Nederlandse hoofdtelwoorden (telgetallen): 0 tot 100 en verder
Leer Nederlandse getallen vanaf 0: eenentwintig (21), het trema (twee puntjes) in tweeëntwintig en het aaneenschrijven van honderden, duizenden en miljoenen.
Ik heb drie broers. Het woord drie geeft het aantal broers aan. Nul, een en drie zijn hoofdtelwoorden. Leer eerst de basisgetallen en leer daarna hoe je daarmee grotere getallen vormt.
Leer de getallen van 0 tot 20
Leer 0–20 uit je hoofd. Elf (11) en twaalf (12) zijn aparte vormen. De getallen 13–19 eindigen op -tien. Let op de aangepaste spelling van dertien (13) en veertien (14).
| Getal | Voluit |
|---|---|
| 0 | nul |
| 1 | een |
| 2 | twee |
| 3 | drie |
| 4 | vier |
| 5 | vijf |
| 6 | zes |
| 7 | zeven |
| 8 | acht |
| 9 | negen |
| 10 | tien |
| 11 | elf |
| 12 | twaalf |
| 13 | dertien |
| 14 | veertien |
| 15 | vijftien |
| 16 | zestien |
| 17 | zeventien |
| 18 | achttien |
| 19 | negentien |
| 20 | twintig |
Schrijf het getal 1 meestal als een. Schrijf één, met een accent aigu op beide e's, als je het getal wilt benadrukken of verwarring met het lidwoord een wilt voorkomen: Ik heb maar één appel.
Leer de tientallen van 20 tot 90
De tientallen 20, 30, 40 enzovoort eindigen op -tig. Vier hebben een afwijkende spelling: twintig (20), dertig (30), veertig (40) en tachtig (80). Je vormt tachtig dus niet door -tig rechtstreeks aan acht toe te voegen.
| Getal | Voluit |
|---|---|
| 20 | twintig |
| 30 | dertig |
| 40 | veertig |
| 50 | vijftig |
| 60 | zestig |
| 70 | zeventig |
| 80 | tachtig |
| 90 | negentig |
Vorm 21 tot en met 99: eenheid + en + tiental
Gebruik bij 21–99 drie delen, behalve bij ronde tientallen zoals 30 of 40. Zet eerst de eenheid, daarna en en dan het tiental. Schrijf de drie delen als één woord.
- Begin met de eenheid: vijf.
- Voeg en toe: vijf + en.
- Voeg het tiental toe: vijf + en + veertig → vijfenveertig (45). Hetzelfde patroon geeft eenentwintig (21), zevenentwintig (27) en negenentachtig (89).
Als twee of drie aan en wordt gekoppeld, staan twee klinkers naast elkaar. Zet een trema (twee puntjes) op de e van en om de grens te markeren: tweeëntwintig (22), drieëndertig (33), tweeënveertig (42). Deze vormen blijven één woord. Andere eenheden hebben geen trema nodig: vierentwintig (24), vijfentwintig (25).
| Getal | Voluit | Opmerking |
|---|---|---|
| 21 | eenentwintig | geen trema |
| 22 | tweeëntwintig | trema op de e van en |
| 23 | drieëntwintig | trema op de e van en |
| 24 | vierentwintig | geen trema |
| 33 | drieëndertig | trema op de e van en |
| 48 | achtenveertig | geen trema |
| 99 | negenennegentig | geen trema |
Bouw honderden, duizenden en miljoenen
Bouw getallen vanaf 100 van het grootste deel naar het kleinste. De sleutelwoorden zijn duizend (1.000), miljoen (1.000.000) en miljard (1.000.000.000). Gebruik de aaneenschrijfregels in de tabel.
| Getalopbouw | Aaneenschrijfregel | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Honderdtallen onder 1.000 | Schrijf het hele getal als één woord. | honderd (100); tweehonderd (200); honderdvijfentwintig (125) |
| Een getal dat eindigt op duizend | Schrijf het hele getal als één woord. | duizend (1.000); tweeduizend (2.000); zevenhonderdduizend (700.000) |
| Een kleinere groep na duizend | Zet een spatie na de volledige duizend-groep. | tweeduizend zesentwintig (2.026) |
| miljoen of miljard | Zet spaties voor en na miljoen of miljard. | een miljoen (1.000.000); drie miljoen (3.000.000); twee miljard (2.000.000.000) |
Als na honderd of duizend nog een eenheid of tiental volgt, mag je en gebruiken of weglaten. Voor 101 zijn zowel honderdeen als honderdeneen goed. Voor 1.001 zijn duizend een en duizend en een goed. Na honderd blijft het facultatieve en in hetzelfde woord; na duizend staat het los. Zet geen en tussen een duizendgroep en een volgende honderdgroep: tweeduizend vijfhonderd (2.500).
Hoofdtelwoorden in context
- Tellen en hoeveelheden: Ik heb drie broers.
- Prijzen en bedragen: Dat kost vijftien euro.
- Jaartallen van vóór 2000: negentienhonderdtachtig of de kortere vorm negentientachtig (1980).
Verwante lessen: rangtelwoorden · klokkijken · trema (twee puntjes)
Bouw grote getallen stap voor stap
Begin voor 145 met het grootste deel: honderd (100). Vorm daarna 45 met het patroon voor 21–99: vijf + en + veertig. Omdat het getal kleiner is dan 1.000, schrijf je de delen aan elkaar: honderdvijfenveertig. Alleen binnen het deel 21–99 staat de eenheid vooraan; het hele getal bouw je van groot naar klein op.
- Hoe schrijf je 21 in het Nederlands?
- twintigeen
- eenentwintig
- eentwintig
- een-en-twintig
Schrijf eerst de eenheid, daarna *en* en dan het tiental. Alles staat aan elkaar: *een + en + twintig → eenentwintig*.
- Welk getal krijgt een trema?
- vierentwintig (24)
- vijfenveertig (45)
- tweeëntwintig (22)
- zevenentwintig (27)
Als *twee* of *drie* aan *en* wordt gekoppeld, staan twee klinkers naast elkaar. Het trema op de *e* van *en* markeert de grens: *tweeëntwintig*.
- Vul in: *Dat kost ___ euro.* (35)
- vijfendertig
- drieënvijftig
- vijftigdrie
- dertigvijf
Bij 35 komt de eenheid eerst: *vijf + en + dertig → vijfendertig*. *Drieënvijftig* is 53.
- Welke spelling van 80 is correct?
- achttig
- achtentig
- tachtig
- achttigtig
De juiste spelling is *tachtig*. Je kunt 80 niet vormen door *-tig* rechtstreeks aan *acht* toe te voegen.
- Welke optie geeft 2026 zonder het facultatieve *en*?
- tweeduizendzesentwintig
- tweeduizend zesentwintig
- twee duizend zesentwintig
- tweeduizend zes en twintig
Schrijf de volledige duizendgroep aan elkaar en zet daarna een spatie voor de kleinere groep: *tweeduizend zesentwintig*. De variant met *en* (*tweeduizend en zesentwintig*) is ook goed.
Test jezelf
Question 1 of 5
Hoe schrijf je 21 in het Nederlands?