Een Nederlandse zin heeft een onderwerp: het regent, het is koud, het wordt laat
Gebruik het als loos onderwerp bij weer, tijd, licht en temperatuur, ook als niemand of niets de handeling uitvoert.
In Het regent. verwijst het niet naar een persoon of ding. Het vult de onderwerpsplaats in een onpersoonlijke zin: een zin waarin geen persoon of ding de handeling uitvoert.
Hoe bouw je een zin met het als loos onderwerp?
Gebruik het als onderwerp en voeg daarna het werkwoord of de beschrijving voor weer, tijd, licht of temperatuur toe.
- Herken een onpersoonlijke betekenis: weer, tijd, licht of temperatuur.
- Zet het op de plaats van het onderwerp.
- Voeg het werkwoord en de rest van de boodschap toe: Het wordt vannacht koud.
| Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|
| Weer | Het sneeuwt sinds vanmorgen. |
| Temperatuur | Het is buiten warm. |
| Tijd | Het is kwart voor negen. |
| Licht | Het wordt al donker. |
Behoud het als de zin anders begint
Het gedraagt zich als het onderwerp wanneer je het begin van de zin verandert. Een neutrale mededeling kan ermee beginnen: Het is vandaag koud. Staat een tijdsbepaling vooraan, dan blijft het werkwoord op de tweede plaats en komt het na het werkwoord: Vandaag is het koud. Een ja-neevraag begint met het werkwoord: Is het vandaag koud?
Wanneer gebruik je het als loos onderwerp?
- Weerwerkwoorden: Het regent. en Het vriest.
- Beschrijvingen van de temperatuur: Het is fris. en Morgen wordt het warmer.
- De kloktijd en hoe laat het is: Het is half drie. en Het wordt laat.
- Licht en donker: Buiten is het al licht. en Het wordt vroeg donker.
Veelgemaakte fouten
Laat het in een volledige neutrale zin niet weg en vervang het niet door er: schrijf Het sneeuwt., niet Sneeuwt. of Er sneeuwt. Dit het verschilt ook van een voornaamwoord dat een bekend zelfstandig naamwoord vervangt. In Het raam is vies. Het moet schoon. verwijst het tweede het terug naar het raam; bij het weer verwijst het nergens naar. Voor presenterend er ga je naar er is en er zijn.
Het is jammer dat de afspraak niet doorgaat. begint ook met het, maar dat is een ander patroon. Dat leer je op de pagina over vooruitwijzend het.
Zie ook
Herhaal onderwerps- en voorwerpsvoornaamwoorden, de V2-woordvolgorde en klokkijken.
- Vul de zin over het weer aan: *___ regent sinds vannacht.*
- *Er*
- *Het*
- *Dit*
- *Dat*
Bij het weerwerkwoord *regenen* gebruik je *het* als loos onderwerp: *Het regent sinds vannacht.*
- Welke zin begint op de juiste manier met *Vandaag*?
- *Vandaag het is koud.*
- *Vandaag is koud het.*
- *Vandaag is het koud.*
- *Vandaag er is koud.*
Met *Vandaag* vooraan staat het werkwoord op de tweede plaats en volgt het onderwerp *het*: *Vandaag is het koud.*
- Welke zin heeft de neutrale volgorde van een ja-neevraag over de tijd?
- *Is het al laat?*
- *Het is al laat?*
- *Is er al laat?*
- *Al laat het is?*
Een neutrale ja-neevraag begint met de persoonsvorm en behoudt *het* als onderwerp: *Is het al laat?*
- In welke zin is *het* een loos onderwerp?
- *Ik koop het morgen.*
- *Het boek ligt boven.*
- *Het raam is open.*
- *Het vriest buiten.*
In *Het vriest buiten.* is *het* een loos onderwerp bij een weerszin. In de andere antwoorden is *het* een voorwerpsvoornaamwoord of onderdeel van een naamwoordgroep.
- Welke zin beschrijft de overgang van licht naar donker op de juiste manier?
- *Er wordt om zes uur donker.*
- *Het wordt om zes uur donker.*
- *Om zes uur het wordt donker.*
- *Wordt het om zes uur donker.*
Bij licht en donker gebruik je *het* als loos onderwerp: *Het wordt om zes uur donker.*
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul de zin over het weer aan: ___ regent sinds vannacht.
See also
- Nederlandse onderwerps- en voorwerpsvoornaamwoorden (ik/mij, wij/ons)
- Er is / er zijn: zeggen dat iets bestaat of aanwezig is
- zijn en hebben: de twee onmisbare onregelmatige werkwoorden
- om ... te + infinitief: een doel uitdrukken in het Nederlands
- De verb-second-regel (V2) in het Nederlands
- Klokkijken in het Nederlands (half, kwart, over, voor)