Aan het eind -d of -t? Woordeindes spellen in het Nederlands
Gebruik een verwante vorm waarin na de medeklinker een klinker volgt, zoals honden, om tussen -d en -t op het eind te kiezen en te begrijpen waarom spelling en uitspraak verschillen.
Hond schrijf je met een -d op het eind. De laatste medeklinker klinkt als t, dus aan de korte vorm hoor je niet welke letter je moet schrijven. Een verwante vorm met een klinker na de medeklinker onthult de spelling: honden heeft een d.
Een verwante vorm met een klinker na de medeklinker onthult d of t
Gebruik een verwante vorm waarin na de medeklinker een klinker volgt. Hond → honden geeft een -d op het eind. Kat → katten geeft een -t op het eind.
Deze controle werkt alleen als dezelfde medeklinker in een regelmatige verwante vorm direct vóór de klinker staat. Is dat niet zo, kijk dan in een woordenboek.
- Kies een verwante vorm die je kent. Het meervoud -en, de bijvoeglijke uitgang -e en de uitgang van de vergrotende trap -er werken vaak: hond → honden en hard → harder.
- Zoek dezelfde medeklinker direct vóór de klinker: honden heeft een d, terwijl katten een t heeft.
- Neem die medeklinker over in de korte vorm: schrijf hond en kat.
| Korte vorm | Verwante vorm met een klinker na de medeklinker | Resultaat |
|---|---|---|
| hond | honden | Schrijf -d |
| land | landen | Schrijf -d |
| hard | harder | Schrijf -d |
| kat | katten | Schrijf -t |
| feit | feiten | Schrijf -t |
| hart | harten | Schrijf -t |
Eindverscherping verandert de klank, niet de spelling d/b
Dit uitspraakpatroon heet eindverscherping. Een lettergreep is één gesproken deel van een woord: hond heeft er één en admiraal heeft er drie. Aan het eind van een lettergreep klinkt een d meestal als t. Een b klinkt meestal als p. De Nederlandse spelling houdt d of b als hetzelfde deel van het woord die letter in een verwante vorm laat zien.
Het gaat om het eind van een lettergreep, niet per se om het eind van een woord. De geschreven d in admiraal spreek je ook uit als t, omdat hij de eerste lettergreep afsluit.
Een b op het eind controleer je op dezelfde manier
Krab klinkt alsof het op p eindigt, terwijl krabben de geschreven b onthult. De werkwoordsvorm ik heb houdt ook b, omdat hebben die letter laat zien.
De werkwoordsuitgang bepaalt word of wordt
Ik word en hij wordt gebruiken de geschreven stam word van worden. De vorm met ik krijgt geen uitgang. De vorm met hij krijgt -t, dus de spelling bestaat uit de laatste d van de stam plus de uitgang t: word + t → wordt.
Zowel word als wordt eindigt op één t-klank. Aan de uitspraak hoor je de toegevoegde -t na de laatste d van de stam niet. Gebruik daarom de regel voor het onderwerp; zie de -dt-regel en de snelle controle in d, t of dt?.
Het spellingspatroon f/v en s/z werkt anders
Brieven wordt brief en huizen wordt huis. Bij regelmatige Nederlandse woordparen van dit type schrijf je in de korte vorm f of s; je houdt geen v of z. Lees waarom v een f wordt en z een s voor die regel.
Leenwoorden en vaste uitzonderingen vragen om een woordenboek
Een leenwoord is een woord dat uit een andere taal is overgenomen. Ook leenwoorden krijgen eindverscherping: club houdt de geschreven b, maar eindigt meestal op een p-klank. Sommige leenwoorden houden hun overgenomen spelling: quiz houdt de geschreven z, hoewel de laatste medeklinker in het Nederlands meestal als s klinkt. Zoek onbekende leenwoorden op in een woordenboek.
De controle met een langere vorm werkt alleen als in een regelmatige verwante vorm na dezelfde medeklinker een klinker volgt. Honden onthult d; in honds staat de medeklinker aan het eind van een lettergreep, dus de klank onthult de spelling niet.
Ook sommige vaste vormen werken niet met deze controle. Het bijvoeglijk naamwoord bijdehand wordt vóór een zelfstandig naamwoord bijdehante. Deze standaardvorm heeft een t en onthult dus niet de laatste d van bijdehand. Kijk in een woordenboek als een vaste vorm het regelmatige patroon niet volgt.
- Hoe controleer je of *hond* op *-d* of *-t* eindigt?
- Gebruik alleen de laatste klank van *hond*
- Gebruik *honden*, waarin een klinker volgt en *d* onthult
- Schrijf altijd *-t* als je die klank hoort
- Voeg *-s* toe en gebruik *honds*
In het meervoud *honden* staat *d* vóór een klinker, zodat je het verschil duidelijk hoort. Neem die *d* over in het enkelvoud *hond*.
- Het meervoud is *katten*. Hoe schrijf je het enkelvoud?
- *kad*
- *kat*
- *kadt*
- *katd*
*Katten* laat vóór de klinker een *t* zien, dus het enkelvoud is *kat*. Niet elke *t*-klank op het eind komt van een geschreven *d*.
- Waarom hebben *hard* en *hart* verschillende laatste letters, hoewel ze hetzelfde klinken?
- Je schrijft alle Nederlandse bijvoeglijke naamwoorden met *-d*
- *Harder* onthult *d*, terwijl *harten* *t* onthult
- *Hart* is een onregelmatig werkwoord
- Hun laatste medeklinkers klinken verschillend in de korte vormen
Beide korte vormen eindigen op een *t*-klank. De verwante vormen laten de spelling zien: *harder* heeft *d* en *harten* heeft *t*.
- Welke spelling is correct voor de hij-vorm van worden?
- *hij wort*
- *hij word*
- *hij wordt*
- *hij wordd*
De geschreven stam van *worden* is *word*. De vorm met *hij* krijgt *-t*, dus *word + t* wordt *hij wordt*.
- Welke uitspraak over het leenwoord *quiz* klopt?
- Herschrijf het als *quis*, want elke laatste *z* wordt *s*
- Gebruik het regelmatige Nederlandse patroon en herschrijf het als *kwis*
- Houd de vaste spelling *quiz* en zoek onbekende leenwoorden op
- De laatste *z* moet stemhebbend blijven omdat je een *z* schrijft
Sommige leenwoorden houden een vaste spelling die het regelmatige Nederlandse patroon niet voorspelt. *Quiz* houdt de *z*, terwijl de laatste medeklinker in het Nederlands meestal als *s* klinkt.
Test jezelf
Question 1 of 5
Hoe controleer je of hond op -d of -t eindigt?