederlands. Hij is een Belg.
  • Bijvoeglijke naamwoorden die van een plaatsnaam zijn afgeleid houden de hoofdletter, net als in het Engels: Nederlandse kaas, de Franse taal, de Amsterdamse grachten.
  • Namen van feestdagen: Pasen, Kerstmis, Koningsdag.
  • De lettercombinatie ij telt als één letter, dus aan het begin van een naam krijgen beide delen een hoofdletter: IJsselmeer, IJmuiden. Meer hierover in het Nederlandse alfabet.

Welke woorden blijven klein?

Dagen, maanden, seizoenen, en bijvoeglijke naamwoorden die van een religie of kunststroming komen, worden met een kleine letter geschreven. Dagen en maanden zijn de klassieke valkuil: het Engels schrijft Monday en January met een hoofdletter, en leerders nemen die gewoonte mee naar het Nederlands, waar dezelfde woorden klein blijven.

  • Dagen van de week: maandag, dinsdag, zondag. Op zaterdag werk ik niet.
  • Maanden: januari, maart, oktober. Zie ook dagen, maanden en datums.
  • Seizoenen: lente, zomer, herfst, winter. Het Engels schrijft deze ook klein, dus hier zijn de twee talen het eens.
  • Bijvoeglijke naamwoorden van een religie of stroming, die naar een idee verwijzen in plaats van naar een plaats: christelijk, islamitisch.

Naast elkaar zien de twee talen er zo uit — van deze categorieën verschillen alleen dagen en maanden echt:

CategorieEngelsNederlands
DagMondaymaandag
MaandJanuaryjanuari
Seizoensummerzomer
TaalDutchNederlands
Bijvoeglijk naamwoord van een plaatsFrench cheeseFranse kaas
FeestdagEasterPasen

Veelgemaakte fouten

Leerders horen vaak dat het Nederlands “minder hoofdletters gebruikt dan het Engels” en schrijven dan alles klein, ook nederlands en nederlandse kaas. Allebei fout. De naam van een taal en elk bijvoeglijk naamwoord dat van een plaatsnaam is afgeleid houden de hoofdletter: Nederlands, Nederlandse kaas, de Duitse grens. De regel voor kleine letters reikt alleen tot dagen, maanden, seizoenen en bijvoeglijke naamwoorden van een religie of stroming — niet tot iets dat met een plaats of een taal te maken heeft.

  • Welke zin is correct geschreven?
    • Ik heb op Vrijdag een afspraak.
    • Ik heb op vrijdag een afspraak.
    • Ik heb Op vrijdag een afspraak.
    • ik heb op vrijdag een afspraak.

    Dagen van de week zijn klein in het Nederlands → *vrijdag*, en de zin begint nog steeds met een hoofdletter *Ik*.

  • Vul in: *Zij spreekt vloeiend ___.* (de taal)
    • nederlands
    • Nederlands
    • de nederlands
    • Nederlandse

    Namen van talen krijgen een hoofdletter → *Nederlands*. *Nederlandse* is de bijvoeglijke vorm (*de Nederlandse taal*), die ook zijn hoofdletter houdt maar hier niet past.

  • Welke is correct?
    • een franse film
    • een Franse film
    • een Franse Film
    • een franse Film

    Een bijvoeglijk naamwoord van een plaatsnaam (*Frankrijk*) houdt zijn hoofdletter → *Franse*, terwijl het zelfstandig naamwoord *film* klein blijft.

  • Vul in: *Mijn verjaardag is in ___.*
    • Augustus
    • augustus
    • de Augustus
    • Augustus,

    Maanden zijn klein in het Nederlands → *augustus*. Het Engels schrijft August met een hoofdletter; het Nederlands niet.

  • Zoek de fout: *We vieren pasen bij mijn ouders.*
    • *pasen* moet *Pasen* zijn
    • *vieren* moet *Vieren* zijn
    • *ouders* moet *Ouders* zijn
    • er is niets fout

    Namen van feestdagen krijgen een hoofdletter → *Pasen*. Een samenstelling als *paashaas* wordt daarentegen met een kleine letter geschreven.

Test jezelf

Question 1 of 5

Welke zin is correct geschreven?

See also

  • Het Nederlandse alfabet: letternamen, IJ en hardop spellen
  • Dagen, maanden en datums