Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Grammatica

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Facebook-groep:

A1

A2

B1

B2

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

Inburgering.org/Grammar/Nederlandse hoofdtelwoorden: 0 tot 100 en verder

Nederlandse hoofdtelwoorden: 0 tot 100 en verder

Hoe je in het Nederlands telt: de vormen 0-20, de tientallen, de verbinding met de eenheid eerst (eenentwintig), en honderd, duizend en miljoen.

Hoofdtelwoorden zijn de telgetallen: een, twee, drie. Deze pagina behandelt 0 tot 100 en de grote ronde getallen daarboven. Zodra je 0-20 en de tientallen kent, bouw je elk ander getal door stukjes aan elkaar te plakken.

De getallen 0 tot 20

Leer 0-20 uit je hoofd; ze zijn de bouwstenen voor al het andere. Elf (11) en twaalf (12) zijn aparte woorden, en 13-19 voegen -tien toe aan de eenheid, met twee kleine veranderingen: 13 is dertien (niet drietien) en 14 is veertien (niet viertien).

GetalVoluitGetalVoluit
0nul11elf
1een / één12twaalf
2twee13dertien
3drie14veertien
4vier15vijftien
5vijf16zestien
6zes17zeventien
7zeven18achttien
8acht19negentien
9negen20twintig
10tien

Het getal een schrijf je vaak als één, met twee accenttekens, als het verward kan worden met het lidwoord een: Ik heb maar één appel. Diezelfde accenten kom je ook tegen bij getallen en klemtoon.

De tientallen: 20 tot 90

De meeste tientallen zijn de eenheid plus -tig. Twee zijn onregelmatig, net als bij de getallen op -tien: dertig (30) en veertig (40). Let op de spelling van tachtig (80), dat niet van acht uitgaat.

GetalVoluit
20twintig
30dertig
40veertig
50vijftig
60zestig
70zeventig
80tachtig
90negentig

Hoe bouw je 21 tot 99

Zeg eerst de eenheid, dan en, dan het tiental, allemaal als één woord: eenentwintig (21). Het Nederlands houdt deze volgorde aan voor elk getal in dit bereik.

  1. Neem de eenheid (1-9) en het tiental (20-90).
  2. Verbind ze met en in het midden, eenheid eerst: vijf + en + veertig → vijfenveertig (45).
  3. Schrijf het geheel als één woord: zevenentwintig (27), negenentachtig (89).

Als de eenheid twee of drie is, zou de verbinding -en- drie klinkers achter elkaar zetten (twee + en), dus komt er een trema op de e om te laten zien waar de volgende lettergreep begint: tweeëntwintig (22), drieëndertig (33), tweeënveertig (42). Eenheden die op een medeklinker eindigen hebben geen trema nodig: vierentwintig (24), vijfentwintig (25).

GetalVoluitOpmerking
21eenentwintiggeen trema
22tweeëntwintigtrema op -ee-
23drieëntwintigtrema op -ie-e-
24vierentwintiggeen trema
33drieëndertigtrema op -ie-e-
48achtenveertiggeen trema
99negenennegentiggeen trema

Honderden, duizenden en miljoenen

Vanaf 100 gebruik je honderd, duizend en miljoen. Alles onder de duizend schrijf je als één woord; vanaf duizend zet je een spatie.

  • honderd (100), tweehonderd (200), honderdvijfentwintig (125) — allemaal één woord.
  • duizend (1000), tweeduizend (2000). Vanaf hier zet je een spatie na duizend: tweeduizend zesentwintig (2026).
  • miljoen en miljard zijn altijd losse woorden: één miljoen (1.000.000), drie miljoen (3.000.000).

Je mag en toevoegen na honderd bij ronde getallen: honderdeneen of honderdeen (101). Honderd en duizend staan op zichzelf, zonder een ervoor: zeg honderd, niet eenhonderd.

Wanneer gebruik je ze

  • Tellen en hoeveelheden: Ik heb drie broers.
  • Prijzen en bedragen: Dat kost vijftien euro.
  • Jaartallen, als geheel gelezen: negentienhonderdtachtig of negentientachtig (1980).
  • Als basis voor rangtelwoorden (eerste, tweede, derde) en voor klokkijken.

Veelgemaakte fouten

Engelstaligen houden vaak de Engelse volgorde aan en zeggen twintig-een voor 21. Het Nederlands zet altijd de eenheid eerst: eenentwintig. Hetzelfde geldt binnen grotere getallen: 145 is honderdvijfenveertig, niet honderdveertigvijf. Lees de laatste twee cijfers van achteren naar voren.

  • Hoe schrijf je 21 in het Nederlands?
    • twintigeen
    • eenentwintig
    • eentwintig
    • een-en-twintig

    De eenheid komt eerst, verbonden met het tiental door *en*, als één woord: *een + en + twintig → eenentwintig*.

  • Welk getal krijgt een trema?
    • vierentwintig (24)
    • vijfenveertig (45)
    • tweeëntwintig (22)
    • zevenentwintig (27)

    Alleen als de eenheid *twee* of *drie* is, komen er drie klinkers samen op de verbinding, dus markeert een trema de nieuwe lettergreep: *tweeëntwintig*. Eenheden die op een medeklinker eindigen, zoals *vier*, hebben er geen nodig.

  • Vul in: *Dat kost ___ euro.* (35)
    • vijfendertig
    • drieënvijftig
    • vijftigdrie
    • dertigvijf

    35 is eenheid-eerst: *vijf + en + dertig → vijfendertig*. *Drieënvijftig* zou 53 zijn.

  • Welke spelling van 80 is correct?
    • achttig
    • achtentig
    • tachtig
    • achttigtig

    80 is het onregelmatige *tachtig*; het bouwt niet rechtstreeks van *acht*.

  • Hoe schrijf je 2026 voluit?
    • tweeduizendzesentwintig
    • tweeduizend zesentwintig
    • tweeduizend zestwintig
    • tweeduizend en zesentwintig

    Getallen zijn één woord tot duizend; vanaf *duizend* zet je een spatie: *tweeduizend zesentwintig*. Het laatste deel zet nog steeds de eenheid eerst: *zesentwintig* (26).

Test jezelf

Question 1 of 5

Hoe schrijf je 21 in het Nederlands?

See also

  • Nederlandse rangtelwoorden: eerste, tweede, derde
  • Klokkijken in het Nederlands (half, kwart, over, voor)
  • Het Nederlandse trema (¨): geïnteresseerd, ideeën, België