Exame A1 de leitura (Lezen): formato e 19 perguntas
Exame A1 de leitura (Lezen): formato e 19 perguntas
Guia do Basisexamen A1 Lezen com tempo oficial, leitura técnica, estratégia e uma prática com 9 textos.
Autor
Por Inburgering.org team (Equipe editorial)
Revisor
Revisto por Kirill Svavolia (Revisão editorial)
Última atualização
O exame A1 de leitura, chamado Lezen ou leesvaardigheid, é uma parte do basisexamen inburgering buitenland. A página oficial Naar Nederland diz que o exame de prática Lezen e o exame real têm 19 perguntas e duram 35 minutos. Este artigo explica o formato e traz uma prática nova com 9 textos e 19 perguntas de dificuldade A1.
As perguntas abaixo são originais para treino. Elas não são perguntas oficiais e não copiam o simulado público. Use 14 respostas corretas de 19 como meta prática para este conjunto; o resultado oficial é informado como nota inteira de 1 a 10, e você precisa de pelo menos 6 em cada componente do Basisexamen.
Resposta curta
O Basisexamen A1 Lezen verifica se você consegue ler neerlandês simples escrito no alfabeto latino e entender textos funcionais curtos. Espere temas do dia a dia: compromissos, horários, avisos de curso, instruções de trabalho, saúde, cartões perdidos e histórias simples. A estratégia mais rápida é ler a pergunta primeiro, encontrar a palavra-chave no texto e escolher a resposta apoiada pelo texto.
Pontos principais
Tempo oficial: Naar Nederland lista 19 perguntas de Lezen e 35 minutos para o exame real e o exame oficial de prática.
Nota oficial: DUO informa cada componente do Basisexamen como nota de 1 a 10. Você passa no componente com 6 ou mais.
Meta de prática: Neste conjunto, tente acertar pelo menos 14 de 19 antes de se considerar pronto.
Duas habilidades de leitura: Leitura técnica verifica reconhecimento de palavras; leitura funcional verifica textos curtos com múltipla escolha.
Pronto para Começar a Praticar?
Acesse milhares de questões práticas com feedback instantâneo de IA
Esta página: A prática abaixo foca leitura funcional: 9 textos curtos e 19 perguntas.
Como funciona o A1 Lezen
O programa oficial do exame descreve a leitura como combinação de leitura técnica e leitura funcional. Leitura técnica é reconhecer letras, sons e palavras em neerlandês. Leitura funcional é entender textos práticos curtos que você pode ver no trabalho, na educação ou na vida diária.
O formato público de prática foca leitura funcional: você lê um texto curto em neerlandês, responde perguntas de múltipla escolha e vê seu resultado após o treino. A leitura técnica não está incluída no conjunto de 19 perguntas abaixo, mas vale treiná-la se o alfabeto latino ou a relação som-letra do neerlandês forem novos para você.
O que é testado
Parte
Formato
Como praticar
Leitura técnica
Você ouve uma palavra e escolhe a palavra escrita, ou vê uma palavra e escolhe a palavra falada.
Pratique letras, palavras curtas, pares parecidos e leitura em voz alta.
Leitura funcional
Você lê textos curtos na tela e responde perguntas de múltipla escolha.
Pratique avisos, e-mails, horários, instruções, sites e histórias curtas.
Como usar esta prática
Coloque um timer de 35 minutos. Faça todas as 19 perguntas sem parar.
Leia a pergunta antes do texto. Assim você sabe que informação procurar.
Não traduza cada palavra. Procure nomes, dias, horários, números, lugares e palavras repetidas.
Marque dúvidas. Se travar, escolha a melhor resposta e continue.
Confira a evidência. Depois, compare suas respostas com o gabarito e leia a linha de evidência.
Prática: 9 textos, 19 perguntas
Esta prática segue o ritmo do exemplo público: textos curtos em neerlandês, situações práticas e perguntas de múltipla escolha. O conteúdo é novo, então você pode usá-lo como treino extra depois do exame oficial de prática Naar Nederland.
TEKST 1 - Buurthuis De Brug
Context: Dit bord hangt in een buurthuis.
Plaats
Wat is er?
Kelder
Fietsenstalling, toiletten
Begane grond
Receptie, koffiehoek
Verdieping 1
Lokaal 1-6, taallessen
Verdieping 2
Bibliotheek, computerlokaal
Vraag 1. Samira wil oefenen op de computer. Waar moet zij zijn? A. In de kelder. B. Op verdieping 1. C. Op verdieping 2.
Vraag 2. Omar wil koffie drinken. Waar is de koffiehoek? A. Op de begane grond. B. Op verdieping 1. C. Op verdieping 2.
TEKST 2 - Bericht van Nadia
Context: Farah krijgt een bericht van haar vriendin Nadia. Hoi Farah, ik wil je graag zien. Maandag moet ik werken. Dinsdag ben ik vrij. Woensdag ga ik naar de tandarts. In het weekend komt mijn broer. Zullen we dinsdag in het park afspreken? Ik neem broodjes mee. Groetjes, Nadia
Vraag 3. Wanneer kan Nadia afspreken? A. Op maandag. B. Op dinsdag. C. Op woensdag.
Vraag 4. Waar wil Nadia afspreken? A. In het park. B. Bij Farah thuis. C. Bij de tandarts.
TEKST 3 - Werk op Marktplein
Context: Dit staat op de website van een uitzendbureau.
Werk
Tijden
Medewerker bakkerij
Maandag tot en met vrijdag van 6.00 tot 9.00 uur - 15 uur per week
Winkelhulp
Zaterdag van 10.00 tot 16.00 uur - 6 uur per week
Medewerker magazijn
Maandag, woensdag en vrijdag van 14.00 tot 18.00 uur - 12 uur per week
Schoonmaker school
Maandag tot en met vrijdag van 18.00 tot 20.00 uur - 10 uur per week
Vraag 5. Lina wil vijf dagen per week in de avond werken. Welk werk past bij haar? A. Medewerker bakkerij. B. Winkelhulp. C. Schoonmaker school.
Vraag 6. Karim wil in het magazijn werken. Hoe laat begint hij? A. Om 9.00 uur. B. Om 14.00 uur. C. Om 18.00 uur.
TEKST 4 - E-mail van docent Lotte
Context: An krijgt een e-mail van haar computerdocent. Beste cursisten, volgende week woensdag is onze laatste les. Ik neem koffie en thee mee. Willen jullie iets kleins te eten meenemen? De school heeft kopjes en borden, dus die hoeven jullie niet mee te nemen. De nieuwe computercursus begint volgende maand op maandag. U kunt zich inschrijven tot vrijdag. Groeten, Lotte
Vraag 7. Wat neemt Lotte mee naar de laatste les? A. Koffie en thee. B. Eten. C. Kopjes en borden.
Vraag 8. Tot wanneer kan An zich inschrijven voor de nieuwe cursus? A. Tot maandag. B. Tot woensdag. C. Tot vrijdag.
TEKST 5 - Ziek melden bij taalschool
Context: Milo volgt Nederlandse les. Hij leest de regels van de school. Kunt u niet naar de les komen? Bel dan voor 9.00 uur naar de school. Bent u later dan 9.00 uur ziek? Stuur dan een bericht aan uw docent. Bent u meer dan drie dagen ziek? Bel dan ook met de administratie. Komt u weer naar school? Neem dan uw huiswerk mee.
Vraag 9. Waarover gaat deze tekst? A. Hoe u een les betaalt. B. Wat u doet als u ziek bent. C. Wanneer de vakantie begint.
Vraag 10. Milo is vier dagen ziek. Wat moet hij doen? A. Alleen zijn huiswerk meenemen. B. Met de administratie bellen. C. Naar de vakantiepagina kijken.
TEKST 6 - Tandarts Van Dijk
Context: Deze tekst staat op de website van een tandarts. Tandarts Van Dijk, Stationsstraat 12, 2801 AB Lestad. Wij zijn open van maandag tot en met donderdag van 8.00 tot 17.00 uur. Op vrijdag zijn wij open van 8.00 tot 13.00 uur. U kunt een afspraak maken tussen 9.00 en 11.00 uur. Heeft u veel pijn en kan het niet wachten? Bel dan het spoednummer. Afspraak: 071 - 22 33 44. Spoed: 071 - 22 33 99.
Vraag 11. Het is dinsdag. Sara wil een afspraak maken. Hoe laat kan zij bellen? A. Tussen 8.00 en 17.00 uur. B. Tussen 9.00 en 11.00 uur. C. Tussen 13.00 en 17.00 uur.
Vraag 12. Niels heeft veel pijn en kan niet wachten. Wat moet hij doen? A. Het spoednummer bellen. B. Tot vrijdag wachten. C. Naar de Stationsstraat schrijven.
TEKST 7 - OV-chipkaart kwijt?
Context: Deze tekst gaat over een OV-chipkaart. OV-chipkaart kwijt? Bent u uw kaart kwijt? Blokkeer de kaart dan online. Daarna kunt u een nieuwe kaart aanvragen. Een nieuwe kaart kost 11 euro. Wilt u de kaart sneller krijgen? Dan betaalt u 6 euro extra. U krijgt de kaart dan binnen twee dagen. Uw kaart kost dan in totaal 17 euro. Is uw kaart gestolen? Bel dan eerst de klantenservice.
Vraag 13. Mei wil binnen twee dagen een nieuwe kaart. Hoeveel betaalt zij in totaal? A. 6 euro. B. 11 euro. C. 17 euro.
Vraag 14. De kaart van Hugo is gestolen. Wat moet hij eerst doen? A. De klantenservice bellen. B. Een nieuwe kaart kopen. C. Twee dagen wachten.
TEKST 8 - Taalcentrum Start
Context: Deze tekst gaat over cursussen Nederlands. Wilt u Nederlands leren? Taalcentrum Start heeft drie cursussen. Cursus A1: u leert korte zinnen lezen en zeggen. Cursus A2: u leert beter lezen, praten en schrijven. Cursus B1: u leert langere teksten begrijpen en gesprekken voeren. De lessen zijn op maandag en donderdag. Wilt u meedoen? Stuur een e-mail naar info@taalstart.nl.
Vraag 15. Julia kan al korte zinnen lezen. Zij wil beter leren lezen en schrijven. Welke cursus past het best? A. Cursus A1. B. Cursus A2. C. Cursus B1.
Vraag 16. Wat moet Julia doen als zij mee wil doen? A. Een e-mail sturen. B. Op zaterdag komen. C. De docent bellen.
TEKST 9 - Verhaal over Elena
Context: Dit is een kort verhaal. Elena gaat verhuizen. Zaterdag komen haar vrienden helpen. Elena zet dozen in de gang. In een doos zitten boeken. In een andere doos zitten kopjes en borden. Dan zoekt Elena haar huissleutel. Zij kijkt in haar tas en op de tafel, maar de sleutel is weg. Haar broer pakt een kopje uit de doos. In het kopje ligt de sleutel. Iedereen lacht. Nu kan Elena de deur openen.
Vraag 17. Wat gaat Elena doen? A. Verhuizen. B. Naar school gaan. C. Werken in een winkel.
Vraag 18. Wie komen Elena helpen? A. Haar buren. B. Haar vrienden. C. Haar collega’s.
Vraag 19. Waar ligt de sleutel? A. In een kopje. B. In haar tas. C. Op de tafel.
Gabarito e meta de aprovação
Conte 1 ponto por resposta correta. Para esta prática, use 14 de 19 como meta de aprovação. Se sua pontuação for menor, repita a prática e escreva as palavras exatas em neerlandês que provam cada resposta.
Pergunta
Resposta
Evidência
1
C
computerlokaal staat bij verdieping 2
2
A
koffiehoek staat bij begane grond
3
B
Dinsdag ben ik vrij
4
A
in het park afspreken
5
C
Schoonmaker school is maandag tot en met vrijdag van 18.00 tot 20.00 uur
6
B
Medewerker magazijn begint om 14.00 uur
7
A
Ik neem koffie en thee mee
8
C
U kunt zich inschrijven tot vrijdag
9
B
regels voor als u niet naar de les kunt komen en ziek bent
10
B
meer dan drie dagen ziek? Bel dan ook met de administratie
11
B
afspraak maken tussen 9.00 en 11.00 uur
12
A
veel pijn en kan het niet wachten? Bel dan het spoednummer
13
C
11 euro + 6 euro extra = 17 euro
14
A
Is uw kaart gestolen? Bel dan eerst de klantenservice
15
B
Cursus A2: u leert beter lezen, praten en schrijven