dezelfde of hetzelfde? De juiste vorm kiezen
Of je dezelfde of hetzelfde kiest, volgt het de/het-geslacht van het zelfstandig naamwoord: dezelfde voor de-woorden en meervouden, hetzelfde voor het-woorden.
Als je wilt zeggen dat iets identiek is, gebruik je in het Nederlands één woord, met twee vormen: dezelfde en hetzelfde. Welke je kiest, hangt af van het zelfstandig naamwoord: dezelfde film maar hetzelfde boek.
Hoe kies je
Gebruik dezelfde bij de-woorden en alle meervouden, en hetzelfde bij het-woorden. Het is dezelfde de/het-verdeling die het lidwoord bepaalt, dus als je het lidwoord van een woord kent, ken je ook de vorm al. Zie de of het? voor hoe je het onderscheid maakt.
- Neem het zelfstandig naamwoord en haal het lidwoord voor de geest. de auto → de-woord; het huis → het-woord.
- Een de-woord krijgt dezelfde: dezelfde auto, dezelfde straat.
- Een het-woord krijgt hetzelfde: hetzelfde huis, hetzelfde idee.
- Elk meervoud is een de-woord, dus meervouden krijgen altijd dezelfde: dezelfde schoenen.
| Zelfstandig naamwoord | Lidwoord | De juiste vorm |
|---|---|---|
| man | de | dezelfde man |
| vrouw | de | dezelfde vrouw |
| mensen | de (meervoud) | dezelfde mensen |
| boek | het | hetzelfde boek |
| antwoord | het | hetzelfde antwoord |
| probleem | het | hetzelfde probleem |
Op zichzelf staan
Beide vormen kunnen ook zonder zelfstandig naamwoord voorkomen, terugverwijzend naar iets wat al genoemd is. De vorm volgt nog steeds het geslacht van dat zelfstandig naamwoord.
- Verwijzend naar een de-woord: Welke jas is van jou? Dezelfde als gisteren.
- Verwijzend naar een het-woord of een heel idee: Wat wil jij drinken? Ik neem hetzelfde.
Veelgemaakte fouten
De veelgemaakte fout is dat je overal standaard hetzelfde voor kiest, of dat het Engelse 'the same' (dat geen geslacht heeft) het verschil laat vervagen. De keuze volgt het lidwoord van het zelfstandig naamwoord, net als dit/dat tegenover deze/die in deze, die, dit, dat: het boek → hetzelfde boek, dat boek; de film → dezelfde film, die film. Twijfel je, vraag je dan eerst af welk lidwoord het zelfstandig naamwoord krijgt.
- Vul in: *We hebben ___ film gezien.* (de film)
- hetzelfde
- dezelfde
- datzelfde
- dezelde
*Film* is een *de*-woord (*de film*), dus het krijgt **dezelfde**: *dezelfde film*.
- Wat is correct?
- dezelfde boek
- hetzelfde boek
- hetzelfde boeken
- dezelfde huis
*Boek* is een *het*-woord (*het boek*), dus het krijgt **hetzelfde**: *hetzelfde boek*.
- Vul in: *Ze dragen ___ schoenen.* (schoenen, meervoud)
- hetzelfde
- dezelfde
- diezelfde
- hetzelfden
Meervouden zijn altijd *de*-woorden, dus ze krijgen **dezelfde**: *dezelfde schoenen*.
- Welke vorm krijgt *Het huis*?
- dezelfde huis
- hetzelfde huis
- datzelfde huizen
- dezelfde huizen
*Huis* is een *het*-woord (*het huis*), dus het krijgt **hetzelfde**: *hetzelfde huis*.
- Waarom is *dezelfde probleem* fout?
- *probleem* is een het-woord, dus het heeft *hetzelfde* nodig
- *probleem* is een de-woord, dus het heeft *hetzelfde* nodig
- *dezelfde* wordt nooit vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt
- *probleem* heeft geen lidwoord
*Probleem* is een *het*-woord (*het probleem*), dus de juiste vorm is **hetzelfde probleem**.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: We hebben ___ film gezien. (de film)