Elkaar: wederkerigheid en onderling bezit in het Nederlands
Gebruik de standaardvorm elkaar en de bezitsvorm elkaars. Controleer wie meedoen en lees voorzetseluitdrukkingen op betekenis. Kies andere vormen op basis van het register.
Elkaar betekent meestal dat leden van een groep iets over en weer doen: Sana en Noor helpen elkaar. De zin noemt de deelnemers. De vorm zelf wijst ze niet aan en garandeert niet in elke vaste uitdrukking een volledig wederkerige betekenis. Elkaar verandert niet met de persoon of het geslacht.
Bouw de wederkerige betekenis op vanuit een groep
Johan en Pieter verdedigen elkaar. Bij deze twee personen verdedigt Johan Pieter en verdedigt Pieter Johan. In het duidelijkste patroon op B1-niveau noemt het onderwerp minstens twee deelnemers.
| Hoe de groep wordt genoemd | Voorbeeld |
|---|---|
| Persoonlijk voornaamwoord in het meervoud | Wij helpen elkaar. |
| Twee of meer nevengeschikte namen | Sana en Noor bellen elkaar. |
| Zelfstandignaamwoordgroep in het meervoud | De buren groeten elkaar. |
De groep waarnaar elkaar verwijst, staat normaal grammaticaal in het meervoud en is vaak het onderwerp. Het Nederlands staat ook een algemeen enkelvoudig onderwerp en sommige verzamelnamen toe: Je moet elkaar helpen. Het stel kuste elkaar. Zie deze gevallen als uitbreidingen van het duidelijke meervoudspatroon. Vaste uitdrukkingen kunnen zich weer anders gedragen.
Plaats elkaar als voorwerp of na een voorzetsel
We hebben elkaar gisteren nog gezien. Bij één persoonsvorm staat elkaar normaal na die persoonsvorm. Met een infinitief of voltooid deelwoord aan het einde blijft het vóór het laatste werkwoord staan. De rest van de zin bepaalt de precieze plaats. Als een werkwoord of uitdrukking een voorzetsel vereist, zet je dat direct vóór elkaar.
| Functie | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lijdend voorwerp | elkaar zonder voorzetsel | Ze kennen elkaar. |
| Meewerkend voorwerp | werkwoord + elkaar + iets | Ze schrijven elkaar een brief. |
| Voorwerp na een voorzetsel | voorzetsel + elkaar | Ze wachten op elkaar. |
De rest van de zin bepaalt de precieze woordvolgorde. Vergelijk dit patroon met de plaats van korte voorwerpsvoornaamwoorden.
Zet elkaars vóór het zelfstandig naamwoord
De kinderen dragen elkaars jassen. Voeg -s toe voor wederkerig bezit en zet elkaars aan het begin van de zelfstandignaamwoordgroep die het bezit noemt. Het bezit loopt tussen leden van de groep: elke jas is van een ander kind.
- Gebruik elkaar als er geen bezit is: Ze kennen elkaar.
- Gebruik elkaars vóór een zelfstandig naamwoord van het bezit: Ze kennen elkaars namen.
- Schrijf elkaars als één woord zonder apostrof, niet elkaar's.
Kies de vorm op basis van het register
Elkaar is de gewone neutrale vorm: We kennen elkaar. Voor bezit gebruik je elkaars: We kennen elkaars namen. Elkander klinkt formeel en vaak verouderd, zoals in Wanneer zullen wij elkander eindelijk weer eens ontmoeten? Mekaar is informeel en vaak regionaal: Ze hebben mekaar al jaren niet gezien. De situatie en het gewenste register bepalen dus welke vorm past.
| Vormen | Register | Voorbeeld |
|---|---|---|
| elkaar / elkaars | Neutraal Standaardnederlands | We kennen elkaar. We kennen elkaars namen. |
| elkander (formele wederkerige vorm) / elkanders (formele bezitsvorm) | Formeel en tegenwoordig vaak verouderd | Wanneer zullen wij elkander eindelijk weer eens ontmoeten? We moeten elkanders privacy respecteren. |
| mekaar (informele wederkerige vorm) / mekaars (informele bezitsvorm) | Informeel en vaak regionaal; komt ook voor in geschreven Belgisch-Nederlands | Ze hebben mekaar al jaren niet gezien. Hebben jullie mekaars telefoonnummers al? |
Lees voorzetseluitdrukkingen als één geheel
De klanten kwamen na elkaar binnen. Hier geeft na elkaar een volgorde aan. Het zegt niet dat de klanten een handeling op elkaar richten. Leer de betekenis van de hele uitdrukking.
| Uitdrukking | Gebruikelijke betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| met elkaar | onderling; samen | Ze praten veel met elkaar. |
| na elkaar | de een na de ander | De gasten kwamen kort na elkaar aan. |
| achter elkaar | de een achter de ander; op een rij | Ze werkte drie dagen achter elkaar. |
| door elkaar | vermengd; ongeordend | Alle papieren liggen door elkaar. |
| bij elkaar | samen; bij elkaar horend | We horen bij elkaar. |
Sommige combinaties houden een duidelijke onderlinge relatie. Andere drukken een volgorde, een rangschikking of een vaste uitdrukking uit. De hele constructie bepaalt de betekenis.
Vergelijk elkaar met wederkerende voornaamwoorden
Johan en Pieter verdedigen elkaar. verbindt twee verschillende leden van de groep. Een wederkerend voornaamwoord zoals zich laat elke handeling terugwijzen naar dezelfde deelnemer: Johan en Pieter verdedigen zich. De wederkerende vorm verandert met het onderwerp; elkaar niet.
| Betekenis | Nederlandse zin | Betekenis bij twee personen |
|---|---|---|
| Wederkerig | Johan en Pieter verdedigen elkaar. | Johan verdedigt Pieter en Pieter verdedigt Johan. |
| Wederkerend | Johan en Pieter verdedigen zich. | Johan verdedigt zichzelf en Pieter verdedigt zichzelf. |
- Vul in: *De twee vriendinnen helpen ___ met de verhuizing.*
- *zich*
- *elkaar*
- *hun*
- *elkaars*
Het meervoudige onderwerp noemt twee personen die elkaar helpen. Gebruik daarom *elkaar*: *De twee vriendinnen helpen elkaar met de verhuizing.* Het wederkerende *zich* drukt hier geen onderlinge hulp uit.
- Hoe schrijf je de wederkerige bezitsvorm in de betekenis «de namen van elkaar»?
- *elkaar's*
- *elkaars*
- *elkaar s*
- *elkanders'*
De neutrale bezitsvorm is *elkaars*: één woord en geen apostrof. Schrijf *Ze kennen elkaars namen.*
- Welke zin betekent dat ze de ander wassen?
- *Ze wassen zich.*
- *Ze wassen elkaar.*
- *Ze wassen hun.*
- *Ze wassen zichzelf.*
*Ze wassen elkaar.* heeft een wederkerige betekenis: ieder wast een ander lid van de groep. *Ze wassen zich.* betekent dat ieder zichzelf wast.
- Wat betekent *na elkaar* in *De klanten kwamen na elkaar binnen*?
- met elkaar
- tegen elkaar
- de een na de ander
- in plaats van elkaar
*Na elkaar* drukt hier een volgorde uit: de klanten kwamen de een na de ander binnen. Dit gebruik beschrijft geen onderlinge handeling.
- Welke vorm is de informele, vaak regionale variant van *elkaar*?
- *elkander*
- *mekaar*
- *elkaars*
- *zich*
*Mekaar* is informeel en vaak regionaal. *Elkander* is formeel en vaak verouderd. *Elkaars* is de neutrale bezitsvorm. *Zich* is wederkerend.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: De twee vriendinnen helpen ___ met de verhuizing.