Vragende voornaamwoorden in het Nederlands: wie, wat, welke, wat voor
De Nederlandse vragende voornaamwoorden wie, wat, welk(e) en wat voor, en hoe welk(e) zich richt naar de- en het-woorden.
Vragende voornaamwoorden zijn de vraagwoorden die in de plaats staan van datgene waarnaar je vraagt: wie, wat, welk(e) en wat voor. Wie is dat? Ze openen een vraag, met het werkwoord naast het vraagwoord — al geldt de gewone volgorde van onderwerp en werkwoord wanneer wie of wat zelf het onderwerp is (Wie belt er?). Zie vraagwoorden voor de woordvolgorde.
Welk voornaamwoord voor welke vraag?
Gebruik wie voor personen, wat voor dingen, welk(e) om er één uit een bekende verzameling te kiezen, en wat voor (een) om te vragen wat voor soort iets is.
| Voornaamwoord | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| wie | naar een persoon | Wie belt er? |
| wat | naar een ding | Wat eet je? |
| welk(e) | een keuze uit een bekende groep | Welke jas is van jou? |
| wat voor (een) | naar een soort of type | Naar wat voor muziek luister je? |
welk of welke? Aansluiten bij de en het
Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je welk bij een het-woord en welke bij een de-woord of een meervoud. Dit is dezelfde de/het-splitsing die je al bij de lidwoorden tegenkomt.
- het-woord → welk: Welk boek lees je? — het boek.
- de-woord → welke: Welke trein neem je? — de trein.
- Meervoud (altijd een de-woord) → welke: Welke schoenen koop je?
Op zichzelf, zonder zelfstandig naamwoord erachter, is het altijd welke — ook als het terugverwijst naar een het-woord: Welke wil je?
wie na een voorzetsel
Het Nederlands heeft geen aparte voorwerpsvorm van wie; één wie dekt zowel onderwerp als voorwerp. Wanneer een voorzetsel bij de vraag hoort, komt het gewoon vóór wie: Met wie ga je?, Voor wie is dit cadeau?
Hier gaan wie en wat uit elkaar. Een voorzetsel vóór wat smelt normaal samen tot een *waar-*woord: niet over wat maar waarover, niet met wat maar waarmee. Zie er + een voorzetsel voor dat patroon.
wat voor (een): naar een soort vragen
Wat voor vraagt naar wat voor soort of type iets is: Wat voor werk doe je? De een is optioneel en komt vaak voor in de spreektaal: Wat voor (een) auto heb je?
Anders dan het kale wat kan wat voor direct na een voorzetsel staan zonder in een *waar-*woord te veranderen: In wat voor huis woon je?
Veelgemaakte fouten
Zet wat niet direct vóór een zelfstandig naamwoord. In het Engels kan 'what book', maar in het Nederlands niet: het is welk boek, nooit wat boek. Wat staat altijd op zichzelf (Wat lees je?); zodra er een zelfstandig naamwoord volgt, schakel je over op welk(e) (om er één uit te kiezen) of wat voor (om naar het type te vragen).
- Vul in: *___ film wil je zien?* (*de film*)
- Welk
- Welke
- Wat
- Wie
*Film* is een de-woord (*de film*), dus vóór het zelfstandig naamwoord gebruik je *welke* → *Welke film wil je zien?*
- Vul in: *___ boek is het beste?* (*het boek*)
- Welke
- Welk
- Wat voor
- Wie
*Boek* is een het-woord (*het boek*), dus vóór het zelfstandig naamwoord gebruik je *welk* → *Welk boek is het beste?*
- *Boek* is een het-woord. Welke zin is correct?
- Wat boek lees je?
- Welk boek lees je?
- Welke boek lees je?
- Wie boek lees je?
Vóór een het-woord gebruik je *welk*, dus *Welk boek lees je?* is juist. *Welke* is voor de-woorden en meervouden, *wat* kan niet vóór een zelfstandig naamwoord staan, en *wie* is alleen voor personen.
- Hoe vraag je in het Nederlands met wie iemand meegaat?
- Wie ga je met?
- Met wie ga je?
- Waarmee ga je?
- Met wat ga je?
*Wie* dekt zowel de onderwerps- als de voorwerpsvorm, en een voorzetsel komt ervoor: *Met wie ga je?* (*Waarmee* zou naar een ding vragen, niet naar een persoon.)
- Je wijst naar een plank en vraagt naar een bepaald boek, zonder het woord boek te zeggen. Welke vorm is juist?
- Welk wil je?
- Welke wil je?
- Wat wil je?
- Wat voor wil je?
Zonder zelfstandig naamwoord erachter is de vorm altijd *welke*, ook voor een het-woord als *boek* → *Welke wil je?*
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: ___ film wil je zien? (de film)