welke en wat voor (een): een specifiek exemplaar of een soort
Gebruik welke/welk (hangt af van de- en het-woorden) om naar een specifiek exemplaar te vragen, en wat voor (een) om naar een soort te vragen.
Om één specifiek ding uit een groep te kiezen, gebruikt het Nederlands welk of welke; om naar het soort of type te vragen, gebruikt het wat voor (een). Vergelijk Welke trein neem je? met Wat voor trein is het?.
welk of welke?
Gebruik welke vóór de-woorden en alle meervouden, en welk vóór een enkelvoudig het-woord. De vorm volgt het lidwoord van het zelfstandig naamwoord, precies zoals bij de de/het-verdeling.
- de-woord → welke: Welke trein neem je? — de trein.
- enkelvoudig het-woord → welk: Welk boek lees je? — het boek.
- meervoud (altijd de) → welke: Welke schoenen zijn van jou?.
- op zichzelf, zonder zelfstandig naamwoord erachter → altijd welke: Welke wil je?.
| Zelfstandig naamwoord | Lidwoord | Vraag |
|---|---|---|
| trein | de | Welke trein? |
| boek | het | Welk boek? |
| kinderen | de (meervoud) | Welke kinderen? |
| — (geen zelfstandig naamwoord) | — | Welke? |
wat voor (een): naar een soort vragen
Gebruik wat voor (een) om naar het type of de aard van iets te vragen — niet om één ding uit een bekende groep te kiezen. wat alleen vraagt naar een ding zelf; zet je voor erbij, dan vraag je naar het soort.
- Wat voor auto heb je? — vraagt naar het type, niet naar welke specifieke.
- In het enkelvoud voeg je vaak een toe: Wat voor een huis zoeken jullie?. Zowel wat voor als wat voor een is correct; de een is optioneel en gangbaar in de spreektaal.
- In het meervoud geen een: Wat voor boeken lees je?.
Wat voor is het ene geval waarin wat naast een voorzetsel kan staan zonder een waar-woord te worden (vergelijk de regel waar + voorzetsel): In wat voor buurt woon je?.
welke of wat voor?
- welke kiest één specifiek ding uit een bekende groep: Welke jas is van jou? — uit de jassen die voor je liggen.
- wat voor vraagt naar het type of de kenmerken, zonder een vaste groep in gedachten: Wat voor jas zoek je?.
Veelgemaakte fouten
De veelgemaakte misser is welk/welke niet laten kloppen met het lidwoord van het zelfstandig naamwoord. Het is Welke fiets (de fiets), niet Welk fiets; en Welk huis (het huis), niet Welke huis. Nog één punt: als het zelfstandig naamwoord wegvalt, gebruik je altijd welke, ook bij een het-woord — (het boek) Welke heb je gelezen?.
- Vul in: *___ boek lees je?* (het boek)
- Welke
- Welk
- Wat voor
- Wat
*Boek* is een enkelvoudig het-woord, dus het krijgt *welk* → *Welk boek lees je?*
- Vul in: *___ trein neem je?* (de trein)
- Welk
- Welke
- Wat
- Wat voor een
*Trein* is een de-woord, dus het krijgt *welke* → *Welke trein neem je?*
- Welke vraagt naar een soort?
- welke
- wat voor
- welk
- wie
*Wat voor (een)* vraagt naar het soort van iets → *Naar wat voor muziek luister je?*
- Je wijst naar wat schoenen zonder het zelfstandig naamwoord te noemen: *___ wil je?*
- Welk
- Welke
- Wat voor
- Welk voor
Zonder zelfstandig naamwoord erachter is het woord altijd *welke*, wat het geslacht ook is → *Welke wil je?*
- Zoek de fout: *Welk fiets is van jou?*
- Het is correct.
- Het moet *Welke fiets* zijn — *fiets* is een de-woord
- Het moet *Wat voor fiets* zijn
- Het moet *Welke fietsen* zijn
*De fiets* is een de-woord, dus het krijgt *welke* → *Welke fiets is van jou?*
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: ___ boek lees je? (het boek)