Бесплатная проверка орфографии
D, t или dt?
Введите одну форму нидерландского глагола. Мы покажем, распознаётся ли такое написание, и объясним роль этой формы.
Два быстрых правила
Настоящее время
Используйте форму с ik с подлежащим ik, а также когда подлежащее jij/je стоит после глагола. Добавляйте -t, когда jij/je стоит перед глаголом, с u (в том числе после глагола) и с подлежащим третьего лица единственного числа. Если основа уже оканчивается на t, вторую t не пишут. Сочетание основы на d с t даёт -dt: jij wordt, word jij?, wordt u?
Причастие прошедшего времени
У правильного слабого глагола сначала отбросьте -en от инфинитива, до применения правил написания конца основы. Если полученная основа оканчивается на согласную из ’t ex-kofschip (включая ch и x), пишется -t; иначе -d. Неправильные формы нужно запоминать отдельно: werken → gewerkt, bestellen → besteld, denken → gedacht.
Формы, которые часто путают
Отобранные пары
- aangeklaagd или aangeklaagt?
- aangemeld или aangemeldt?
- aangepakt или aangepakd?
- aangepast или aangepasd?
- aangevraagd или aangevraagt?
- aanvaard или aanvaardt?
- achtervolgd или achtervolgt?
- afgelegd или afgelegt?
- afgeleid или afgeleidt?
- afgerond или afgerondt?
- afgestudeerd или afgestudeert?
- afgevuurd или afgevuurt?
- afscheid или afscheidt?
- antwoord или antwoordt?
- beantwoord или beantwoordt?
- beantwoord или beantwoort?
- bedankt или bedankd?
- bedoeld или bedoelt?
- bedreigd или bedreigt?
- begeleid или begeleidt?
- behandeld или behandelt?
- behoord или behoort?
- beïnvloed или beïnvloedt?
- bekend или bekent?
- beland или belandt?
- beland или belant?
- belazerd или belazert?
- beledigd или beledigt?
- beleefd или beleeft?
- beloofd или belooft?
- benaderd или benadert?
- bepaald или bepaalt?
- beperkt или beperkd?
- bereid или bereidt?
- bereid или bereit?
- bereikt или bereikd?
- beroerd или beroert?
- beroofd или berooft?
- beschaamd или beschaamt?
- beschadigd или beschadigt?
- beschermd или beschermt?
- beschouwd или beschouwt?
- beschuldigd или beschuldigt?
- beseft или besefd?
- beslist или beslisd?
- besmet или besmed?
- bespaard или bespaart?
- besteed или besteedt?
- besteed или besteet?
- besteld или bestelt?
- bestemd или bestemt?
- bestudeerd или bestudeert?
- betaald или betaalt?
- betekend или betekent?
- betrapt или betrapd?
- bevat или bevad?
- beveiligd или beveiligt?
- bevestigd или bevestigt?
- bevind или bevindt?
- bevrijd или bevrijdt?
- bevrijd или bevrijt?
- bewaard или bewaart?
- beweerd или beweert?
- bezocht или bezochd?
- bezorgd или bezorgt?
- bid или bidt?
- bied или biedt?
- bind или bindt?
- bloed или bloedt?
- blootgesteld или blootgestelt?
- brand или brandt?
- dood или doodt?
- geaccepteerd или geaccepteert?
- geactiveerd или geactiveert?
- geadopteerd или geadopteert?
- geantwoord или geantwoordt?
- gearresteerd или gearresteert?
- gebaseerd или gebaseert?
- gebeld или gebelt?
- gebeurd или gebeurt?
- geblokkeerd или geblokkeert?
- geboekt или geboekd?
- gebouwd или gebouwt?
- gebracht или gebrachd?
- gebruikt или gebruikd?
- gecompliceerd или gecompliceert?
- gecontroleerd или gecontroleert?
- gecreëerd или gecreëert?
- gedeeld или gedeelt?
- gediend или gedient?
- gedood или gedoodt?
- gedroomd или gedroomt?
- geduld или gedult?
- gedumpt или gedumpd?
- geduwd или geduwt?
- geëxecuteerd или geëxecuteert?
- gefaald или gefaalt?
- gefeliciteerd или gefeliciteert?
- gefilmd или gefilmt?
- gegooid или gegooit?
- gegroeid или gegroeit?
- gehaald или gehaalt?
- gehoopt или gehoopd?
- gehoord или gehoort?
- gehuurd или gehuurt?
- geïdentificeerd или geïdentificeert?
- geïnteresseerd или geïnteresseert?
- gejat или gejad?
- gekend или gekent?
- gekleed или gekleedt?
- gekookt или gekookd?
- gekwetst или gekwetsd?
- geland или gelandt?
- geld или geldt?
- geleefd или geleeft?
- geleend или geleent?
- gelegd или gelegt?
- geleid или geleidt?
- geleid или geleit?
- geleverd или gelevert?
- geloofd или gelooft?
- geluisterd или geluistert?
- gelukt или gelukd?
- gemaakt или gemaakd?
- gemarteld или gemartelt?
- gemeld или gemeldt?
- gemerkt или gemerkd?
- gemist или gemisd?
- genoemd или genoemt?
- genoteerd или genoteert?
- geobsedeerd или geobsedeert?
- geoefend или geoefent?
- geopend или geopent?
- geopereerd или geopereert?
- georganiseerd или georganiseert?
- gepakt или gepakd?
- geparkeerd или geparkeert?
- geplaatst или geplaatsd?
- geprobeerd или geprobeert?
- geraakt или geraakd?
- gered или geredt?
- geregeld или geregelt?
- geregistreerd или geregistreert?
- gerepareerd или gerepareert?
- gereserveerd или gereserveert?
- gescheurd или gescheurt?
- geschikt или geschikd?
- geschorst или geschorsd?
- geslaagd или geslaagt?
- gespaard или gespaart?
- gespeeld или gespeelt?
- gesteld или gestelt?
- gestemd или gestemt?
- gestoord или gestoort?
- gestopt или gestopd?
- gestraft или gestrafd?
- gestudeerd или gestudeert?
- gestuurd или gestuurt?
- getekend или getekent?
- geteld или getelt?
- getraind или getraint?
- getrouwd или getrouwt?
- getuigd или getuigt?
- gevolgd или gevolgt?
- gevormd или gevormt?
- gevraagd или gevraagt?
- gevuld или gevult?
- gewaarschuwd или gewaarschuwt?
- gewapend или gewapent?
- geweigerd или geweigert?
- gewend или gewent?
- gewoond или gewoont?
- gewurgd или gewurgt?
- gezegd или gezegt?
- gezegend или gezegent?
- gezet или gezed?
- gezocht или gezochd?
- gezorgd или gezorgt?
- goedgekeurd или goedgekeurt?
- herinnerd или herinnert?
- herkend или herkent?
- hersteld или herstelt?
- hoed или hoedt?
- ingediend или ingedient?
- ingehuurd или ingehuurt?
- ingesteld или ingestelt?
- ingevuld или ingevult?
- ingewikkeld или ingewikkelt?
- kleed или kleedt?
- land или landt?
- leid или leidt?
- lijd или lijdt?
- luid или luidt?
- meld или meldt?
- omringd или omringt?
- omsingeld или omsingelt?
- ondertekend или ondertekent?
- ondervraagd или ondervraagt?
- ontdekt или ontdekd?
- ontkend или ontkent?
- ontmoet или ontmoed?
- ontploft или ontplofd?
- ontvoerd или ontvoert?
- ontwikkeld или ontwikkelt?
- opgebouwd или opgebouwt?
- opgegroeid или opgegroeit?
- opgehaald или opgehaalt?
- opgeleid или opgeleidt?
- opgelet или opgeled?
- opgelost или opgelosd?
- opgemerkt или opgemerkd?
- opgepikt или opgepikd?
- opgeruimd или opgeruimt?
- opgevoed или opgevoedt?
- opgezet или opgezed?
- overleefd или overleeft?
- raad или raadt?
- red или redt?
- schud или schudt?
- strand или strandt?
- strijd или strijdt?
- teleurgesteld или teleurgestelt?
- toegewijd или toegewijdt?
- treed или treedt?
- uitgelegd или uitgelegt?
- uitgenodigd или uitgenodigt?
- uitgeschakeld или uitgeschakelt?
- uitgevoerd или uitgevoert?
- vastgesteld или vastgestelt?
- veranderd или verandert?
- verbaasd или verbaast?
- verbeterd или verbetert?
- verbind или verbindt?
- verbrand или verbrandt?
- verbrand или verbrant?
- verdedigd или verdedigt?
- verdeeld или verdeelt?
- verdiend или verdient?
- verdomd или verdomt?
- verdoofd или verdooft?
- verdwaald или verdwaalt?
- vereerd или vereert?
- vereist или vereisd?
- verenigd или verenigt?
- vergiftigd или vergiftigt?
- verhoogd или verhoogt?
- verhuisd или verhuist?
- verkeerd или verkeert?
- verklaard или verklaart?
- verkleed или verkleedt?
- verkleed или verkleet?
- verknald или verknalt?
- verlamd или verlamt?
- vermeld или vermeldt?
- vermeld или vermelt?
- vermist или vermisd?
- vermoord или vermoordt?
- vermoord или vermoort?
- vernederd или vernedert?
- vernield или vernielt?
- vernietigd или vernietigt?
- verondersteld или veronderstelt?
- veroordeeld или veroordeelt?
- veroorzaakt или veroorzaakd?
- verplaatst или verplaatsd?
- verraad или verraadt?
- verrast или verrasd?
- verslaafd или verslaaft?
- verspild или verspilt?
- verspreid или verspreidt?
- verspreid или verspreit?
- versteld или verstelt?
- verstoord или verstoort?
- verstuurd или verstuurt?
- vertaald или vertaalt?
- vertegenwoordigd или vertegenwoordigt?
- verteld или vertelt?
- verveeld или verveelt?
- vervolgd или vervolgt?
- verwacht или verwachd?
- verward или verwart?
- verwend или verwent?
- verwijderd или verwijdert?
- verwoest или verwoesd?
- verzameld или verzamelt?
- verzekerd или verzekert?
- verzet или verzed?
- verzorgd или verzorgt?
- vind или vindt?
- voed или voedt?
- voltooid или voltooit?
- voorbereid или voorbereidt?
- voorgesteld или voorgestelt?
- wed или wedt?
- weggegooid или weggegooit?
- weggehaald или weggehaalt?
- wijd или wijdt?
- wind или windt?
- word или wordt?
- zend или zendt?
Частые вопросы
Когда нидерландский глагол оканчивается на -dt?
Когда основа оканчивается на d, а подлежащее требует -t: jij или hij wordt. Если подлежащее jij/je стоит после глагола, t исчезает (word jij?), но с u сохраняется (wordt u?).
Могут ли два варианта написания быть правильными?
Да. Bestelt — форма настоящего времени, а besteld — причастие прошедшего времени. Нужный вариант определяется предложением.
Если результат не найден, значит ли это, что слово написано неправильно?
Нет. Проверка использует ограниченный набор пар глагольных форм, поэтому форм, не входящих в этот набор данных, может не быть.
Формы глаголов получены из английского и нидерландского Викисловарей через Kaikki/Wiktextract по лицензии CC BY-SA 4.0. Мы отфильтровали, нормализовали и объединили данные.