Dagen, maanden en datums
De dagen en maanden (allemaal met een kleine letter), het datumpatroon op dinsdag 3 maart 2026, en de voorzetsels op en in.
In het Nederlands schrijf je de dagen van de week en de maanden van het jaar met een kleine letter, ook midden in een zin: maandag, maart. Een volledige datum loopt van klein naar groot — eerst de dag, dan de maand, dan het jaar: dinsdag 3 maart 2026.
De dagen en maanden
Leer elke dag en maand als een woord met een kleine letter; anders dan in het Engels krijgt geen enkele ooit een hoofdletter, behalve aan het begin van een zin. Meer hierover in hoofdletters in het Nederlands.
| Dutch | Nederlands |
|---|---|
| maandag | ma |
| dinsdag | di |
| woensdag | wo |
| donderdag | do |
| vrijdag | vr |
| zaterdag | za |
| zondag | zo |
| Dutch | Nederlands |
|---|---|
| januari | eerste maand |
| februari | tweede maand |
| maart | derde maand |
| april | vierde maand |
| mei | vijfde maand |
| juni | zesde maand |
| juli | zevende maand |
| augustus | achtste maand |
| september | negende maand |
| oktober | tiende maand |
| november | elfde maand |
| december | twaalfde maand |
Hoe schrijf en zeg je een datum
Schrijf de dag als een gewoon getal zonder uitgang, dan de maand, dan het jaar: 3 maart 2026. In het Nederlands krijgt het daggetal geen achtervoegsel, zoals het Engels 3rd of 4th schrijft.
- De volgorde is dag, maand, jaar: 3 maart 2026, niet maart 3, 2026.
- Het daggetal schrijf je als een gewoon cijfer (3), maar je spreekt het uit als rangtelwoord met de: 3 maart spreek je uit als de derde maart.
- Het jaartal lees je als hoofdtelwoord: 2026 is tweeduizend zesentwintig.
- In cijfers schrijf je de datum als dag-maand-jaar met streepjes of schuine strepen: 03-03-2026 of 3-3-2026.
Voorzetsels: op, in en de seizoenen
Gebruik op voor een dag of een volledige datum, en in voor een maand, een jaar of een seizoen.
- op + dag of datum: op maandag, op zaterdag, op 3 maart.
- in + maand of jaar: in maart, in 2026.
- in + seizoen: in de lente, in de zomer, in de herfst, in de winter. De vier seizoenen zijn de lente, de zomer, de herfst en de winter.
- Voor een terugkerende dag voeg je -s toe: 's maandags of op maandag.
Veelgemaakte fouten
Wie Engels gewend is, schrijft dagen en maanden uit gewoonte met een hoofdletter: Maandag, Maart. In het Nederlands blijven ze midden in een zin met een kleine letter — op maandag 3 maart — en krijgen ze alleen een hoofdletter aan het begin van een zin. De omgekeerde valkuil komt net zo vaak voor: bijvoeglijke naamwoorden voor talen en nationaliteiten zijn afgeleid van plaatsnamen en krijgen in het Nederlands wél een hoofdletter — een Nederlandse krant, Franse kaas — zoals hoofdletters in het Nederlands volledig uitlegt.
- Wat is correct geschreven in het Nederlands?
- op Maandag 3 Maart
- op maandag 3 maart
- op maandag 3de maart
- Op Maandag 3 Maart
Dagen en maanden krijgen midden in een zin een kleine letter, en het daggetal is een gewoon cijfer zonder uitgang: *op maandag 3 maart*.
- Wat is de juiste volgorde voor een datum?
- maart 3 2026
- 2026 maart 3
- 3 maart 2026
- 3 2026 maart
Datums lopen dag, maand, jaar: *3 maart 2026*.
- Vul in: *Mijn verjaardag is ___ juni.*
- op
- in
- aan
- om
Maanden krijgen *in*: *in juni*. *op* is voor een specifieke dag of datum.
- Hoe spreek je de datum *5 mei* uit?
- vijf mei
- de vijfde mei
- de vijf mei
- vijfde mei
Het daggetal spreek je uit als rangtelwoord met *de*: *de vijfde mei*, ook al schrijf je het als *5 mei*.
- Welk voorzetsel past: *___ de winter draag ik een jas.*
- Op
- Om
- In
- Aan
Seizoenen krijgen *in*: *in de winter*, *in de zomer*. Let op: *winter* en *zomer* zijn *de*-woorden.
Test jezelf
Question 1 of 5
Wat is correct geschreven in het Nederlands?