dezelfde of hetzelfde? Zo kies je de juiste vorm
Gebruik dezelfde bij zelfstandige naamwoorden met het lidwoord de, ook in het meervoud, en hetzelfde bij zelfstandige naamwoorden met het lidwoord het. Zonder zelfstandig naamwoord kan hetzelfde naar één ding verwijzen of aangeven dat dingen gelijk zijn.
We hebben dezelfde film gezien. In het Nederlands schrijf je dezelfde en hetzelfde altijd als één woord. Als een van deze vormen naar een zelfstandig naamwoord verwijst, bepalen het lidwoord en het enkelvoud of meervoud de keuze.
Welke vorm komt vóór een zelfstandig naamwoord?
dezelfde film en hetzelfde boek laten het verschil zien. Gebruik dezelfde vóór een de-woord in het enkelvoud of vóór elk meervoud. Gebruik hetzelfde vóór een het-woord in het enkelvoud.
| Patroon van het zelfstandig naamwoord | Lidwoord en zelfstandig naamwoord | Vorm voor hetzelfde |
|---|---|---|
| De-woord in het enkelvoud | de film | dezelfde film |
| Het-woord in het enkelvoud | het boek | hetzelfde boek |
| Meervoud van beide typen | de films, de boeken | dezelfde films, dezelfde boeken |
Het lidwoord in het enkelvoud geeft je het patroon: de auto → dezelfde auto, en het huis → hetzelfde huis. In het meervoud krijgt elk zelfstandig naamwoord de. Daarom wordt het boek eerst de boeken en daarna dezelfde boeken. Bekijk de of het? als je het lidwoord van het zelfstandig naamwoord niet kent.
Wat gebeurt er als je het zelfstandig naamwoord weglaat?
Welke fiets kies je? Dezelfde als gisteren. In dit gesprek staat fiets niet na dezelfde, maar het verzwegen zelfstandig naamwoord bepaalt nog steeds de vorm.
| Patroon van het weggelaten zelfstandig naamwoord | Vraag | Antwoord zonder zelfstandig naamwoord |
|---|---|---|
| De-woord in het enkelvoud | Welke jas kies je? | Dezelfde als gisteren. |
| Het-woord in het enkelvoud | Welk boek kies je? | Hetzelfde als gisteren. |
| Meervoud | Welke schoenen kies je? | Dezelfde als gisteren. |
In zeldzaam formeel Nederlands voeg je -n toe aan zelfstandig gebruikt dezelfde als het naar meerdere personen verwijst: dezelfden. Een duidelijk alledaags alternatief noemt het zelfstandig naamwoord: dezelfde mensen.
Wanneer blijft hetzelfde een vaste vorm?
Ik dacht precies hetzelfde. Hier is hetzelfde een onzijdig voornaamwoord voor een ding, uitspraak, handeling of hele gedachte. Deze betekenis gebruikt altijd hetzelfde.
De stoelen zien er hetzelfde uit. Hier beschrijft hetzelfde hoe de stoelen eruitzien. Dit is een bijwoordelijk gebruik met de betekenis gelijk of eender. Ook bij het meervoudige onderwerp de stoelen blijft het bijwoord hetzelfde.
De vorm kan de betekenis veranderen. De stoelen zijn dezelfde als vorige week. betekent dat het fysiek dezelfde stoelen zijn. De stoelen zien er hetzelfde uit als vorige week. betekent dat hun uiterlijk niet is veranderd.
Hoe zeg je hetzelfde als?
Vandaag doen we hetzelfde als gisteren. Gebruik als na dezelfde of hetzelfde: Zij draagt dezelfde jas als Noor. Dan hoort bij ongelijke vergelijkingen, zoals groter dan.
Zie ook
Vergelijk dezelfde verdeling naar geslacht en getal bij deze, die, dit en dat. Bekijk de of het? als je niet weet welk lidwoord het zelfstandig naamwoord krijgt.
- Vul in: *We hebben ___ film gezien.* (vul het ontbrekende woord in; *de film*)
- hetzelfde
- dezelfde
- datzelfde
- dezelde
*Film* is een de-woord: *de film*. Zet er *dezelfde* voor: *dezelfde film*.
- Welke vorm is juist?
- dezelfde boek
- hetzelfde boek
- hetzelfde boeken
- dezelfde huis
*Boek* is een het-woord: *het boek*. Zet er *hetzelfde* voor: *hetzelfde boek*.
- Vul in: *Ze dragen ___ schoenen.* (vul het ontbrekende woord in; meervoud)
- hetzelfde
- dezelfde
- dezelfden
- hetzelfden
*Schoenen* staat in het meervoud. Gebruik vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord *dezelfde*: *dezelfde schoenen*.
- Vul in: *De jassen zien er ___ uit.* (vul het ontbrekende woord in; de jassen lijken op elkaar)
- dezelfde
- hetzelfde
- dezelfden
- hetzelfden
Hier wordt *hetzelfde* bijwoordelijk gebruikt met de betekenis eender. Het meervoudige onderwerp *de jassen* bepaalt de vorm van een bijwoord niet.
- Vul in: *Vandaag doen we hetzelfde ___ gisteren.* (vul het ontbrekende woord in)
- als
- dan
- met
- om
Gebruik na *hetzelfde* *als* in *hetzelfde als gisteren*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: We hebben ___ film gezien. (vul het ontbrekende woord in; de film)