Onregelmatige Nederlandse meervouden: steden, kinderen en musea
Leer Nederlandse meervouden met klinkerverandering, de kleine groep op -eren, betekenisafhankelijke varianten en Latijnse vormen die per woord verschillen.
Bij de stad โ de steden verandert de klinker. Leer dit meervoud daarom samen met het zelfstandig naamwoord. De meeste Nederlandse zelfstandige naamwoorden gebruiken -en of -s, maar vormen als het kind โ de kinderen en het museum โ de musea kun je niet veilig uit alleen het enkelvoud afleiden.
De meervoudspatronen op deze pagina
Leer de vormen met klinkerverandering en de vormen op -eren woord voor woord. Leer bij elk Latijns leenwoord alle aanvaarde meervouden. Eรฉn groep volgt in plaats daarvan รฉรฉn regel: woorden op -heid krijgen -heden.
- Een meervoud op -en met klinkerverandering: het schip โ de schepen.
- De uitgang -eren: het ei โ de eieren.
- Een uit het Latijn overgenomen meervoud dat je bij het woord leert: de musicus โ de musici.
- Een voorspelbare uitgang, -heid โ -heden: de mogelijkheid โ de mogelijkheden.
Meervouden op -en met klinkerverandering
Het schip โ de schepen krijgt nog steeds -en, maar de klinker van het enkelvoud verandert. Bij verschillende woorden wordt een korte klinker lang; bij andere verandert de klinker zelf. Open en gesloten lettergrepen leggen uit hoe je een lange klinker schrijft zodra je weet dat hij er staat. Aan de spelling alleen zie je niet welke zelfstandige naamwoorden veranderen.
| Enkelvoud | Meervoud | Verandering |
|---|---|---|
| het gat | de gaten | korte a โ lange a |
| het bad | de baden | korte a โ lange a |
| de weg | de wegen | korte e โ lange e |
| het schip | de schepen | i โ lange e |
| het lid | de leden | i โ lange e |
| de stad | de steden | a โ lange e |
De verandering i โ e zie je ook in de smid โ de smeden. Stad โ steden heeft een uitzonderlijke verandering van a โ e. Neem niet het gewone patroon de man โ de mannen over: stadden bestaat niet. Leer de veranderde vorm samen met het zelfstandig naamwoord.
Zelfstandige naamwoorden op -heid: het meervoud is -heden
De mogelijkheid โ de mogelijkheden verandert de uitgang zelf: elk zelfstandig naamwoord op -heid ruilt die uitgang om voor -heden. Deze groep leer je dus als groep, niet woord voor woord. De uitgang -heid maakt het woord meteen een de-woord.
| Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|
| de mogelijkheid | de mogelijkheden |
| de moeilijkheid | de moeilijkheden |
| de gelegenheid | de gelegenheden |
| de werkzaamheid | de werkzaamheden |
| de overheid | de overheden |
Plak geen -en achter het enkelvoud: mogelijkheiden bestaat niet.
De betekenis bepaalt of een woord op -heid een meervoud nodig heeft. Veel woorden op -heid noemen een eigenschap, en een eigenschap tel je zelden. Gebruik het meervoud waar je losse gevallen telt: de werkzaamheden zijn de taken uit een functieomschrijving, en de overheden zijn afzonderlijke bestuurslagen zoals de gemeente en de provincie.
Vaste meervouden op -eren
Het kind โ de kinderen hoort bij een kleine, vaste lijst van meervouden op -eren. Aan het enkelvoud zie je niet dat een woord in deze lijst staat; leer daarom het hele paar. De voorbeelden in de tabel krijgen in het enkelvoud het. Zoals alle Nederlandse meervouden krijgen ze in het meervoud de.
| Enkelvoud | Meervoud | Spellingnotitie |
|---|---|---|
| het kind | de kinderen | Geen extra spellingverandering naast -eren |
| het ei | de eieren | Geen extra spellingverandering naast -eren |
| het rund | de runderen | Geen extra spellingverandering naast -eren |
| het volk | de volkeren | de volken is ook standaard |
| het lam | de lammeren | de m verdubbelt |
| het kalf | de kalveren | de f wordt v |
Lammeren volgt de regel voor medeklinkerverdubbeling na een korte klinker: de dubbele m houdt de a kort. Kalveren volgt de spellingwisseling f/v: de f aan het einde van kalf wordt vรณรณr de uitgang weer v; zie de spellingwisselingen v/f en z/s. De uitgang -eren zelf moet je nog steeds uit je hoofd leren.
Latijnse meervouden die per woord verschillen
Het museum โ de musea heeft in het Nederlands een meervoud uit het Latijn. Een enkelvoudsuitgang zoals -um beperkt de mogelijkheden, maar bepaalt het meervoud niet. Veel woorden op -um kunnen -a krijgen, soms naast een Nederlands meervoud op -s. Persoonsaanduidingen op -icus hebben meestal een meervoud op -ici. Zoek per woord op welke vormen zijn aanvaard en leer die vormen.
| Enkelvoud | Aanvaarde meervouden |
|---|---|
| het museum | de musea; de museums |
| het centrum | de centra; de centrums |
| de musicus | de musici |
| de politicus | de politici |
| de technicus | de technici |
De vormen musea/museums en centra/centrums zijn allemaal standaard; bij deze twee woorden zijn musea en centra de gebruikelijkste vormen. Pas dit patroon niet op elke vergelijkbare uitgang toe. Het album โ de albums, niet alba. Het criterium heeft de criteria, niet criteriums.
Ook bij woorden op -us hangt het meervoud van het woord af. Veel andere zelfstandige naamwoorden krijgen -ussen: de cursus โ de cursussen en het virus โ de virussen. Daartegenover staat de musici, niet de musicussen.
Meervouden die van de betekenis afhangen
Bij deze zelfstandige naamwoorden bepaalt de betekenis welke meervouden zijn aanvaard:
- Het been krijgt de benen als het een lichaamsdeel is waarop je loopt. In de betekenis bot zijn de benen en de beenderen allebei aanvaard. Beenderen wijst dus altijd op botten; bij benen maakt de context de betekenis duidelijk.
- Het blad krijgt de bladeren of de bladen voor een boomblad. Voor andere betekenissen, zoals vellen, dienbladen of tijdschriftnummers, krijgt het de bladen.
Het pad waarover je loopt en de pad als dier zijn twee verschillende zelfstandige naamwoorden. Het pad krijgt de paden; de pad krijgt de padden.
Maak deze meervouden niet regelmatig of dubbel
Dwing geen regelmatig ogende vorm af, zoals stadden of kinden, en bedenk niet zelf een Latijns meervoud op basis van de uitgang. Dubbele meervouden zoals musea's en medici's zijn ook fout: musea en medici zijn al meervoud. Leer elk zelfstandig naamwoord met het lidwoord de of het en met alle aanvaarde meervouden.
- Vul in: *Ik heb drie grote ___ bezocht.* (*stad*)
- *stads*
- *stadden*
- *steden*
- *staden*
*Stad* heeft het vaste meervoud *de steden*: de *a* verandert in een lange *e*. De regelmatig ogende vorm *stadden* is fout.
- Wat is het juiste meervoud van *het kind*?
- *de kinds*
- *de kinderen*
- *de kinden*
- *de kindes*
*Kind* hoort bij de kleine, vaste lijst op *-eren*: *het kind โ de kinderen*.
- Welk uit het Latijn overgenomen meervoud krijgt *het museum*?
- *musei*
- *musa*
- *musea*
- *museana*
*Museum* heeft het uit het Latijn overgenomen meervoud *de musea*. *De museums* is ook standaard, maar hier wordt naar de Latijnse vorm gevraagd. Niet elk woord op *-um* heeft beide mogelijkheden.
- Wat is het meervoud van *de musicus*?
- *de musicussen*
- *de musici*
- *de musica*
- *de musicusen*
Omdat *musicus* een persoonsnaam op *-icus* is, luidt het meervoud *musici*, net als *politicus โ politici*. Pas dit patroon niet op alle woorden op *-us* toe.
- Welk meervoud gebruik je als *het been* een lichaamsdeel is waarop je loopt?
- *de beenderen*
- *de benen*
- *de beens*
- *de benened*
Voor de lichaamsdelen waarop je loopt, gebruik je *de benen*. In de betekenis bot zijn *de benen* en *de beenderen* mogelijk; *beenderen* verwijst specifiek naar botten.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: Ik heb drie grote ___ bezocht. (stad)