
Boodschappen doen op de markt
Pazarcılar kiloyla, taneyle veya kutuyla satar. Bu bölüm fiyat sormak ve yarım kilo istemek için gereken Hollandaca cümleleri verir. Kartla ödemeyi (pinnen), aanbieding'i (kısa süreli indirim) fark etmeyi ve sırada kimin olduğunu öğrenmeyi ele alır.
Boodschappen doen op de markt
Transkript
Boodschappen doen op de markt
Transcript
Welkom bij "Inburgering A2", een productie van inburgering.org, de podcast voor nieuwkomers in Nederland die de Nederlandse cultuur en maatschappij beter willen begrijpen.
Als je het gevoel hebt dat deze aflevering te makkelijk voor je is, probeer dan onze andere podcast op inburgering.org B1.
Vandaag gaat het over boodschappen doen op de markt. In veel Nederlandse steden en dorpen is er elke week markt. Je ziet kramen met groente, fruit, kaas, vis, brood, bloemen en kleding. Voor veel mensen is de markt goedkoper en gezelliger dan de supermarkt. Maar de markt kan ook druk zijn. Je moet weten hoe je iets vraagt, hoe je betaalt en hoe je beleefd blijft. Daarom oefenen we vandaag praktische taal voor de markt.
Stel je voor: het is zaterdagochtend. Je loopt naar het plein in je buurt. Daar staat de markt. Je ruikt brood, vis en bloemen. Mensen lopen met tassen langs de kramen. Een kraam is een kleine winkel buiten. De verkoper staat achter de kraam. Jij staat ervoor en kijkt wat er ligt.
Op de markt kijk je vaak eerst rustig rond. Dat is normaal. Je hoeft niet meteen iets te kopen. Je kunt zeggen: "Ik kijk even, dank u." Als je iets wilt kopen, wacht je tot de verkoper jou aankijkt. Dan zeg je bijvoorbeeld: "Goedemorgen, mag ik een kilo appels?" Of: "Heeft u rijpe tomaten?"
Het woord rijp betekent dat fruit of groente klaar is om te eten. Een banaan kan nog groen zijn. Dan is hij niet rijp. Op de markt kun je vragen: "Zijn deze peren al rijp?" Dat is handig als je het fruit vandaag wilt eten.
Veel producten op de markt koop je per kilo, per stuk of per bakje. Dat is belangrijk om te begrijpen. Per kilo betekent dat de verkoper het product weegt. Wegen betekent kijken hoe zwaar iets is. Je zegt bijvoorbeeld: "Mag ik een halve kilo druiven?" Een halve kilo is vijfhonderd gram.
Soms koop je iets per stuk. Dan zeg je: "Mag ik drie komkommers?" Of: "Mag ik twee broden?" Bij aardbeien of champignons zie je vaak een bakje. Dan vraag je: "Wat kost een bakje aardbeien?" De prijs staat soms op een bordje. Maar niet altijd. Het is heel normaal om de prijs te vragen.
Een goede zin is: "Hoeveel kost dit?" Of iets preciezer: "Wat kost een kilo appels?" Als je de prijs niet goed verstaat, kun je rustig vragen: "Kunt u dat herhalen, alstublieft?" Dat is beleefd en duidelijk. Veel verkopers zijn gewend aan mensen die Nederlands leren.
Op de markt hoor je vaak het woord aanbieding. Een aanbieding is een lagere prijs voor korte tijd. De verkoper kan roepen: "Twee bakjes voor vijf euro!" Dat klinkt snel. Neem even tijd. Kijk goed of je echt twee bakjes nodig hebt. Een aanbieding is handig als je het product gebruikt. Maar goedkoop is niet handig als je later eten moet weggooien.
Soms mag je kiezen. De verkoper vraagt: "Welke wilt u?" Dan kun je aanwijzen en zeggen: "Die daar, alstublieft." Of: "Mag ik de kleine?" Als je veel mensen achter je hebt, probeer dan snel en duidelijk te kiezen. Maar stress is niet nodig. Een korte zin is genoeg.
Je kunt ook vragen om advies. Bijvoorbeeld: "Welke kaas is mild?" Mild betekent zacht van smaak. Of: "Welke vis is goed voor de oven?" Op deze manier leer je nieuwe woorden en krijg je betere producten. De markt is dus ook een goede plek om Nederlands te oefenen.
Betalen op de markt gaat meestal met pinnen. Pinnen betekent betalen met je bankpas of telefoon. Veel kramen hebben een klein pinapparaat. Je kunt vragen: "Kan ik pinnen?" Soms staat er een bordje: "Alleen pinnen" of "Contant mogelijk." Contant betekent betalen met munten of briefgeld.
Neem voor de zekerheid altijd een kleine tas mee. In Nederland betaal je vaak extra voor een plastic tas. Veel mensen nemen een boodschappentas of fietstas mee. Dat is goedkoper en beter voor het milieu.
Na het betalen krijg je soms een bon. Een bon is het bewijs dat je hebt betaald. Bij groente en fruit vraag je meestal geen bon. Bij duurdere producten, zoals kleding of elektronica op de markt, is een bon wel handig. Je kunt zeggen: "Mag ik een bon, alstublieft?"
Op de markt zijn beleefdheid en duidelijkheid belangrijk. Begin met goedemorgen of goedemiddag. Zeg alstublieft en dank u wel. Als je iets niet wilt kopen, zeg dan: "Nee dank u." Je hoeft geen lange uitleg te geven.
In sommige landen is afdingen normaal. Afdingen betekent proberen een lagere prijs te krijgen. In Nederland kan dat soms op de markt, maar niet overal. Bij groente, fruit, kaas en brood is de prijs meestal vast. Bij tweedehands spullen of bloemen aan het einde van de dag kan afdingen soms wel. Doe het vriendelijk. Zeg bijvoorbeeld: "Kan er iets van de prijs af?" Als de verkoper nee zegt, accepteer je dat.
Let ook op de rij. Een rij betekent dat mensen wachten op hun beurt. Soms is er geen duidelijke lijn, maar mensen weten vaak wie eerst was. Kijk goed. Als je twijfelt, vraag: "Was u al aan de beurt?" Dat is een heel Nederlandse en beleefde zin.
Wat doe je als er iets misgaat? Misschien krijg je te weinig terug. Misschien is het fruit thuis niet goed. Blijf rustig. Ga terug naar de kraam als dat kan. Zeg: "Sorry, ik heb een vraag." Daarna leg je kort uit wat er is gebeurd. Bijvoorbeeld: "Ik heb net appels gekocht, maar er zitten twee slechte appels bij."
Niet elk probleem wordt opgelost. Maar vaak helpt de verkoper je. Misschien krijg je nieuw fruit of geld terug. Bewaar bij duurdere aankopen de bon. Dan is het makkelijker om te laten zien wat je hebt gekocht.
De markt is ook een sociale plek. Je ziet buren, oudere mensen, studenten en gezinnen. Je hoort soms veel dialecten en accenten. Dat hoort bij Nederland. Je hoeft niet alles te verstaan. Begin met kleine gesprekken. Zeg: "Lekker weer vandaag." Of: "Het is druk op de markt." Kleine zinnen maken contact makkelijker.
Vandaag heb je geleerd hoe boodschappen doen op de markt werkt. Je weet hoe je een product vraagt, hoe je een prijs vraagt en hoe je betaalt. Je weet ook dat je beleefd kunt blijven met korte, duidelijke zinnen. De markt is een goede plek om eten te kopen, maar ook om Nederlands te oefenen in het echte leven.
Dit onderwerp is ook relevant voor je inburgeringsexamen, met name voor het onderdeel Kennis van de Nederlandse Maatschappij.
Wil je de volledige tekst van deze aflevering nog eens rustig nalezen? Of wil je extra oefeningen doen met de nieuwe woordenschat? Ga dan naar onze website: inburgering.org.
Als je het gevoel hebt dat deze aflevering te makkelijk voor je is, probeer dan onze andere podcast op inburgering.org B1.
Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van inburgering.org en tot de volgende keer bij "Inburgering A2"!
Korte samenvatting
Op de markt kun je groente, fruit, kaas, brood, vis en andere producten kopen. Je vraagt om een product, vraagt naar de prijs en betaalt meestal met pin. Beleefde korte zinnen helpen je om rustig te kopen en Nederlands te oefenen.
Woordenschat
- Kraam: een kleine winkel op de markt. Voorbeeld: De bloemen liggen in de kraam.
- Aanbieding: een lagere prijs voor korte tijd. Voorbeeld: De appels zijn vandaag in de aanbieding.
- Wegen: kijken hoe zwaar iets is. Voorbeeld: De verkoper weegt een kilo druiven.
- Rijp: klaar om te eten. Voorbeeld: Deze tomaten zijn al rijp.
- Pinnen: betalen met een bankpas of telefoon. Voorbeeld: Kan ik hier pinnen?
- Contant: betalen met munten of briefgeld. Voorbeeld: Ik betaal contant.
- Bon: bewijs dat je hebt betaald. Voorbeeld: Mag ik een bon, alstublieft?
- Aan de beurt zijn: nu mogen praten of kopen. Voorbeeld: Bent u al aan de beurt?
Oefenvragen
- Je ziet geen prijs bij de aardbeien. Wat vraag je aan de verkoper?
- Je wilt met je telefoon betalen. Welke zin kun je gebruiken?
- Je weet niet wie eerst mag kopen. Wat vraag je aan de persoon naast je?
Kendini Test Et
1 / 7
Waarover gaat deze aflevering vooral?
Açıklama
2 / 7
Wat kun je zeggen als je eerst rustig wilt rondkijken?
Açıklama
3 / 7
Wat betekent rijp?
Açıklama
4 / 7
Wat kun je vragen als je de prijs niet ziet?
Açıklama
5 / 7
Op de markt betaal je meestal met pinnen.
Açıklama
6 / 7
Bij groente, fruit, kaas en brood is de prijs meestal niet vast.
Açıklama
7 / 7
Verbind het woord met de juiste betekenis.