Klokkijken in het Nederlands (half, kwart, over, voor)
Hoe je in het Nederlands de tijd zegt: hele uren met uur, kwart over/voor, minuten met over/voor, en waarom half drie 2:30 betekent.
Om in het Nederlands naar de tijd te vragen zeg je Hoe laat is het?, en om te antwoorden begin je met Het is…: Het is drie uur. Het meeste van het systeem is eenvoudig, maar het halve uur werkt anders dan in het Engels en vraagt om aandacht.
Hoe zeg je de tijd
Geef het hele uur als een getal plus uur, en bouw de minuten rond het dichtstbijzijnde hele of halve uur met over, voor, kwart en half. Je hebt hiervoor de hoofdtelwoorden tot dertig nodig.
- Heel uur: getal + uur. Het is zeven uur.
- Kwart over: kwart over + het uur. kwart over drie (3:15).
- Kwart voor: kwart voor + het volgende uur. kwart voor vier (3:45).
- Minuten over het hele uur: getal + over + het uur. tien over drie (3:10).
- Minuten voor het hele uur: getal + voor + het volgende uur. tien voor vier (3:50).
Het halve uur wijst vooruit naar het komende uur. half + een getal betekent een half uur vóór dat getal, dus half drie is 2:30 (halverwege drie), niet 3:30. Dit is de enige plek waar het Nederlands en het Engels van elkaar verschillen.
De vijf en tien minuten aan weerszijden van het halve uur tel je vanaf het halve uur, niet vanaf het hele uur: vijf voor half drie is 2:25, en vijf over half drie is 2:35.
| Klok | Dutch | Uitleg |
|---|---|---|
| 3:00 | drie uur | het hele uur |
| 3:05 | vijf over drie | 5 minuten na 3 uur |
| 3:10 | tien over drie | 10 minuten na 3 uur |
| 3:15 | kwart over drie | 15 minuten na 3 uur |
| 3:20 | tien voor half vier | 10 minuten voor half vier |
| 3:25 | vijf voor half vier | 5 minuten voor half vier |
| 3:30 | half vier | een half uur voor vier |
| 3:35 | vijf over half vier | 5 minuten na half vier |
| 3:40 | tien over half vier | 10 minuten na half vier |
| 3:45 | kwart voor vier | 15 minuten voor 4 uur |
| 3:50 | tien voor vier | 10 minuten voor 4 uur |
| 3:55 | vijf voor vier | 5 minuten voor 4 uur |
Wanneer gebruik je welke vorm
- Naar de tijd vragen: Hoe laat is het? of, beleefder, Weet u hoe laat het is?
- In het dagelijks taalgebruik gebruikt het Nederlands de 12-uursklok met het over/voor/half-systeem hierboven. Om duidelijk te maken welk deel van de dag je bedoelt, voeg je 's ochtends, 's middags, 's avonds of 's nachts toe: zeven uur 's avonds (19:00).
- Dienstregelingen, schermen en officiële tijden gebruiken de 24-uursklok, gelezen als getal + uur + minuten: 15:20 is vijftien uur twintig, 20:45 is twintig uur vijfenveertig.
- Voor een tijd bij benadering gebruik je rond of ongeveer: Ik kom rond acht uur.
Zeggen hoe laat iets gebeurt: om, van en tot
De les begint om half drie. Om te zeggen hoe laat iets gebeurt, zet je om vóór de kloktijd. Elke kloktijd krijgt om, van een heel uur tot een kwartier of een half uur. Ook in een kort antwoord blijft om staan: Hoe laat begint de cursus? — Om negen uur. Dagen en datums krijgen op: op maandag, op 5 mei. Dat gebruik staat bij de kernbetekenissen van voorzetsels.
- Heel uur: De winkel gaat om negen uur open.
- Kwartier of half uur: De bus vertrekt om kwart over zeven. Ik heb een afspraak om half elf.
- 24-uursklok: De ouderavond begint om 20.45 uur. In lopende tekst scheidt meestal een punt de uren van de minuten, en uur sluit de tijd af; dienstregelingen en schermen schrijven 20:45 en laten uur weg. Hardop lees je dat als om twintig uur vijfenveertig.
Het loket is open van negen tot vijf. Een periode zet je tussen van en tot. tot noemt het moment waarop de periode eindigt, dus van negen tot vijf loopt af om vijf uur. Bij geschreven tijden komt uur één keer, aan het eind van het paar: Het gemeentehuis is open van 9.00 tot 12.30 uur.
Veelgemaakte fouten
Engelstaligen lezen half drie als 3:30, want in het Engels betekent 'half three' 3:30 (half past three). In het Nederlands kijkt half altijd vooruit naar het volgende uur, dus is half drie 2:30 en half vier 3:30. Voor 3:30 noem je het komende uur (vier), niet het huidige. Dezelfde logica stuurt de tijden vlak rond het halve uur: tien voor half vier (3:20) en tien over half vier (3:40) tellen allebei vanaf 3:30, niet vanaf een heel uur.
- Hoe laat is *half drie*?
- 3:30
- 2:30
- 2:15
- 3:15
*half* kijkt vooruit naar het komende uur, dus *half drie* is halverwege drie, dat is 2:30, niet 3:30.
- Vul in: 3:15 = *___ drie*.
- kwart voor
- kwart over
- half
- tien voor
3:15 is *kwart over drie*. *kwart voor drie* zou 2:45 zijn.
- Hoe zeg je 2:45 in het Nederlands?
- kwart voor drie
- kwart over twee
- half drie
- kwart voor twee
2:45 is een kwart voor het volgende uur (drie), dus *kwart voor drie*. *Voor* noemt het uur dat eraan komt.
- Hoe laat is *vijf over half vier*?
- 3:25
- 3:35
- 4:05
- 3:05
*half vier* is 3:30, en *vijf over* voegt vijf minuten toe, geteld vanaf het halve uur → 3:35.
- Welke zin geeft een heel uur correct weer?
- Het is zeven uur.
- Het is zeven ure.
- Het is half zeven uur.
- Het is uur zeven.
Een heel uur is getal + *uur*: *Het is zeven uur.* *uur* blijft enkelvoud en komt na het getal.
Test jezelf
Question 1 of 5
Hoe laat is half drie?