Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Grammatica

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Facebook-groep:

A1

A2

B1

B2

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

Inburgering.org/Grammar/Onderschikkende voegwoorden: omdat, als, terwijl, hoewel, zodat

Onderschikkende voegwoorden: omdat, als, terwijl, hoewel, zodat

Nederlandse voegwoorden als omdat, als, terwijl, hoewel en zodat sturen de persoonsvorm naar het eind van hun zin.

Een onderschikkend voegwoord verbindt een extra zin met een hoofdzin en verandert, anders dan een nevenschikkend voegwoord, de woordvolgorde: de persoonsvorm (het vervoegde werkwoord) gaat naar het eind van die zin. Ik blijf thuis omdat ik ziek ben. Let op ben helemaal aan het eind.

Hoe de woordvolgorde werkt

Het voegwoord opent een bijzin (een zin die niet op zichzelf kan staan), en daarin verzamelen de werkwoorden zich aan het eind. Heeft de zin maar één werkwoord, zoals in de voorbeelden hier, dan komt dat helemaal achteraan. Dit is de regel die telt, en die wordt uitgebreid behandeld op bijzinnen: het werkwoord gaat naar het eind.

  1. Begin met de hoofdzin: We gaan naar buiten.
  2. Voeg het voegwoord toe: als.
  3. Schrijf de extra zin, maar zet het werkwoord aan het eind: het droog is — het werkwoord is komt laatst, niet na het.

Samen: We gaan naar buiten als het droog is. Vergelijk de gewone zin het is droog: na als springt het werkwoord van de tweede plaats naar het eind.

VoegwoordBetekenisVoorbeeld
omdatredenZe blijft thuis omdat ze moe is.
datmededeling of feitIk denk dat hij gelijk heeft.
alsvoorwaarde of tijdBel me als je aankomt.
terwijlgelijktijdigheidHij zong terwijl hij kookte.
hoeweltegenstellingZe ging werken hoewel ze ziek was.
zodatgevolg of doelIk schrijf het op zodat ik het niet vergeet.
voordattijd: eerderPoets je tanden voordat je naar bed gaat.
nadattijd: laterNadat we gegeten hadden, deden we de afwas.

Als de bijzin vooropstaat

Je kunt de bijzin vooraan in de zin zetten. Dan vult de hele bijzin de eerste plaats, dus de hoofdzin die volgt begint met zijn werkwoord (onderwerp en werkwoord wisselen van plaats).

  • Omdat ik ziek ben, blijf ik thuis. — de hoofdzin begint met het werkwoord blijf.
  • Als het droog is, gaan we naar buiten. — de hoofdzin begint met gaan.
  • Hoewel het regende, gingen we wandelen.

Veelgemaakte fouten

Het Engels houdt het werkwoord op zijn gewone plek na woorden als because en while, dus zet je het in het Nederlands al gauw ook daar neer: omdat hij is ziek. In het Nederlands moet het werkwoord achteraan: omdat hij ziek is. Zodra een zin opent met omdat, dat, als, terwijl, hoewel, zodat, voordat of nadat, luister dan of het werkwoord aan het eind belandt.

  • Vul in: *Ik blijf thuis omdat ik ziek ___ .* (zijn)
    • ben
    • is
    • bent
    • zijn

    Het onderwerp is *ik*, dus het werkwoord is *ben*, en *omdat* stuurt het helemaal naar het eind: *omdat ik ziek ben*.

  • Welke zin is correct?
    • Hij komt niet, omdat hij ziek is.
    • Hij komt niet, omdat hij is ziek.
    • Hij komt niet, omdat is hij ziek.
    • Hij komt niet, omdat ziek hij is.

    Na *omdat* gaat de persoonsvorm naar het eind, dus *is* komt laatst: *omdat hij ziek is*.

  • Vul in: *Als het regent, ___ we thuis.* (blijven)
    • blijven
    • wij blijven
    • we blijven
    • blijft

    De bijzin *Als het regent* vult de eerste plaats, dus de hoofdzin begint met zijn werkwoord en het onderwerp volgt: *blijven we thuis*.

  • Welke hiervan is een onderschikkend voegwoord?
    • terwijl
    • en
    • maar
    • dus

    *terwijl* stuurt het werkwoord naar het eind van de zin. *en*, *maar* en *dus* zijn nevenschikkend en houden het werkwoord op de tweede plaats.

  • Zoek de fout: *Ik weet dat hij woont in Utrecht.*
    • *woont* moet aan het eind: *dat hij in Utrecht woont*
    • *dat* moet *want* zijn
    • *hij* moet na *woont* komen
    • er is niets fout

    *dat* opent een bijzin, dus het werkwoord moet achteraan: *Ik weet dat hij in Utrecht woont.*

Test jezelf

Question 1 of 5

Vul in: Ik blijf thuis omdat ik ziek ___ . (zijn)

See also

  • Bijzinnen: het werkwoord gaat naar het einde
  • Nevenschikkende voegwoorden: en, maar, of, want, dus
  • want, omdat of doordat: een reden geven