elkaar: het wederkerig voornaamwoord
elkaar is het wederkerig voornaamwoord; het verandert nooit van vorm, wordt elkaars voor bezit, en verschilt van het wederkerend voornaamwoord zich.
Elkaar wijst op een wederkerige handeling tussen twee of meer mensen — ze doen iets over en weer. Ze kennen elkaar. Het is één vast woord dat nooit verandert voor persoon of getal, dus het is een van de makkelijkere voornaamwoorden om te gebruiken.
Hoe gebruik je elkaar
Zet elkaar op zijn gewone voorwerpsplaats — meestal direct na het werkwoord, of na een voorzetsel. Het heeft één bezitsvorm, elkaars, en twee stilistische varianten die je hoort of leest.
- elkaar — het standaard, alledaagse woord: We schrijven elkaar elke week.
- elkaars — de bezitsvorm: De kinderen dragen elkaars jassen.
- elkander — een formele, ouderwetse variant van elkaar, vooral in plechtigheden en schrijftaal.
- mekaar — een informele, gesproken variant: Ze hebben mekaar al jaren niet gezien.
Omdat elkaar een voorwerpsvoornaamwoord is, neemt het dezelfde plek midden in de zin in als andere voorwerpen — zie waar voorwerpsvoornaamwoorden staan.
elkaar met een voorzetsel
Een voorzetsel komt gewoon vóór elkaar, en verschillende van deze combinaties zijn vaste uitdrukkingen geworden.
- met elkaar: Ze praten veel met elkaar.
- na elkaar: De gasten kwamen kort na elkaar aan.
- achter elkaar: Ze werkte drie dagen achter elkaar.
- door elkaar: Alle papieren liggen door elkaar.
- bij elkaar: We horen bij elkaar.
elkaar of zich? Wederkerig versus wederkerend
Verwar elkaar niet met een wederkerend voornaamwoord als zich. Zich richt de handeling terug op dezelfde persoon; elkaar stuurt hem tussen verschillende personen.
- Wederkerend — elke persoon handelt op zichzelf: Ze wassen zich.
- Wederkerig — ze handelen op elkaar: Ze wassen elkaar.
- Het verschil kan de betekenis volledig omdraaien: Ze stelden zich voor versus Ze stelden elkaar voor.
Veelgemaakte fouten
Het Engels schrijft 'each other' als twee woorden en voegt een apostrof toe voor 'each other's'. Het Nederlands doet geen van beide. Schrijf elkaar als één woord, en de bezitsvorm als elkaars — geen apostrof, alleen een -s: Ze vertrouwen elkaar, Ze waarderen elkaars werk.
- Vul in: *De twee vriendinnen helpen ___ met de verhuizing.* (wederkerig)
- zich
- elkaar
- hun
- elkaars
De handeling gaat tussen twee mensen (wederkerig), dus heb je het wederkerige *elkaar* nodig → *Ze helpen elkaar.* *Zich* zou betekenen dat ze zichzelf helpen.
- Hoe schrijf je de bezitsvorm van *elkaar*?
- elkaar's
- elkaars
- elkaar s
- elkanders'
De bezitsvorm is *elkaars* — één woord, geen apostrof: *Ze kennen elkaars namen.*
- Welke zin betekent dat **de een de ander** wast?
- Ze wassen zich.
- Ze wassen elkaar.
- Ze wassen hun.
- Ze wassen zichzelf.
*Elkaar* is wederkerig: *Ze wassen elkaar* betekent dat de een de ander wast. *Ze wassen zich* betekent dat ieder zichzelf wast.
- Wat betekent *na elkaar* in *De klanten kwamen na elkaar binnen*?
- met elkaar
- tegen elkaar
- de een na de ander
- in plaats van elkaar
*Na elkaar* is een vaste uitdrukking die 'de een na de ander' betekent → de klanten kwamen de een na de ander binnen.
- Welk woord is de informele, gesproken variant van *elkaar*?
- elkander
- mekaar
- elkaars
- zich
*Mekaar* is de informele gesproken variant; *elkander* is de formele; *elkaars* is de bezitsvorm; *zich* is wederkerend, niet wederkerig.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: De twee vriendinnen helpen ___ met de verhuizing. (wederkerig)